Nature

Aard en signatuur van geneeskrachtige planten - Deel 1

back to home pdf share

Geneeskrachtige planten en hun werkzaamheid

Geneeskrachtige planten worden sinds de vroegste menselijke geschiedenis tot in onze tijd succesvol gebruikt ter voorkoming en behandeling van lichamelijk ziektesymptomen. Sinds enkele decennia worden plantaardige geneeskrachtige middelen gebruikt in psychische crisissituaties, omdat ze de trans- formatieve processen kunnen stimuleren en ondersteunen. Dit roept een aantal vragen op:

  • Welke relatie bestaat er tussen een geneeskrachtige plant en de psyche van de mens?
  • Wat betekent de handtekening, d.w.z. de uiterlijke vorm van een plant in relatie tot de werking ervan.
  • Welke plantaardige principes werken op het lichaam en welke op de psyche.

Om deze vragen te kunnen beantwoorden, moeten we de relatie begrijpen tussen geest, ziel en lichaam in de verschillende natuurrijken.

Geest, Ziel en Lichaam – Informatie, Energie en Materie

Geest, ziel en lichaam kunnen verschillend worden gedefinieerd, afhankelijk van de context. In deze tekst verwijzen we naar een hermetische, alchemische definitie, die geldig is voor alle levende wezens en niet alleen voor de mens. Als gevolg daarvan zijn er evenveel soorten “geest”, als levensvormen, want met geest bedoelen we wat ten grondslag ligt aan de idee, het plan, de bedoeling van een ding of een levend wezen. Daarmee heeft elk mineraal, elke plant- en diersoort en elk mens zijn “eigen” specifieke geest. De geest staat dus voor het individuele en specifieke van een ding of een levend wezen, dat zich uiteindelijk uitdrukt in zijn lichaam. Tussen geest en lichaam bestaat echter het verbindende principe, de ziel, die de impulsen van de geest absorbeert en zich uitdrukt in het lichaam.

We kunnen deze drie-eenheid ook informatie, energie en materie noemen. Onder informatie verstaan we dus een geestelijk principe, dat een vorm wil aannemen en daarom de materie dwingt tot een lichamelijk vorm. Maar om die vorm te maken, is energie nodig. Op deze manier komt de energie van de ziel overeen met het verbindende en bemiddelende principe tussen informatie (geest) en materie (lichaam).

Waardoor verschillen de soorten geest en de verschillende natuurrijken

Elke vorm van leven wordt gevormd door zijn eigen specifieke geest, zeiden we al. Als we de verschillen en de overeenkomsten tussen de natuurrijken willen begrijpen, dan moeten we ten eerste de verschillende soorten geest leren onderscheiden en ten tweede nadenken over in hoeverre de overeenkomstige geest (en de ziel), in het lichaam is geïntegreerd, dus is geïncarneerd.

Bij de mens zijn als enige levende wezen op deze planeet twee geestelijke principes aanwezig, de menselijke geest en de goddelijke geest, waar we straks nog verder op in zullen gaan. In de goddelijk geest van de mens zijn alle eigenschappen van de oer-informatie, van de logos, als potentie in tact gebleven, waarbij de verschillen tussen de mensen door een verschillende structurele configuratie van deze eigenschappen tot stand zijn gekomen.

In de menselijke geest en in de groepsgeest van dieren daarentegen en in het archetype van de planten zijn niet alle eigenschappen van de logos, maar steeds slechts afzonderlijke, specifieke eigenschappen vertegenwoordigd, die dientengevolge sterk op de voorgrond treden.

Bewustzijn en vorm zijn afhankelijk van de incarnatie van de geest

De omvang van de incarnatie van geest en ziel bepaalt zowel het bewustzijn als ook de vorm van het lichaam en de ziel. Daarom gaan we deze vraag bij de drie natuurrijken mens, dier en plant nader beschouwen.

1. Mens

Bij de mens zijn zowel de ziel als ook de menselijke geest volledig in het lichaam geïncarneerd, waardoor de mens niet alleen bewustzijn, maar ook zelfbewustzijn heeft. Hij is in staat zichzelf van buiten af als een vreemde te bekijken. Bij de mens moeten we, zogezegd, twee soorten geest en ziel onderscheiden; de menselijke geest en de goddelijke geest.

De menselijke geest bestaat uit drie delen: het eerste deel hebben alle mensen gemeenschappelijk, want de mens is een biologische verschijningsvorm, een hogere diersoort en heeft in zoverre, zoals alle diersoorten, een groepsgeest, die de functies en de zelfhandhaving reguleert. Het tweede deel van de menselijke geest bestaat uit de persoonlijke ervaringen, inzichten en wereldvoorstelling van de mens. Het derde deel bestaat uit de essentie van de voor-geboortelijke ervaringen. De eerste beide delen van de menselijke geest worden normalerwijze gerekend tot het menselijke “ïk”, het derde deel als het onderbewuste.

De goddelijke geest daarentegen is datgene wat de individualiteit en de eenmaligheid van ieder mens bepaalt. De problematiek in samenhang met de goddelijke geest bestaat daarin, dat hij in het actuele ontwikkelingsstadium van de mens nog niet over een geschikt lichaam beschikt, waar hij zich in kan uitdrukken. Daarom stuurt hij zijn impulsen naar de natuurlijke, menselijke ziel, waardoor het daar tot een vermenging van tegenstrijdige impulsen komt.

Waarom wordt dat een probleem? De goddelijke en de menselijke geest werken uit volledig verschillende dimensies. De menselijk geest heeft de opdracht, het menselijke lichaam binnen de tijd en ruimte te handhaven en de optimaliseren. De goddelijke geest daarentegen werkt uit een dimensie die buiten tijd en ruimte ligt. Het natuurlijke bewustzijn is gebonden aan energie en materie, en is daarom begrensd door tijd en ruimte, het (goddelijke) geestelijke bewustzijn is daarentegen onbegrensd, omdat zijn oorsprong in de zuivere informatie ligt, die noch een energetische, noch een materiele drager heeft.

Als het begrensde vermengd wordt met het onbegrensde ontstaat een spanning, een conflict. De oorsprong daarvan kan noch op het natuurlijke noch op het geestelijk bewustzijn teruggeleid worden, maar slechts op de vermenging van deze beide.

Door de vermenging van de geestelijke met de natuurlijke principes ontstaan de drie fundamentele “verzoekingen” van het menselijke handelen, waarop zonder uitzondering elk conflict zowel in de mens zelf als ook tussen de mensen onderling teruggevoerd kunnen worden:

  • Het buitensporig streven naar bezit
  • Het buitensporig streven naar erkenning en eer
  • Het buitensporig streven naar macht

Niet het streven naar bezit, erkenning en macht op zich is problematisch, want ze zijn alle drie nodig om te kunnen overleven voor de natuurlijke mens. Alleen de buitensporigheid verschaft het bekende probleem, het geweld en het kwaad, dat we zo goed kennen. En de overdaad ontstaat doordat het natuurlijke bewustzijn, dat beperkt wordt door tijd en ruimte, de impulsen uit de verborgen sfeer van het tijd-ruimte-loze bewustzijn probeert om te vormen. Daardoor wordt de op zich gezonde egocentriciteit, die noodzakelijk is om te kunnen overleven, hypertrofisch en leidt tot een psychologische, sociale ecologische catastrofe.

2. Dier

Bij het dier is de ziel meer of minder geïncarneerd, dat wil zeggen in het lichaam zelf. Daarom hebben vooral de hogere diersoorten bewustzijn, niet alleen in de betekenis van instinct, maar ook van gevoel en deels ook in eenvoudige denkpatronen. De geest, ook wel de groepsgeest genoemd, is bij het dier echter nog niet geïncarneerd, het bevindt zich buiten het wezen en omvat alle dieren van dezelfde soort. Daarom hebben de afzonderlijke dieren van een soort nog geen individualiteit zoals de mens, ze vormen in zekere zin gezamenlijk een enkel individu. Uitzonderingen vormen huisdieren, die een beperkte individualiteit kunnen bereiken, die echter niet gebonden is aan het dier, maar tot stand komt door de overdracht van eigenschappen van de betrokken personen. De groepsgeest werkt vormgevend op de lichamelijke gestalte en op de individuele, karakterologische gedragingen van een diersoort.

3. Plant

Bij de plant werkt het geestelijk principe van een botanische soort van buiten af op het lichaam en maakt zo de vorm. Het geestelijk principe van de plantensoort wordt o.a. aangeduid als het archetype van het plantenwezen en beantwoordt aan een kosmische structuur of constellatie. Tijdens het ontkiemen van het zaad in de vochtige aarde oriënteert het erfgoed zich, het DNA ,in de richting van de erbij passende kosmische constellatie en vormt het een verfijnde band tussen de plant en het archetype. Deze band verbindt de plant zijn leven lang met het archetype en kan daarom benoemt worden tot plantaardige ziel. Zowel het archetype als ook de genetische informatie, het DNA, werken bij het vormen van de plant nauw samen. Waaruit bestaat het verschil in functie bij deze beide vormende principes? Het DNA bevat de genetisch informatie voor het vormen van alle substanties, die nodig zijn voor de stofwisseling en de opbouw van het lichaam en het archetype bouwt uit deze substanties de uiterlijk vorm van de plant.

De uiterlijke vorm wordt dus niet door de genetische informatie gevormd, zoals de wetenschap aanneemt, maar door het archetype.

Om deze reden wordt het duidelijk, dat het archetype van een plantensoort, dus het wezen van de plant, in de natuurkundige vorm, dat wil zeggen de handtekening, tot uitdrukking komt. Daarom is het principieel mogelijk op grond van de handtekening van de plant de geestelijke werking van een plant vast te stellen.

In het tweede deel van dit artikel beschrijven we een voorbeeld voor de samenhang tussen wezen en systeem. Daaruit kunnen we dan de overeenkomst met de menselijke geest vast stellen en de genezende werking van de plant duidelijk maken.

( Wordt vervolgd in deel 2)

back to home pdf share