Pubblicato il 06 Giugno 2022

Om de menselijkheid van de cultuur

Boekrecensie

 

Om de menselijkheid van de cultuur                                                      

Het streven naar cultuurvernieuwing bij Comenius,
in relatie met rozenkruisers en vrijmetselaars

H.E.S. Woldring

Uitgeverij Damon, Eindhoven

 

Inleiding

Het woord menselijkheid in de titel spreekt de lezer aan. Het begrip gaat spontaan in verbinding met de hedendaagse uitdrukking ‘misdaden tegen de menselijkheid’, in het internationale Engels crimes against humanity. Humanity kan ook mensheid betekenen.

Het boek begint met een vraag: waarom deed Comenius in zijn pleidooi voor een menselijke cultuur een beroep op de Europeanen? In zijn tijd werd Europa geteisterd door langdurige en gruwelijke oorlogen, die talloze mensen het leven kostten. Wat bezielde hem met dit pleidooi en deze oproep?

Enkele pagina’s verder wordt een begin gemaakt met een antwoord: Comenius’ denken over Europa heeft ook een andere kant. Hij houdt Europa een spiegel voor, een spiegel die moet leiden tot zelfkritiek en inkeer. Zo zegt hij dat de ‘christenen’ in Europa niet in staat zijn gebleken om in hun betrekkelijk kleine werelddeel een duurzame vrede tot stand te brengen.

Zonder expliciet te worden over de multiculturele samenleving raakt de auteur in zijn benadering van Comenius talrijke actuele maatschappelijke problemen, zoals de botsing van culturen, de behoefte aan verdraagzaamheid in dat proces, het belang van onderwijs in het proces van cultivering, de verwevenheid van cultuur en religie.

Overigens

Deze boekbespreking is een derdehands stuk. Het behandelt het boek van professor Woldring, waarin de scheppende auteur Comenius en zijn eerstehandse gedachten worden besproken.

Auteur(s):

Prof. dr. H.E.S. Woldring, emeritus-hoogleraar politieke filosofie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, heeft verscheidene publicaties over Comenius op zijn naam staan.
Prof. dr. E. Ruijsendaal, verbonden aan het BeNeLux-Universitair Centrum, is lid van de Raad van Advies van het Comenius Museum in Naarden.

Indruk

In de catalogus van Damon wordt het boek gepresenteerd samen met enkele werken van Comenius. Je kunt het boek dan ook lezen als een inleiding op en een situering van het denken van die grote figuur uit het verleden.

Het streven naar meer menselijkheid wordt geplaatst in de context van cultuur, cultuurvorming en cultuuroverdracht. Voor Comenius betekent dit: het verwerven van wetenschap door onderzoek – de kennis van de dingen zoals ze zijn – onderwijs en leven. De verschillende wetenschappen wil hij integreren tot de pansofie.  Zijn methode van onderzoek noemt hij: de synkritische methode.

Comenius wordt geschetst als een belangrijk cultuurvormend element in het christelijke westen. Hij neemt die verantwoordelijkheid op zich op basis van zijn relatie tot God en de medemensen. Einddoel is voor hem het ingaan in de hemel. De weg daarheen wordt onder andere uitgedrukt in een reeks van zeven stadia, met als laatste de Uitgang. De oplossing van het vraagstuk van de menselijkheid ligt voor Comenius in de metamorfose van de mens tot een tempel van God.

De relatie tot de klassieke rozenkruisers wordt onderzocht (de drie publicaties van Johann Valentin Andreae) aan de hand van interpretaties van Jan van Rijckenborgh, de grondlegger van het moderne Rozenkruis. Er zijn veel elementen van herkenning. Comenius lijkt in zijn tijd eerst een kritisch standpunt in te nemen en later de ideeën van de rozenkruisers expliciet te bevestigen.

Ook een mogelijke relatie tot de vrijmetselaars wordt onderzocht en, hoewel er analogieën, gemeenschappelijke domeinen en contacten zijn geweest, uiteindelijk ontkend.

Het werkje schetst dus een aantal elementen uit het werk van Comenius tegen diverse achtergronden: cultuur, wetenschapsfilosofie, rozenkruiserij en vrijmetselarij. Comenius wordt duidelijk als een belangrijke invloed in de ontwikkeling van het vroegmoderne Europa opgevoerd. Zijn denken bevat elementen die brandend actueel blijken in hun gedrevenheid om in een verscheurde wereld aan vergroting van de menselijkheid te werken. Het bovenwereldse doel van alle denken en handelen schijnt af en toe in de presentatie door.

De inhoudelijke lijnen die de denkwerelden van Plato, Egypte, hermetisme, gnostiek, middeleeuwen, renaissance, rozenkruisers en vrijmetselaars verbinden, monden uit in het actuele nu. Ook onze wereld heeft behoefte aan het ontdekken van universaliteit en het streven naar integratie.

Inhoud

Cultuur wordt gedefinieerd als beschaving, waarin mensen zich door intellectuele en morele idealen laten inspireren om een hoger niveau van menselijkheid te bereiken. Het is de mens als microkosmos die zoekt naar het realiseren van harmonische relaties met de medemens, de samenleving, de natuur, de kosmos en God.

Elke cultuur heeft haar eigen normen en vergt dus de moed om deze door te zetten tegen de weerstanden van interactie met andere culturen in. Door het tonen van deze moed werd Comenius een grondlegger, respectievelijk een vernieuwer van de vroegmoderne Europese cultuur. Hij was een van de weinigen die in zijn tijd inzicht toonden in de betekenis en de strekking van de idee van religieuze tolerantie, dat is: de ander als medemens aanvaarden, ondanks dat hij behoort tot een andere cultuur. De ontkoppeling van religie en overheid was een eerste stap in die richting. Comenius erkende de processen van religieuze individualisering en pluralisering. Voor hem was er één universele en blijvende kerk: één huis van God.

Comenius wilde de filosofie rehabiliteren als natuurlijke theologie, aan de hand van een rationele methode. Hij wilde alle kennis integreren in de pansofie. Scholen noemde hij ‘werkplaatsen van menselijkheid’. Wijsheid omvat de kennis van de dingen zoals ze zijn. Zij wordt geïnspireerd door de kracht van bezielende religieuze overtuiging en een goede morele omgang met de medemens.

Comenius verzet zich tegen een abstracte, rationalistische en wetenschappelijke benadering van de werkelijkheid. Een dergelijke benadering beschouwt hij als in strijd met de transcendentale openheid van de ervaring van de werkelijkheid. Professor Woldring legt de verbinding tussen de wetenschapsfilosofie van Husserl (twintigste eeuw) en het denken van Comenius. Voor deze laatste is elk ding ontstaan naar zijn eigen idee, naar een bepaald beginsel van de rede, waardoor het kan zijn wat het is. Het denken van Comenius functioneert analytisch, synthetisch en synkritisch.

Dat laatste betekent dat gevonden analogieën worden doorgetrokken naar een ander werkelijkheidsterrein, wat daar nieuwe inzichten kan opleveren.

Citaat

Comenius’ pansofie, gekenmerkt door een kentheoretisch realisme, bevat een aantal samenhangende ideeën, begrippen en categorieën om verschijnselen elk naar zijn eigen aard beter te begrijpen. Hij gebruikt de synkritische methode om overeenkomsten tussen verschijnselen op te sporen en de essentiële gemeenschappelijke component of analogie te ontdekken die het beoogde resultaat veroorzaakt.

Rozenkruisers

De Fama Fraternitatis (J.V. Andreae, 1614) bevat een kritische beschrijving van de verscheurdheid van Europa op religieus, filosofisch en wetenschappelijk gebied. Onvermogen tot samenwerken leidde ertoe dat diverse resultaten van onderzoek niet konden worden geïntegreerd in een omvattende nieuwe kennis.

De persoon van Christiaan Rozenkruis staat symbool voor eenheidsdenken in de westerse cultuur. Hij streefde naar een gewenste hervorming van de westerse manier van kennisverwerving en wetenschapsbeoefening door middel van een synthese met oosterse spiritualiteit.

De rozenkruisers vormen thans een internationale beweging waarin mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn. Hun devies is: de grootst mogelijke verdraagzaamheid in de meest strikte onafhankelijkheid. Een leerling-rozenkruiser heeft ontdekt dat de Alwil zich in zijn diepste wezen manifesteert. Deze goddelijke kracht geeft hem de rust en zelfverzekerdheid om met zelfopoffering de liefde in praktijk te brengen.

Professor Woldring deelt de interpretatie van Comenius’ werk door dr. Carlos Gilly, die stelt dat Comenius goed was ingewijd in de kennis van de rozenkruisers. Comenius stelde zijn eigen plan tot hervorming gelijk aan dat van de rozenkruisers. Deze verbinding wordt onder meer gelegd in de publicatie ‘Het college van het Licht’ van Comenius. Woldring wil, in tegenstelling tot Gilly, Comenius geen nakomeling van de rozenkruisers noemen. Hij geeft er de voorkeur aan Comenius een nauwe geestverwant van de rozenkruisers te noemen, vanwege de zelfstandigheid van zijn gedachtevorming, de pansofie en zijn eigen methode van onderzoek.

Conclusie

Het boek biedt een interessante inleiding op het gedachtegoed en de betekenis van Comenius voor de Europese cultuur. Hij wordt geplaatst in zijn historisch denkkader en daarin verbonden met mensen als Erasmus en Bacon. Inhoudelijke verbanden tussen het denken van Comenius en dat van rozenkruisers en vrijmetselaars worden grondiger onderzocht. Voor mij biedt vooral de impliciete vergelijkbaarheid tussen de problemen in Comenius’ tijd en de onze, en dus ook de betekenis voor onze tijd van zijn antwoorden, de meerwaarde van dit boek.

Eric Op ’t Eynde


    See all news