boy

Charlie

back to home pdf share

 

Wat is er met je vinger, mam?

vroeg Charlie, kijkend naar zijn boos met haar wijsvinger op en neer zwaaiende moeder, die prompt stilviel na die vraag. Dat was Charlie weer hoor, haar eigenaardige zoontje, zoals ze hem in gedachten altijd noemde. Het kind was pas vier, dus je zou kunnen denken dat het onwetendheid was als hij zoiets vroeg, maar het wekte de indruk van een mengeling tussen onwetendheid en wetendheid. Alsof hij heel goed begreep dat ze er iets dreigends mee bedoelde, maar een onschuldig klinkende vraag stelde om haar te ontwapenen.

Ze zuchtte. Ze had geen idee hoe het kwam dat een van haar kinderen zo ongewoon was uitgevallen. Hij had als baby al heel volwassen en ernstig naar haar gekeken, zodat ze helemaal in de war raakte. Maar ook maakte hij met vier maanden al grapjes! Hij was lief en storend tegelijk, dat maakte het zo ingewikkeld. Hoe kon je nou boos worden op een kereltje dat op z’n derde al zei:

Ik weet wel dat je alleen maar boos wordt omdat je verdriet hebt.

Ze keek hem liefdevol aan. Je kon ook eigenlijk alleen maar van hem houden, van dat ernstige jongetje dat tegelijk een origineel gevoel voor humor had. Maar hij stoorde. Je kon niet lekker onbewust leven met Charlie in de buurt. Dan had ze een gesprekje met de buurman en naderhand zei haar zoontje:

Dat vond ik helemaal niet aardig van je, mam, wat je tegen de buurman zei.

Door dat soort dingen werd ze regelmatig gedwongen naar haar eigen gedrag te kijken en toch was het niet alsof Charlie haar terechtwees. Het was meer alsof hij haar op de rechte weg wees. Nee, nog meer alsof hij haar attent maakte op hoe zij eigenlijk wilde zijn.

Nu ze, na de scheiding, alleen was met drie kinderen, was Charlie nog dichter naar haar toegeschoven, leek het. Hij steunde haar, maar dat hoorde een vierjarige helemaal nog niet te hoeven doen. Charlie kon soms wel een half uur achter elkaar naar haar kijken, zonder iets te zeggen, terwijl zijn broer en zusje om hem heen speelden. Zij waren het gewend en besteedden er geen aandacht aan.

Boris, haar oudste zoon, was een buitenbanjer, die alleen binnenkwam als hij werd geroepen en dan soms nog niet eens. Claar, haar dochtertje van twee, was een schattig krulletjeskind met een hang naar Charlie. Als ze ’s morgens wakker werd, riep ze hem in plaats van haar. Hij was ook bijzonder lief voor haar en knuffelde haar helemaal plat, maar alleen als ze uit zichzelf naar hem toe kwam. Verder liet hij haar spelen.

Sommige mensen werden heel zenuwachtig van Charlie, alleen al van zijn aanwezigheid. Hij keek ze dan bemoedigend aan en stelde een persoonlijk vraagje om hen op hun gemak te stellen. Het had bij enkelen een tegenovergestelde werking. Zo had hij laatst aan haar zus gevraagd of ze zondag naar de kerk was geweest, omdat hij wist dat zij dat erg belangrijk vond. Omdat ze nou net toevallig een dienst had overgeslagen, werd ze rood van top tot teen en stotterde iets onverstaanbaars. Charlie gaf helemaal niets om dat soort dingen en zou heel blij zijn geweest met het antwoord:

Nee, deze keer niet, 

maar om de een of andere reden trof hij altijd net een gevoelig punt met z’n vraagjes.

Nu Charlie vier was, mocht hij naar de basisschool en ze had van tevoren verschillende scholen met hem bezocht. Ze wilde hem inschrijven op de school van Boris, maar dat was niet gelukt. Meneer Slootjes, de directeur, had Charlie begroet door op z’n hurken te gaan zitten, een hand op zijn schouder te leggen en de volgende tekst uit te spreken:

Zo, jongen. Je bent nou zo groot, nu zullen we je maar geen Charlie meer noemen, hè? Nee, wij zeggen Charles!

Charlie, die een uitgesproken gevoel voor gelijkheid had, was ook op zijn hurken gaan zitten en had de man lang aan zitten kijken om uiteindelijk te antwoorden met:

Dan zeg ik meneer Sloot tegen jou.

Toen ze er later met hem over sprak, zei Charlie dat hij had gezien dat meneer Slootjes het heel lief bedoelde. Die dacht echt dat je groot was als je niet meer Charlie werd genoemd en daarom wilde hij hetzelfde doen voor meneer Slootjes. Ze keek hem aan. Hij meende het. Meneer Slootjes daarentegen had het als brutaliteit opgevat. Hij had nijdig gezegd:

Tegen ú!

En, je kon het verwachten: Charlie zei dat meneer Sloot echt geen u tegen hem hoefde te zeggen… Het leek haar beter om een andere school te zoeken en na veel rondzwervingen kwamen ze zowaar een school tegen waar Charlie het heerlijk vond. Ze snapte niet waarom, maar hij ging meteen met de kinderen spelen en keek niet meer naar haar om.

Charlie kwam redelijk ongeschonden door de basisschool heen. Sommige kinderen plaagden hem en noemden hem ‘de professor’, omdat hij zoveel wist en vaak zat na te denken op een hekje in de pauze. Andere keren speelde hij wild mee en lachte net zo hard als zij. Het plagen bestreed Charlie op zijn eigen manier. Eerst vroeg hij zich af waarom ze dat deden. Een jongen had hem geschopt en hij snapte daar niets van. Scheldwoorden begreep hij ook niet, dus moest zijn moeder hem uitleggen dat dat woorden waren waarvan andere mensen hoopten dat je ze vervelend zou vinden. Het was ook raar, want er zaten bijvoorbeeld lichaamsdelen bij de scheldwoorden. Charlie besloot ook scheldwoorden te gaan ontwerpen. Een dag later liep hij rond tussen de plaaggeesten en diende ze elk een uitdrukking toe:

Afgeschoten rotte appel, 

Enge komkommer, 

Slome knie…

Charlies arsenaal kende geen grenzen. Het had een buitengewoon effect. Het schelden stopte acuut.

Er werd wel eens een leerkracht boos op hem. Meestal was dat omdat Charlie iets van een ander kind had gepakt en ermee omging alsof het van hem was. Het was nog niemand gelukt om dat Charlie af te leren. Evengoed liet hij al zijn spulletjes zo aan een ander. Hij scheen geen onderscheid te maken tussen mijn en dijn. Ze dacht wel eens: als iemand Charlies moeder nodig had, zou hij haar zo weggeven. Als iemand boos sprak tegen Charlie, ging hij altijd ergens anders heen. Dat was bovenmate frustrerend voor degene die kwaad op hem was, maar Charlie vond dat zolang iemand zo boos was, hij beter even niet met ze kon praten. Als het dan daarna wel tot een gesprekje kwam, stelde Charlie zich altijd op als een volwaardige gesprekspartner. Dat was even wennen voor de mensen. Er waren leerkrachten en overblijfouders die haar erover opbelden en hun verontwaardiging spuiden. Sommigen vonden het haar fout en verweten haar dat Charlie geen kind was. Tja, wat moest zij eraan doen? Zij wist dat Charlie het alleen maar deed omdat hij gewoon zo wás, en niet om hen te ergeren. Ze kon daar toch echt niet boos om worden, maar de bellers wilden dat ze Charlie strafte.

Ik straf nooit,

 zei ze ferm,

en als u boos op hem bent, kunt u dat beter tegen Charlie zeggen, want die is prima in staat om zelf antwoord te geven. Doet u maar gewoon wat u vindt dat u moet doen, en dan doet Charlie wat Charlie nu eenmaal doet. Daar ga ik niets aan veranderen.

Terwijl Boris altijd met z’n hakken over de sloot overging, zonder enige moeite te doen, werd ze voor Charlie regelmatig op het matje geroepen. Ze legde dan uit dat Charlie juist een heel attente, behulpzame jongen was maar dat hij zelf graag besliste wanneer. Hij was niet gehoorzaam, maar wel bereidwillig. Als iemand hulp aan hem vroeg, of gewoon hulp nodig had, was Charlie onmiddellijk ter plekke. Als iemand iets gedaan wilde krijgen van Charlie, zou hij dat zeker doen zodra hij er het nut van inzag. Ze hoefden alleen maar respect te tonen… Dat kwam niet aan en ze begreep best dat de leerkrachten niet wisten hoe ze met Charlie om moesten gaan. Hij liet zich nooit haasten, dacht soms lang na voor hij antwoordde en zei tegen iedereen ‘je’. Als iemand hem een persoonlijke vraag stelde, bijvoorbeeld:

Wat wil je later worden?

dan zei hij:

Draak,

of:

Een man

en als ze vroegen wat zijn vader deed, zei Charlie dat dat ieder moment iets anders was.

Misschien zit hij nu, 

zei hij,

dat kan ik niet zien.

Charlie tekende heel mooi, maar raakte van z’n stuk als er werd gevraagd hoe hij daartoe gekomen was. Hij bedacht niets van tevoren, begon gewoon te tekenen. Toen Charlie zijn eerste spreekbeurt moest houden, had hij het onderwerp ‘oorlog en vrede’ gekozen en hield hij een uitgebreid betoog, met voorbeelden, van oorlogen die uiteindelijk alleen maar hadden geleid naar nieuwe conflicten. Niemand geloofde dat Charlie dit zelf geschreven had en hij kreeg een dikke onvoldoende. Er kwam een hele rel en Charlie zag er helemaal wit van. Hij verdedigde zich niet en kreeg alleen een lading woede over zich heen. Zijn moeder gaf het op om uit te leggen hoe Charlie in elkaar zat. Charlie was oud, en vooral wijs genoeg om zichzelf te helpen. Wijzer dan zij…

Op een dag was het zover: een brief van de leerplichtambtenaar. Gelaten meldden moeder en zoon zich bij de balie. Tot grote verrassing van beiden kwam er een frisse jonge vrouw naar hen toe, die Charlie een paar vragen stelde. Ze keek even naar zijn gebogen hoofd en vroeg hem toen:

Wil je van school af?

 Charlie keek verrast op en zei:

Ja, graag!

Van mij mag je,

sprak de leerplichtambtenaar en:

Ik ga het meteen regelen.

Charlie ging van school en bekwaamde zich op zijn eigen manier in zelfstandig leven. Hij vroeg nooit hulp, leerde van alles en nog wat met zijn handen te doen, verdiepte zich alleen in wat hij interessant vond en deed verder een poos niets. Zijn moeder liet hem begaan, overtuigd van zijn capaciteiten en zijn lot. Dat riep vervolgens weer heel veel weerstand op van andere mensen, maar haar huid was nu dikker en ze haalde haar schouders erover op. Sommige mensen weten zelf het beste hoe ze moeten leven, dacht ze, ook al zijn ze nog zo jong. Ze keek naar Charlie, die nooit Charles wilde worden, en hield zo veel van hem dat ze spontaan een kus op zijn kruin drukte. Die kus ging door het hele huis. Claar begon te lachen en Boris, die de tuin opknapte, keek om en maakte aanstalten om binnen te komen. Ze wist opeens waarom juist zij zo’n ongewoon kind had gekregen.

 

back to home pdf share