fire-eaters

De menselijke verhoudingen in het komende aquariustijdperk, deel 1

back to home pdf share

Nu we hebben geworsteld met de fundamentele eisen van afstand houden, fysiek en psychologisch, is het van belang de richting te verkennen waarin de verhoging van het vibratieniveau idealiter zou kunnen gaan uitmonden: in de beleving van Aquariuswaarden.

Waarom?

Omdat het om menselijke verhoudingen gaat.

Waarom?

Omdat de verhoudingen tussen menselijke soortgenoten essentieel zijn voor álle leven op aarde.

Is er dan wel een plaats voor ‘aquariuswaarden’ in het leven op aarde, zo zou je kunnen vragen?

Nog niet, overduidelijk nog niet, en misschien zijn we er verder van weg dan ooit.

 

Neem bijvoorbeeld de eenendertigjarige journaliste Jia Tolentino (The New Yorker). Volgens haar zijn onze huidige waarden destructief voor ons overleven. In haar boek Spiegeldoolhof [1] geeft ze onder meer aan:

Zoals zoveel mensen van mijn generatie ben ik uitgegroeid tot een kwetsbare, paniekerige, instabiele volwassene, doordat ik van jongs af aan zag dat bedrog loont.

 

Verlichting en romantiek

Toch getuigen veel maatschappelijke verschijnselen van de trillingsverhoging die is ingezet om Europa, en vandaaruit de wereld te verheffen. Sinds het einde van de achttiende eeuw is het vooral het menselijk bewustzijn, waarop deze verhoging zich richt. En of het nu veroorzaakt wordt door de Uranusstraling uit ons eigen zonnestelsel, of welke andere oorzaak ook, is daarbij om het even.

Neem bijvoorbeeld de periode vanaf ongeveer 1789. In veel observaties zegt men dat deze periode cultureel gekenmerkt werd door de Verlichting en Romantiek, waarbij men meteen roept dat die Verlichting en Romantiek ons als mensheid op weg naar eenheid, vrijheid en liefde, of liberté, égalité, fraternité geen stap verder hebben geholpen. Ondanks hun idealistische insteek hebben zowel de Franse revolutie als de Amerikaanse vrijheidsstrijd eerder het tegendeel bewerkstelligd, en hetzelfde geldt voor de emancipatorische vernieuwingen die de laatste twee eeuwen hebben plaatsgevonden. Kennelijk zat de vibratieverhoging van het menselijk bewustzijn al heel snel tegen het plafond en botste deze keihard terug naar hardere wereldse verhoudingen van strijd en geweld. Vandaar dat sommigen de impulsen van Verlichting en Romantiek kenschetsen als ‘valse krachtwerkingen op de lange weg in naar de waarden van de Waterman’.

 

De klassieke maat is geschiedenis

De verheven principes van Pythagoras en Plato, de maatvoering van het schone, het ware en het goede, waren die van de zuivere verhoudingen, van hele getallen, van perfecte figuren en regelmatige lichamen, als concreties van abstracte begrippen. Concreties die het ideale poogden te belichamen. In het belangwekkende boek De onzichtbare maat [2] van Andreas Kinneging neemt de auteur die klassieke maten als uitgangspunt, die maten die hij ontleent aan Pythagoras, Plato, Aristoteles en Augustinus. Hij constateert dat Verlichting en Romantiek schromelijk tekortschoten ten opzichte van de bijna goddelijke uitgangspunten – die van een goed en helder onderscheid tussen goed en kwaad; klassieke waarden die ons wel min of meer bekend zullen voorkomen. Verlichting en Romantiek hebben daarentegen geresulteerd in een enorme toename van de consumptie en het egoïsme.

Toch kwamen we, juist de laatste eeuwen, meer te weten over de relativiteit van zogenaamde vaste waarden als ‘goed’ en ‘kwaad’, waarmee ook de onomstotelijke maat(voering) van de oudheid in een ander daglicht kwam te staan. Het schone, het goede en het ware, de verheven kapstokken van Plato en Pythagoras, werden relatief.

 

De interkosmische ethers uit de oersubstantie

Centraal bij de hierboven genoemde concreties stond het begrip ether, als vormgevende kracht. Nu geeft J. van Rijckenborgh in hoofdstuk XV van De komende nieuwe mens [3] weer dat alléén buiten de stofsfeer en haar spiegelsfeer de ethertoestanden zuiver, en dus geheel anders zijn, omdat daar de interkosmische ethers direct en harmonisch uit de oorspronkelijke oersubstantie ontstaan. Bijgevolg mogen we in de overgangstijd naar Aquarius, in onze concrete werkelijkheid, niet de manifestaties van het goede, het schone en het ware zo benaderen, dat ze daarmee zouden overeenstemmen. Zeker niet in hun afzonderlijke werkingen.

 

De klank van de zuivere illusie

Wat mogelijk in de oudheid nog zeggingskracht had, kan in onze tijd zijn maatvoering niet handhaven. Een voorbeeld in dit opzicht is Pythagoras’ muziekleer van de zuivere klankverhoudingen. Daarin werd altijd al gewerkt met een ‘pythagorische rest’ om de vibratie, het systeem, kloppend te maken.  Maar in de (bewustzijns)behoefte die ontstond aan modulaties in alle toonsoorten kon dit systeem niet standhouden: de klankverhoudingen konden hun zuivere getallen niet vasthouden en moesten daarvoor ‘knijpen’, oftewel iets minderen en, behalve bij het octaaf, onder de ‘ronde’ getalsverhoudingen kruipen. Ze gingen daardoor zweven in hun trillingsrelaties, de ene verhouding erger dan de andere. In de zeventiende eeuw heeft Simon Stevin daar wat op gevonden: als de zwevende stemming gemiddeld werd, zodat er een gelijkzwevende stemming ontstond, kon een temperatuur worden gemaakt die nauwelijks hoorbaar vals was: Das Wohltemperierte Klavier was geboren. Het wachten was alleen op een groot componist als Bach die met een scala aan werken een universum van maximale modulaties wist te illustreren.

Een ander voorbeeld, dat door Kepler in het bewustzijn kwam, zijn de banen van de planeten rond de zon, die anders dan Plato aangaf, in een ellips lopen. Maar ook essentiële verhoudingen zoals pi en phi (gulden snede) zijn in het geheel niet gebaseerd op de zuivere getallen, en in de beperkte realiteit van de ethers die ons levensveld vormgeven is schoonheid een leugen. Een schitterend Frans dorpje lijkt vanuit de verte prachtig en romantisch, maar kom je dichterbij dan zie de werkelijkheid van stinkende stallen en onbegaanbare wegen, zoals in De Chinese Gnosis [4], eveneens van J. van Rijckenborgh, wordt aangegeven. Zo kan ‘het lelijke een bewijs van de schijn van het mooie’ genoemd worden. Evenzo is het slechte het bewijs dat het goede niet goed is.

En het ware dan, hoe heeft dat zich in de laatste eeuwen standgehouden?

Meer en meer kwam duidelijk voor het bewustzijn te staan dat waarheden aangenomen begrippen zijn, nodig om een burgerlijke ‘beschaving’ in stand te houden. Nietzsche formuleerde het zo:

waarheden zijn illusies waarvan men vergeten is dat zij illusies zijn, metaforen die versleten zijn en letterlijk krachteloos zijn geworden. [5]

 

Eenheid, vrijheid en liefde hangen samen

De trillingsverhoging op weg naar Aquarius verdraagt de maat der oudheid niet. Het is als met het Oude Testament, dat in ons nieuw zou moeten worden maar dat niet kan omdat de wijnzakken oud zijn. De nieuwe waarheid kan niet als een enkele definitie, als onwrikbare, vormvaste formule worden gegeven. Voor de aquariustijd is die waarheid een organische eenheid in onderlinge afhankelijkheid: Het is als een gelijkzijdige driehoek (wel met dank aan Pythagoras!) van eenheid, vrijheid en liefde. Maar let op de samenhang: want er is géén eenheid zonder vrijheid, er is géén liefde zonder eenheid, er is géén vrijheid zonder liefde.

 

Vibratieverhoging resoneert met de ‘mannelijke jonkvrouw’

De actuele vibratieverhoging resulteert in een bewustzijnshandeling. Een staat van zijn en doen die in ieder geval met mensen te maken heeft. Een staat van zijn die als energie de vuurether heeft, de eerste ether die ontheven is aan de dwangmatige natuurhuishouding van de dialectiek. Maar de menselijke soort wordt geregeerd door het begrip twee; de mens is verre van eenduidig en het begrip twee staat daarin centraal, wat zich bijvoorbeeld sterk uitdrukt in de scheiding van de geslachten.

Zou dat nu in de interkosmische etherruimte buiten de wrekende dialectiek ook overal zo zijn? Zou er in de domeinen van de spiegelsfeerloze zuiverheid toch scheiding van geslachten zijn, zoals we dat hier op aarde kennen? Althans wat betreft de menselijke levensgolf, die immers ook bestaansrecht heeft in andere kosmische werkelijkheden? Dat lijkt niet zo te zijn, tenminste niet wat Jacob Boehme betreft. Hij spreekt over de androgyne hemelse mens als ‘mannelijke jonkvrouw’ [6]. Aquarius vraagt ons derhalve ons gereed te maken als getransfigureerde mens, als de man-vrouw die we oorspronkelijk zijn geweest. En we worden daarbij geholpen door de vibratieverhoging van mensen en van de aarde die is ingezet, maar we moeten wel leren leven uit een eenheid die onlosmakelijk met vrijheid en liefde is verbonden.

 

Vuur vernieuwt de natuur

Waterman is eigenlijk geen man, maar mens. Mens uit één stuk, waarin het vrouwelijke en mannelijke een chemische samensmelting hebben ondergaan, aangeblazen door de vuurether. In de profane astrologie is Waterman de meest vrouwelijke mannelijkheid en de meest mannelijke vrouwelijkheid. Hij-zij woont in ‘de vallei van het rijk’, waarvan in de Tao Teh King wordt gezegd:

Hij die zijn mannelijke kracht kent en toch vrouwelijke zachtmoedigheid behoudt, is de vallei van het rijk. [7]

Maar het teruggaan naar die oorspronkelijke (man-vrouw)eenheid is natuurlijk geen sinecure en terecht dat de esoterische alchemie dat als een vuurproces voorstelt, waarbij lichaam, ziel en geest een nieuwe eenheid gaan vormen. In de christelijke openbaring is dat vuurproces afhankelijk van een geestelijke kracht (hij die de twee één maakt) en is die geestelijke kracht gerelateerd aan vrijheid (waar de geest des heren is, daar is vrijheid). En het wordt daarom niet zozeer een ‘terug’ naar de oorspronkelijke eenheid, maar een ‘vooruit’ naar de nieuwe eenheid. Door een (hopelijk spoedig) komend samensmeltingsproces in de kracht van die ‘geest des heren’.

Wordt vervolgd in deel 2


[1] Jia Tolentino,  Spiegeldoolhof, de Geus 2020

[2] Andreas Kinneging, De Onzichtbare Maat, Uitgeverij Prometheus 2020

[3] J. van Rijckenborgh, De komende nieuwe mens, Rozekruis Pers, Haarlem 1999

[4] J. van Rijckenborgh and Catharose de Petri, De Chinese Gnosis, Rozekruis Pers, Haarlem 2018

[5] F. Nietzsche, Waarheid en Leugen, Boom-Amsterdam, 2010

[6] J. Boehme, Over het bovenzinnelijke leven, Rozekruis Pers, Haarlem 1998

[7] Lao Tse, Tao Teh King, vers 28,vert. E.J. Weltz, 1947

back to home pdf share