Maat

De megasamenleving

back to home pdf share

Een beginnende samenlevingen ontwikkelt sociale samenhang. Als de samenleving groeit is regulering nodig om de stabiliteit te handhaven. Welke rol speelt een god in het proces van maatschappijontwikkeling? Recent onderzoek[1] naar meer dan 400 complexe maatschappijen die in de afgelopen 10.000 jaar tot ontwikkeling zijn gekomen wil antwoord geven op deze vraag. Doel van het onderzoek was om te achterhalen of eerst een complexe maatschappij ontstaat en er dan moraliserende goden worden geïntroduceerd of andersom, dat goden vooraf gaan aan maatschappijvorming. Een soort kip-ei situatie ten aanzien van het ontstaan van god en maatschappij.

Goden volgen de maatschappijontwikkeling, zo blijkt. Betrokken wetenschappers trekken de voorzichtige conclusie, dat een moraliserende god nodig is om regels te rechtvaardigen die van boven of buiten de maatschappij komen. In het boeddhisme is het de wet van karma die als bovennatuurlijk straf een corrigerende werking heeft. De Egyptische god Maät (2800 vc) is de vroegste godheid met een moraliserende functie. Maät wordt later gevolgd door Sjamasj (2200 vc) en Ahura Mazda in Perzië (500 vc). Deze goden ontwikkelden zich in samenlevingen met meer dan een miljoen mensen. Deze worden daarom in het onderzoek megasamenlevingen genoemd.

 

Het raadsel van de mensheid

Een andere interpretatie van de gegevens is dat de mens zich op een zeker moment in de ontwikkeling van de samenleving bewust wordt van een hogere geestelijke macht. Door bewustzijn openbaart deze geestelijke macht zich aan de zich ontwikkelende samenleving. Er komt voor de individuele mens ruimte voor zelfreflectie en de mogelijkheid om innerlijke drijfveren te ontdekken die van voorbij de zintuigen komen. Drijfveren die door goden geïnspireerd en beïnvloed worden. Een potentieel van drijfveren dat uitgaat van de latente geestelijke mogelijkheden van de mens. We draaien het hier dus om. De samenleving verzint geen god ten behoeve van een moraal en handhaving van regels. Deze moraal komt uit de mens zelf en verbindt zich met levensgolven die deze hogere moraal als eigenschap bezitten. Het beeld van deze hogere levensgolf als prototype wordt als god aangeduid.

In de geest van deze god is de mensheid een eenheid. Een collectief van bewustzijn en ervaring dat zijn plaats inneemt in de ontwikkeling van de samenleving. Een groep van bewuste mensen met een hoger bewustzijn van eenheid van de gehele mensheid. Dat hogere bewustzijn wordt in de gnostieke leer Christus genoemd. De kern van iedere individuele mens behoort in de eenheid van de Christus, kan daar niet los van worden gezien.

Deze geestelijke kern kan zich echter van de eenheid afzonderen en zijn eigen weg kiezen. De mensheid openbaart zich dan in de veelheid. Het lichtende beginsel fragmenteert in deze veelheid. Ieder mens schept op deze manier zijn eigen versie van het universum met een enkel deeltje van de lichtende waarheid. De overige mensheid mag daar zijn plaatsje innemen als een projectie van de schepping in een egocentrische versie van het universum.

Het wereldbeeld uit de quantum fysica geeft ons hierdoor een raadsel. Er is een model gemaakt op basis van de allerkleinste deeltjes die bekend zijn. Het model geeft aan hoe deze deeltjes zich gedragen en zo onze werkelijkheid vormgeven. Het model verklaart alles, tot het moment dat de mens de werkelijkheid probeert waar te nemen. Dan werkt het model niet meer. Er zijn twee theorieën die dit fenomeen trachten te verklaren. De meest gangbare theorie is dat het systeem instort op het moment dat de mens dit waarneemt. Een vrij recente theorie is dat het model meerdere werkelijkheden beschrijft, die allemaal gelijktijdig plaatsvinden. Door de mens wordt slechts een enkelvoudige realiteit waargenomen, terwijl het model alles beschrijft.

Vanwege dit dilemma van de twee theorieën en de altijd onbevredigende uitkomst is er weinig animo voor verder onderzoek. Het is alsof het duidelijk is dat dit teveel aantoont dat de mens een beperkte blik heeft op de werkelijkheid. Dat zijn zintuigen hem zodanig beperken dat de uitkomst als het er echt op aan komt onbegrijpelijk is. Want een heelal dat alleen maar bestaat als iemand het waarneemt laat kennelijk slechts een beperkt aspect zien van de werkelijkheid. Een heelal dat bestaat in een veelvoud aan varianten heeft altijd voorhanden wat nodig is voor de individuele mens. Beide varianten geven aan dat er een schepping bestaat die zich aanpast aan het bewustzijn van de mens. Hoe gefragmenteerder dat bewustzijn, hoe gefragmenteerder het heelal.

 

De globale megasamenleving

De herinnering aan de eenheid is in ieder mens aanwezig. In de eenentwintigste eeuw kan ieder mens hier zijn eigen verhaal van maken. Een mythische voorstelling van de terugkeer tot de eenheid. Dat kan bijvoorbeeld door een voorstelling te maken van een land of een natie die zich van alle andere mensen onderscheidt. Het welbevinden van deze samenleving wordt een hoogste prioriteit voor de leiders hiervan. Heel concreet kunnen we denken aan Donald Trump, die Amerika weer groot en geweldig wil maken, met hulp van god natuurlijk. Dat is een voorstelling van zaken die het tijdens de campagne boven verwachting heeft gedaan. In de regeerperiode blijkt Trump ook nog eens voet bij stuk te houden, tot verbazing van de rest van de wereld. De plannen van Trump krijgen mythische proporties. Wie de wereld van de mythen kent, die weet dat daar altijd strijd uit volgt. Het bouwen van een muur maakt de scheiding tussen deze megasamenleving en alles daarbuiten heel concreet. Een individu als Trump krijgt zijn macht in de groep door iets tot stand te brengen wat de massa zich als ideaal kan voorstellen. In die voorstelling wordt een werkelijkheid gecreëerd die zich gaat bewijzen als realiteit binnen de grenzen van de samenleving. Deze moderne megasamenleving wekt weerzin op bij de overige gefragmenteerde mensheid. Die willen ook een megasamenleving met een hoger ideaal. Dan moet je echter wel een ideaal hebben. Heeft Europa bijvoorbeeld nog een dergelijk ideaal, of is dit vergane glorie? Gelooft er nog iemand in Europa als megasamenleving? Waar is trouwens god?

Het politieke toneelspel lijkt steeds minder bepalend voor de richting van de ontwikkeling van de samenleving. Leuk al die landjes, districten, steden en lagere overheden die hun spelletjes spelen. Het is zeer de vraag of het hier nog wel om gaat. Het is geen geheim dat de vijf grootste bedrijven ter wereld, de “frightful five”, zoveel geld bezitten dat de overheden voor hen slechts hinderlijke begrenzingen vormen voor hun plannen. Denk aan plannen als een kolonie op Mars, een vrije staat voor rijke en hoogbegaafde mensen met gratis vervoer, frisse lucht en geen hinderlijke regels. Het geld is dus in handen van een kleine groep van zeer rijken, die astronomische bedragen te besteden hebben. Het politieke wereldtoneel is voor hen als een poppenspel voor het vermaak van de mensheid. Het zijn de nieuwe goden van de globale megasamenleving van de eenentwintigste eeuw.

De jonge mens van vandaag voelt intuïtief aan, dat de globale megasamenleving een dwangbuis voor de vrije ontwikkeling van het individu begint te worden. Daarom gaat deze jonge generatie zich heroriënteren. Zij worden ook in allerlei ideologieën getrokken van het historisch gegroeide poppenspel, maar zij weten zich steeds meer hiervan vrij te spelen. Zij maken zich meer zorgen om de ecologische grenzen van moeder aarde. Is de aarde de komende decennia nog een leefbare planeet voor de komende generaties? De nieuwe god is moeder-aarde die het ecosysteem van de globale megasamenleving een nieuwe moraal geeft.

 

Samen leven in de eenheid

De eenheid projecteert zich in een gefragmenteerde globale megasamenleving. Het aanschouwen van de projectie is een zintuiglijke beperking als zand in het geestesoog. De eenheid is er wel, maar niet waar te nemen vanuit een individu. Dat is de verwarrende context waar de zintuigen in gevangen zijn. Hierdoor neemt een mens afgescheidenheid waar. De beleving van een afgescheiden bewustzijn is er vanwege de tijd en de ruimte. Die beleving is echter een illusie. Achter de illusie is de eenheid van bewustzijn in het Al van de Christus. Deze eenheid doorstraalt het Al met de geest van de liefde. Opnieuw opgaan in de eenheid betekent daarom hetzelfde als de gehele mensheid in die eenheid opnemen. Dat is het geheim van de bevrijding, dat ieder individu dit zelf kan doen. Met deze daad sleurt de mens een groep van medelotgenoten met zich mee over de drempel van ruimte en tijd. Hoe meer de mens zijn medemens kan vergeven, hoe meer de liefdekracht kan doordringen in de samenleving. Zo verbinden mensen zich in het ideaal van de eenheid. Niet als een projectie in een megasamenleving, maar als een werkelijke samenleving in het menselijke ecosysteem van moeder aarde. De god-moeder is als een geboorteschoot van het werkelijke eeuwige leven in de eenheid van het al. Zeer dichtbij en eenvoudig te betreden, als een mens in staat is in liefde alles en iedereen te vergeven. Alleen dat opent de poorten van de geest, niets anders. De sleutel om de poort te openen is het bewustzijn. De poort zelf is de lichtende gestalte die vanuit de eenheid inbreekt in de oorden van de ruimte en de tijd. De alpha en de omega, het begin en het einde van het gefragmenteerde universum van de menselijke levensgolf. Het is dus niet de mens die zich god voorstelt, maar god, de geest, die zich door de mens een voorstelling maakt in de eenheid van het werkelijke leven. Daarom komt het nieuwe leven niet door een voorstelling van een god, maar door openbaring van het werkelijke leven. De getuigenis hiervan toont de huidige wetenschap zijn goden als leidmotief voor verder onderzoek.

De menselijke levensgolf is zijn afkomst vergeten. Iedere herinnering komt met moeite tot stand en wordt steeds weer vergeten. Steeds opnieuw moet de herinnering zich door de illusie heen een weg bevechten tot het tijdelijke bewustzijn van de mens. Als dit bewustzijn collectief wordt dan komt er een nieuwe mythologie tot stand met nieuwe goden en een nieuwe poging om de eeuwigheid in de tijd vorm te geven. Het kip-ei verhaal van goden en menselijke samenlevingen. Maar steeds worden groepen mensen de openbaring deelachtig. Het hogere leven kan betreden worden, zonder zich dit te hoeven verbeelden. De groep wordt er in opgenomen, omdat de sleutel wordt gebruikt en de poort wordt geopend.

 


  1. Complex societies precede moralizing gods throughout world history. Nature 20 maart 2019.

 

back to home pdf share