clock

De ervaring van de wereld als een “binnen” – Deel 4

back to home pdf share

Naar  part 3

 

G.F. Ik zou je graag, Wolfgang, nog een andere vraag willen stellen, die eveneens betrekking heeft op de toekomst. Je hebt in je boeken met de titel Zeitbindung in Natur, Kultur und Geist aan het einde een aanwijzing gegeven, die de drie-éénheid opnieuw belicht. De drie-éénheid heeft volgens  onze traditie een religieuze inhoud: Vader, Zoon en Heilige Geest. Je hebt dit woord in relatie gebracht met het verleden, heden en toekomst. In zoverre ik het begrepen heb, zeg je: Daar ligt de oorsprong van het Vader-aspect, het verleden van de mensheid waaruit we voortgekomen zijn. Dan is er nog het Zoon-aspect. Door hem komt het heden bij ons binnen, zo interpreteer ik het in ieder geval, en we kunnen door de impuls van de Zoon tot een nieuwe werkzaamheid komen. Als we op deze impuls reageren en ons leven daarop af stemmen, wordt het Heilige Geest-aspect werkzaam, die de juiste stap naar de toekomst mogelijk maakt. Kan je dat nog wat meer toelichten?

Tijd en het heden

W.S.: We bevinden ons immers in een natuurwetenschappelijk rationalistisch tijdperk. Daarbij hoort de zienswijze van een lineair aflopende tijd, die maar één dimensie heeft, een tijd  die steeds maar verder voortschrijdt en in de wereld na-elkaar verloopt. Het wordt de Newtontijd genoemd. Als je hem als een tijdspijl beschrijft, wordt hij ruimtelijk weergegeven als een lijn. In elk tijdsdiagram van de natuurkunde, de scheikunde en biologie bestaat de T-lijn, van tempus = de tijd. Op deze lijn kan je uitmeten hoe lang het verleden tot nu toe geduurd heeft, en men kan uitmeten, hoever men zijn verwachtingen in de toekomst kan plannen.  Als je echter gaat vragen of je de duur van het heden ook kan meten, dan is deze in de Newtontijd nul, namelijk het minuscuul, oneindig kleine verschil tussen verleden en toekomst. Elk moment wordt de toekomst weer verleden tijd. Als ik me dat tot in elk afzonderlijk deeltje probeer voor te stellen, dan staat het oneindig kleine, gelijk aan nul. Dat wil zeggen, dat het heden in deze lineaire tijd helemaal niet bestaat, ik kan het niet kwantitatief noemen, ik kan het alleen als nulpunt benoemen, het punt waarin het verleden en de toekomst elkaar ontmoeten, maar een punt heeft immers geen vermogen  tot uitzetting. Het heden heeft hier geen mogelijkheid groter te worden.

Heden en ritme

Wat is echter het heden? Daarover bestaat een uitstekende neurologische studie door de  neuroloog Ernst Pöppel uit München, die aantoont, dat de levensprocessen in de hersenfuncties duidelijk verschillende ritmes hebben, dat de tijd daar dus ritme heeft. En alleen door het ritme wordt het mogelijk het heden te ervaren. Dit ervaren betekent echter , dat het heden niet alleen een nul is, maar dat er ook een zekere tegenwoordigheidsduur is.  Ik wil dit hier nu niet tot in alle details uitleggen, maar wil er een vraag aan vastknopen. Als het heden door ritme mogelijk wordt, dan moeten we ons afvragen, wat ritme is. En dan komt men tot een wonderbaarlijke oplossing.

Want ritme is herhaling, er vindt dus bij elk ritme een herhaling van het verleden plaats, een zich voor de geest halend verleden van wat er reeds eerder was. In de herhaling wordt het verleden opnieuw uitgesproken in het heden. Dat bestaat echter ook in het stampen van de machine, daar wordt ook steeds de voorafgegane fase herhaald, maar hierbij is de maat steeds in gelijke afstanden en gelijke eenheden verdeeld, zowel wat frequentie als amplitude betreft. In het leven daarentegen is geen enkele fase gelijk aan de voorgaande, is geen enkele periode helzelfde als de vorige. Iedere hartslag is, precies gemeten, anders dan de voorgaande, elke ademtocht, is precies gemeten, anders dan de vorige. Er is geen fysiologisch proces, dat niet oscilleert, niet slingert, dus in  de maat loopt. In het levensproces vindt geen maat plaats, maar ritme.

Verleden en heden in het ritme

Bij het ritme wordt het verleden niet alleen in een zekere lengte herhaald, maar die verandert voortdurend. In de volgende periode gebeurt de herhaling anders dan in de voorgaande periode. Dat wil zeggen, in het ritme bestaat een openheid voor het onvoorziene, de toekomst. Door deze openheid van het ritme wordt een toekomst mogelijk die je voor de geest kunt halen. En zo laat zich nu goed beschrijven dat de levensprocessen niet alleen als een herhaling plaatvinden, maar tegelijkertijd ook in de openheid van de nog niet vastgelegde toekomst. Ik kan de duur van een fase of van een hele periode van het ritme steeds nauwkeurig meten, maar deze periodes zijn niet steeds gelijk, maar veranderen voortdurend, echter niet zo dat het onherkenbaar is in vergelijking met het verleden. De herkenbaarheid van het verleden blijft in stand, maar de toekomst werkt in elke periode mee. En dat zorgt ervoor dat ik tot een ander tijdsbegrip kom.

De “gecondenseerde tijd” – tijdsintegratie

Het bestaat niet meer in de lineaire Newtontijd, maar in de “gecondenseerde tijd” van het verleden, heden en toekomst. Dat heb ik tijdsintegratie genoemd. Het is een basisproces, waar ik ook biologische processen kan afzetten tegen de dode chemische en natuurkundige processen van het anorganische rijk. Het anorganische rijk kent weliswaar veranderende functies, maar slechts in één richting, namelijk, bijvoorbeeld, het verroesten, dus het verslijten. Het kan zichzelf niet regenereren. Het wonderbaarlijke van het leven is, dat de organische processen kunnen regenereren, zolang ze leven, omdat ze blijkbaar niet alleen afhankelijk zijn van het verleden.

Om nu de vraag te benaderen over de drie-eenheid, moeten we niet alleen de biologische mens, maar ook de culturele mens in ogenschouw nemen. Hier zou ik de nationaaleconoom Wilhelm Röpke willen aanvoeren. Hij had een leerstoel aan een universiteit in Duitsland, werd door Hitler verdreven en emigreerde naar Zwitserland. Daar kreeg hij een leerstoel in Geneve en schreef zijn belangrijkste boeken. In een van hen, met de titel Die Gesellschaft der Gegenwart (De maatschappij van het heden) onderzoekt hij het begrip 'heden' in de maatschappij, in de cultuur. En hij komt tot een prachtige ontdekking, dat een maatschappij namelijk alleen dan een culturele maatschappij is, als ze de vruchten van het verleden niet verliest, maar verder doorgeeft. Uit het verleden leren, behoort tot elke cultuur. Het is echter niet genoeg, het verleden te bewaren, maar het moet steeds ook iets van een cultuur, die in de toekomst ontwikkeld gaat worden, in de kiem in zich dragen.

Een cultuur is dus alleen levend, als de cultuur van het verleden, heden en toekomst tegelijkertijd aanwezig is.

Als dat in een maatschappij voorhanden is, is ze gezond.  Dat betekent, dat Röpke de tijdsintegratie ook voor het culturele leven als fundamenteel ontdekte. Daarom kan men bij cultuur ook van cultureel leven spreken, omdat ze leeft – door de tijdsintegratie.

G.F.: Dat klinkt allemaal heel abstract, als de toekomst nu al in het actuele moment geleefd moet worden. Wat betekent dat dan? Wat is het, wat beleefd wordt als actuele toekomst? Men kan toch alleen zeggen, dat dat een nog niet ontvouwde potentie is, een diepte, die in ons menszijn rust en ook in de gehele natuur. En alleen daarom kan de toekomst ons tegemoet treden, omdat er in ons een mogelijkheid schuilt, die wij nog kunnen gebruiken, zodat er altijd hoop bestaat.

Verleden en heden in het nu

W.S: Een vroeger heel bekende journalist, Robert Jungk, had een boek geschreven met de titel: De toekomst is al begonnen. Hij beschrijft daarin de eerste atoomonderzoekers en nucleaire technici en  typeert vooral deze nucleaire technici als de toekomst. Over de inhoud van dit boek ga ik het niet hebben, maar ik wil alleen wijzen op de titel.  De toekomst is inderdaad in het heden al begonnen, en dat  bedoelde Wilhelm Röpke ook. Dat was voor mij als antroposoof heel erg interessant. Steiner beschrijft in een voordracht, wanneer we in onze hedendaagse tijd gezond leven. Onze cultuur is de nieuwe tijd. Die is begonnen met de Renaissance, maar de schatten van de Middeleeuwen en de antieke tijd zijn vandaag nog aanwezig, god zij dank. De tijd van nu bestaat uit de middeleeuwse religiositeit en de in de antieke tijd ontwaakte wetenschap, die wij van de Grieken hebben overgenomen. Deze schatten mogen niet verloren gaan. Een cultuur is alleen dan gezond, als de schatten uit het verleden ook weer die van nu kunnen worden. Dat gebeurt vooral door het onderwijs, de school, de hoge school enz. Daar wordt het verleden steeds weer opnieuw leven in geblazen. Maar het is erg, als het daar alleen bij blijft. Tot een cultuur behoort ook, dat de toekomstige cultuur, die alle mensen hopelijk ooit eens zullen omvatten, in het klein nu al aanwezig is. Anders is de actuele cultuur niet gezond.

Wie daar ook feeling voor had, was Friedrich Nietzsche, hoe ambivalent hij ook mag zijn. Hij gaf een geschrift uit met de titel: Niet bij deze tijd passende overdenkingen. Met deze titel geeft hij aan, dat het overdenkingen zijn, die de moeite waard zijn, die nu niet meer als in de tijd passend, gezien worden, die de hedendaagse openbare tijdgeest dus afwijst, maar die toch de kiemen van de toekomst in zich dragen, die we nodig hebben. Ze zijn veel machtiger dan we denken. Daarmee komen we tot de vragen over pessimisme en optimisme.

G.F. Ben jij een pessimist, wat de toekomst betreft?

Het potentiaal van de toekomst

W.S.: Er is een boek, geschreven door  Peter Ludwig, uitgegeven in 1991 in Stuttgart, met de titel: De zichzelf vervullende profetie van het alledaagse leven. Ludwig wijst hier op het feit, dat van de profetieën, die we over de toekomst maken, veel meer tot werkelijkheid komen dan we denken.

Van de beelden, die we van de toekomst maken, gaat een intensieve werking uit. Hij noemt een groot aantal voorbeelden op uit het dagelijks leven. Ik wil graag een ervan aanhalen: Er was ooit in Californië een experiment, dat op de radio uitgevoerd werd. Er werd gewoon bewust melding gemaakt, zonder reden, dat de benzine waarschijnlijk krap zou worden. Daarop reden talloze bewoners uit Californië naar het dichtstbijzijnde benzinestation en vulden daar niet alleen hun autotank, maar ook nog de  jerrycans, zoveel ze maar konden – met het gevolg dat de benzine inderdaad krap werd.  

De uitspraak, dat de toekomst als mogelijkheid, als potentie er nu al is en ook gebruikt kan worden, legt de basis voor optimisme en laat een zwartgallige stemming oplossen. En het is heel belangrijk, dat men in zijn jeugd over deze mogelijkheid iets hoort, want we hebben in de jeugdgeneraties hele golven gehad, waardoor ze in een  zwartgallige stemming kwamen. De toekomstverwachtingen, die in de ziel van de jongeren opbloeien, en de vraag:

Wat ga ik met mijn leven doen? 

kan eindigen in de een of andere treurigheid. Dit kan voorkomen worden, door erover te spreken, door te zeggen, dat de toekomst er al is.

De toekomst is juist ook in jullie aanwezig, beste jonge mensen. 

Elk kind, elke jongere, elk jong mens is al een biologisch aanwezige toekomst en pas echt op ziele niveau, op geestelijk en cultureel niveau. Hem dat duidelijk te maken en hem niet door de traditie vast te leggen op het verleden, brengt pas vrije ruimte in de menselijke biografie.

G.F. Heel erg hartelijk dank, Wolfgang, voor dit interview. Ik vind echt je uitspraken aan het einde van het allergrootste belang, want er wordt ook een enorm pessimisme verspreid met betrekking tot dat, wat  de mensheid en de wereld kan overkomen. Maar we hebben een potentie in ons, een potentie die nog lang niet uitgeput is en die jonge mensen hopelijk zullen gaan gebruiken.

back to home pdf share