Sterrenbeeld

De Golem - Deel 2 – Het Heden

back to home pdf share

Terug naar deel 1

In het eerste deel van ‘De Golem’ zagen we dat the thema’s identiteit en imitatie een grote rol spelen in de epische menselijke reis door de verschillende levensvelden.

Nemen we nog een vertelling uit de Griekse mythologie, die deze thema's mooi illustreren. Dit keer handelt het om Phaethon, een zoon van de zonnegod Helios. Maar deze jongeling twijfelde eraan of Helios werkelijk zijn vader was en begaf zich aldus naar zijn paleis. Hij wist zijn vader te bewegen een eed te doen. Helios beloofde dat hij zijn zoon alles zou toestaan, wat deze van hem zou verlangen. Nu wenste Phaethon, tot grote schrik van zijn vader, voor een dag de zonnewagen te besturen. Helios probeerde zijn zoon van zijn dwaze voornemen af te brengen, door hem de gevaren te schilderen. Maar Phaethon hield voet bij stuk en uiteindelijk moest Helios, gebonden door zijn eed, de wens van zijn zoon inwilligen. En aldus geschiedde het dat de jongeling opsteeg uit de poorten van het oostelijk zonnepaleis. Maar al snel bleek de angst van zijn vader gegrond, want Phaethon kon de vier vuurspuwende paarden niet in bedwang houden, en dus week de zonnewagen af van de voorgeschreven hemelbaan. Dit resulteerde in grote verwoestingen op aarde: enorme branden verrezen en rivieren verdampten. Daarop verhief de godin van de aarde klagend haar stem tot de oppergod Zeus. Deze greep in en maakte met een van zijn bliksemschichten een einde aan de roekeloze tocht van Phaethon. De jongeling stortte neer uit de hoogte en overleefde de catastrofe niet.

Wat als eerste opvalt is dat Phaethon twijfelt aan zijn afkomst. Hij bevindt zich dus in een soort identiteitscrisis en dat leidt tot een serie gebeurtenissen met een fataal einde. We moeten weten wie we zijn, om het juiste pad voor ons te kunnen ontdekken. We moeten onze afkomst kennen, om ons lot in eigen hand te nemen. Daarom was het axioma ‘Mens ken uzelve’ gegraveerd boven de voorhof van de tempel in Delphi. En het is juist dit gebrek aan zelfkennis dat ons drijft in de machtige armen van een wereld vol van illusie. We kennen onze ouders, maar van onze hemelse Vader zijn we onwetend. We zijn bekend met onze mensenrechten, maar onze goddelijke rechten zijn ons vreemd. Wat weten we van de goddelijke erfenis die ligt verborgen in het centrum van ons wezen? Wat weten we van de microkosmos waarin we leven?

Deze twee Griekse mythen beschrijven een deel van de geschiedenis van de mensheid. De goddelijke mens koos een pad dat hem in de kluisters van de materie deed belanden. Hij ging ten onder in de stof, kon zich niet meer openbaren en verzonk in een doodsslaap. Hij verkocht zijn hemelse geboorterecht aan het rijk van de immer veranderende elementen. Misschien zeg je: “Is deze oude geschiedenis nuttig voor ons? Is het nier beter om in het heden te leven?” Ja, dat is het inderdaad. Het Lemurische continent is reeds lang geleden door de golven verzwolgen; het is gevold door het Atlantische tijdperk en daarna door de Arische era waarin wij nu leven.

Honderdduizenden jaren zijn verstreken. De grove Lemurische persoonlijkheden hebben zich door de tijdvakken heen ontwikkeld tot de mens van nu. De stoffelijke persoonlijkheid is geëvolueerd en is nu uitgerust met een eigen intelligentie en bewustzijn. De trotse hedendaagse mens - wij dus - noemt zichzelf ‘de kroon der schepping’. Maar het is een kroon van blik, met akelig scherpe randen, en de diamanten zijn van glas. Onze intelligentie? Ons bewustzijn? Zijn zij niet driedimensionaal, ik-centraal, gericht op onze eigen winsten en genoegens, en laten zij geen spoor van verwoestingen achter zich, net zoals Phaethon deed?

 

Misschien ben je het niet eens met deze conclusies. Misschien vind je ze extreem en beledigend. Reeds in Lemurië was er een tweedeling tussen de groep die het gevaar van de ingezette neerwaartse ontwikkeling inzag: zij werden de ‘Zonen van het Licht’ genoemd. De andere groep, de ‘Zonen van de duisternis’, ging voort met het experimentele optreden in de stoffelijke wereld, zij geloofden in dit pad van involutie.

De zonen van de duisternis zijn sindsdien altijd voortgegaan met hun streven een perfecte stoffelijke persoonlijkheid te ontwikkelen. Denk niet dat deze ‘zonen van de duisternis’ slechte mensen of misdadigers zijn: een deel van hen is geïnspireerd door de hoogste idealen. Denk bijvoorbeeld aan het uitroeien van alle ziekten die het menselijke lichaam teisteren. Alleen het probleem is dat zij het onmogelijke willen bereiken. Zij proberen de hemel op aarde te realiseren. In plaats van het streven naar een geestelijke wedergeboorte, graven zij dieper in het moeras van de materiële wereld.

Vanwege deze voortgaande gerichtheid op de materie, wordt nu, in onze tijd, een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan het oude boek van de ‘golem’. Om dieper inzicht in dit onderwerp te verkrijgen, moeten we iets weten van de twaalf krachten die de wereld waarin wij leven regeren. Het zijn de twaalf toonaangevende ideeën van het stoffelijke levensveld. Deze krachten worden de twaalf eonen genoemd: zij vertegenwoordigen twaalf ideeën, twaalf begoochelingen, twaalf pogingen om de stoffelijke wereld in een paradijs te veranderen.

In het derde deel van ‘De Golem’ zullen we proberen dieper door te dringen in de doelen van de eonische krachten en hun aspiraties in de materiële wereld.

Naar deel 3

 

back to home pdf share