Seeker

Boeken bevragen? Of de sterren?

back to home pdf share

Sinds mensenheugenis waart er in ons een gevoel van tekortschieten rond, van onvolkomenheid en onvolledigheid. Misschien roert het zich doordat wij onszelf en ons functioneren in de wereld beschouwen en onze fouten beleven, en hun gevolgen. Misschien ontspringt het ook aan een diep gewortelde overtuiging dat de mens op een of andere manier de volmaaktheid kan bereiken.

Vandaar de wens, aan zichzelf te werken overeenkomstig het beeld dat wij ons van de volmaaktheid scheppen. Dit beeld kan van binnenuit komen of het wordt ons van buiten opgedrongen, bijvoorbeeld over hoe we eruit zien, of er wordt ons een bepaald soort gedrag opgedrongen. Daarbij letten we er meestal niet op of de gedragsnormen overeenstemmen met onze innerlijke waarheid. We hebben niet geleerd naar onszelf te luisteren, naar het weten dat uit het innerlijk stil-zijn voortkomt. Als we ons forceren naar een norm die overeenkomt met de verwachtingen van anderen, doet dat denken aan de zusters van Assepoester, die hun voet forceerden in het glazen muiltje.

 

Het moeilijkst is het wel om te accepteren wat is. Meestal zijn we het niet eens met onze verschijning of met onze staat van bewustzijn of met dat wat zich op het moment voordoet. De gevolgen zijn angst, nervositeit, een gevoel nog iets te moeten bereiken, te moeten leren, verwerven, opstapelen. Het is het voortdurende zoeken naar een imaginair ideaal. We letten dan niet op dat wat zich juist nu voordoet. We verwaarlozen het zelf dat juist nu tot ons spreekt, we verwaarlozen ons lichaam, ons verstand, onze gevoelens, zoals ze zich juist nu, op dit moment voordoen. We lopen in een val die ons verstand voor ons opstelt. Het is alsof we een pasgeboren kind geen liefde en aandacht schenken omdat we bezig zijn met de gedachte hoe we het ooit zullen liefhebben als het volwassen is.

We laten ons wegtrekken in het verleden of in de toekomst, in abstracte overwegingen, genoegens, in werk dat ons wacht. Van dat wat ons ‘nader is dan handen en voeten’ zijn we ons niet bewust: van het goddelijke dat in ons is en tot ons spreekt, door het lichamelijke heen en vaak met behulp ervan.

De esoterische wijsheid leert ons dat de geest het leven is en dat wij het resultaat zijn van zijn scheppende gedachte. Ons lichaam is een geschenk en werktuig op de weg van zelfkennis. Als we naar het lichaam luisteren, als we ons daarin invoelen, ermee in contact treden, ook met de delen van ons die geblokkeerd zijn en pijn lijden, ontdekken we onder andere hoezeer ons verstand zich van de scheppende geest heeft verwijderd. Het zich onwel-voelen van het ene lichaamsdeel is het beeld van een vervorming die niet meer overeenkomt met de waarheid en de voorstellingen van het geestelijke. Dat is geen reden onszelf te veroordelen; het is een signaal van het lichaam, om valse voorstellingen op te lossen en de innerlijke waarheid te naderen. Zij heeft ons voortgebracht in onze gestalte en zij werkt voortdurend verder in ons. Als we haar naderen, worden we van liefde vervuld.

Ons actuele zijn niet te aanvaarden, betekent lijden. Om ons af te stemmen op de volmaaktheid hoeven we niet te trainen of onszelf te kwellen. We hoeven ons ook geen wijsheid van buiten toe te eigenen en hoeven geen techniek te oefenen. Het gaat er veel meer om te luisteren naar de wijsheid van ons hart, naar de wijsheid van het tegenwoordige ogenblik en de wijsheid van ons lichaam. Daarvoor is nodig: stilte en ontvankelijkheid.

Lao Tse zegt:

Wie aan studie doet, wordt elke dag meer.

Wie de Weg beoefent, wordt elke dag minder, tot niet-doen wordt bereikt. [i]

Alle technieken die ons geleerd worden voor de omgang met onszelf, behoren tot de rijkdom van degene die ze onderwijzen. We kunnen ons erdoor laten inspireren, maar we moeten voorzichtig zijn, want het gaat erom ze in overeenstemming te brengen met onze innerlijke waarheid. Vaak imiteren we andere mensen en hun methoden en zien niet dat dit een schaduw, een reflectie, een kopie is – in plaats van de levende waarheid van het tegenwoordige ogenblik. Iedere nabootsing, iedere herhaling van technieken overschreeuwt de wijsheid van ons hart, de levende wijsheid van het Nu. Alle wereldbeschouwingen zijn een poging de onuitsprekelijke waarheid in een theorie te dwingen. Eckart Tolle wijst erop dat als we bijvoorbeeld een vogel zien of horen, ons verstand mag zeggen dat het om een merel of een mees gaat en dat we daarmee tevreden zijn. De meerdimensionaliteit, de diepte en waarheid van het wezen ‘vogel’ en dat wat juist nu gebeurt, dringt dan niet tot ons door. We zijn tevreden met etiketten, in plaats van de werkelijkheid te proeven.

Waar we aan moeten werken is de onvoorwaardelijke acceptatie van het tegenwoordige ogenblik en het begrijpen van de diepere wijsheid die uit iedere ervaring voortkomt. Dat betekent elke dag iets loslaten, om leeg te worden, vrij van vooroordelen. Ons lichaam is daarbij een grote hulp. Want zijn oorsprong en zijn concept zijn heilig. Wij kunnen de heiligheid en de wijsheid die erin besloten liggen, omarmen. Pijnlijke plekken in het lichaam kunnen we ervaren en er bewust aandacht en liefde aan schenken. Daar hebben we geen technieken voor nodig. Onze innerlijke wijsheid zal onze wegwijzer zijn. Ons hart, zijn vermogen om te voelen, verbindt ons met de geest die diep in ons leeft, en kan tot inspiratie voor het verstand worden.

Als wij de leiding van het lichaam volgen, zullen we zo volmaakt worden als het beeld en de gelijkenis van God in deze wereld volmaakt kan zijn. De sleutel hiertoe ligt in het vermogen te luisteren naar de wijsheid van het hart, de wijsheid van het lichaam en de wijsheid van het tegenwoordige ogenblik en aan dat wat zij ons zeggen alle respect, alle aandacht en acceptatie te betuigen – met andere woorden: liefde.


Bron:

[i] Laozi Daodejing, vers 48, vertaling Bartho Kriek, uitgeverij Atlas 2010

 

back to home pdf share