Head

De onthoofding van Johannes in de visie van Oscar Wilde

back to home pdf share

In veel hedendaagse Rozenkruisersgeschriften is er vaak sprake van het Johanneïsche bewustzijn of de Johannes-fase. Die kunnen we zien als het tot aanzijn komen van een bewust - zijn op het aardse vlak dat inzicht geeft op de doelstelling van het mens-zijn. Uiteraard is het niet de bedoeling om in dat bewustzijn te blijven staan zonder meer, maar is het ook zaak om er naar te gaan leven. Dan zal Johannes op een bepaald moment “Jezus” ontmoeten. Dat is het hogere bewustzijn. Johannes heeft dan zijn taak volbracht. In de Bijbel wordt uitgebreid verslag gedaan van de doop van Jezus door Johannes. Er wordt slechts terloops melding gemaakt van zijn sterven. Hij werd onthoofd op verzoek van een niet met name genoemde stiefdochter van de koning als dank voor een dans met zeven sluiers.

Ondanks de terloopse vermelding en de vrij lugubere Bijbelse beschrijving gaat er toch een enorme rijkdom schuil achter dit hele gebeuren. Oscar Wilde schreef in 1891 over dat onderwerp een theaterstuk, Salomé, waarvan we de draad hieronder in grote lijnen volgen.

Phillipus Herodes is gehuwd met Herodias. Ze hebben een dochter: Salomé. Antipas Herodes, de broer of stiefbroer van Philippus, volgens sommige bronnen, verleidt Herodias er toe om met hem mee te gaan. Zij kunnen het goed met elkaar vinden. Salomé groeit op tot een mooie, jonge vrouw. Ondertussen predikt Johannes in de woestijn. Antipas wil op de hoogte blijven van wat er in zijn gebied gebeurt en nodigt Johannes uit in zijn paleis. Antipas heeft respect voor de wijsheid die uitgaat van de woestijnprediker. Johannes verwijt hem echter zijn overspelige levenswandel wat niet bepaald in goede aarde valt bij Herodias. Zij vreest weggestuurd te worden en zint op een manier om Johannes voorgoed uit te bannen. Die gelegenheid krijgt ze wanneer Antipas haar dochter vraagt de dans met de zeven sluiers te doen op zijn verjaardagsfeest. Antipas zweert daarbij de dure eed dat zij mag vragen wat ze wil als de dans succes zal hebben. Salomé gaat te rade bij haar moeder en die oppert haar het hoofd van Johannes te vragen om zo te vermijden dat ze weggestuurd zullen worden.

Antipas is woedend als hij aan de vraag van Salomé moet voldoen omwille van zijn eed en het mogelijke gezichtsverlies wanneer hij niet aan zijn eed voldoet. Hij laat haar het hoofd brengen op een zilveren schotel, symbool voor zuiverheid, een schoon geweten, goede bedoelingen en goedhartigheid. Hierdoor wil hij aangeven een onschuldige te hebben laten doden.

Om de diepere grond van het verhaal te doorgronden biedt de betekenis van de namen van de hoofdrolspelers aanknopingspunten.

Johannes staat voor: de door God begenadigde; Philipus voor: liefhebber van paarden; Salomé voor de vredevolle, Antipas voor: “als een vader” terwijl Herodias en Herodes staan voor moedig en dapper.

Wanneer het verhaal zo ingevuld wordt, krijgt het een verrassende wending. We worden plots geconfronteerd met enkele onwaarschijnlijkheden. De namen van de hoofdrolspelers komen niet langer overeen met hun betekenis in het verhaal.

Hoe kan Salomé, Hebreeuws voor de vrederijke, nu de vrederijke genoemd worden als ze het hoofd van Johannes eist? Toch niet bepaald een vreedzaam gebeuren. Hoe kan Herodias, naambetekenis de dappere, nu dapper genoemd worden na zo een, in onze ogen, laffe daad. Je eigen kind aanzetten tot het vragen naar het hoofd van een prediker?

Ook Antipas Herodes speelt een dubieuze rol. Hoe kan Antipas zich nu als een vader gedragen bij zijn vraag naar de dans met de zeven sluiers. Hij lijkt eerder op een oude snoeper die wel een groen blaadje lust!

Hoe kan diezelfde Herodes de dappere genoemd worden als hij zich gaat verschuilen achter een onthoofding om toch maar geen gezichtsverlies te leiden?

Hoe kan het hoofd van Johannes gepresenteerd worden op een zilveren schotel als we weten dat zilver staat voor zuiverheid, een schoon geweten, goede bedoelingen en goedhartigheid? Wat zit daar achter?

De verheven betekenis van een wreed verhaal

Er moet een verborgen betekenis zijn voor dit verhaal. Oscar Wilde stelt in zijn theaterstuk dat Salomé 15 jaar oud is. 1 en 5. Zij danst de dans met de 7 sluiers. We krijgen dus de getal-combinatie 1-5-7. Vader, Zoon en Heilige Geest. Zonder daar nu verder op in te gaan is het toch duidelijk dat we hier op een bijzonder gegeven zijn gestoten. Laten we daarom het verhaal verder ontleden.

Wanneer er gesproken wordt over de zeven sluiers wijst ons dat op de zeven hersenholten, ook op de zeven kamers van het hart, maar die vallen hier buiten beschouwing omdat het gaat om het “hoofd” van Johannes.

Salomé danst haar dans met de zeven sluiers. Een voor een vallen die. De Johannes-mens gaat het denken doorzien, stap voor stap. Wanneer men dus een voor een de sluiers laat vallen die het hoofd omhullen, is de “beloning” de onthoofding, wordt hij of zij als het ware onthoofd en komt het denken tot rust. Komt er vrede in het wezen. Dan is het werk van Salomé, de vredevolle, volbracht. Oscar Wilde stelt – we zagen het al eerder - dat Salomé 15 jaar oud is. 1 en 5. De 1 staat voor de eenheid of de eenpuntige gerichtheid en de 5 staat voor de nieuwe ziel.

Salomé kunnen we dus zien als de nieuwe ziel die het werk volbrengt. De persoonlijkheid moet de moed opbrengen om het te laten gebeuren. Om de zeven sluiers te laten vallen is er moed nodig; de moed, de dapperheid van Herodias.

Salomé is de dochter van Herodias. De vrede is de dochter, de resultante van de dapperheid. Er is heel wat moed nodig om het eigen denken en het daaruit volgend handelingsleven nauwgezet te observeren en er consequenties uit te trekken.

Dat alles kan alleen maar gebeuren als het gepaard gaat met zuiverheid, goede bedoelingen en goedhartigheid. Goedhartigheid ook en vooral ten opzichte van zichzelf. Wanneer de sluiers vallen komen de twee zijden van ons wezen naar boven. Beide zijden, zowel goed als kwaad, kunnen verankeringen zijn aan ons oude levensveld. Dat te doorzien en te doorleven vergt goedhartigheid om niet te blijven steken in zelfbeklag of zelfverwijt.

Een tweede verklaring gaat wat dieper. Elk personage uit het verhaal wordt nu beschouwd als een deel van de mens op het pad, een stukje bewustzijn.

We vertrekken bij Phillipus, de paardenman. Het is het symbool van het op het aardse gerichte bewustzijn. Hij is perfect gelukkig in deze wereld. Vandaar de uitspraak: “Mensen met paarden hebben de hemel op aarde. Maar komen ze te sterven dan valt er weinig te erven”, in gnostiek inzicht wel te verstaan. Phillipus is dus de persoon die volledig op het aardse gericht is. Die zich totaal niet bezig houdt met het waarom van dit leven. Die Gods water over Gods akker laat lopen. Hij verdwijnt al heel snel uit het verhaal omdat er andere bewustzijnsaspecten naar boven komen.

Herodias, zijn vrouw, zijn tegenpool verlangt naar een hoger doel in het leven. Het hoger bewustzijn vanuit de geestvonk. Dat kan bij de natuurmens Phillipus niet aarden. Daardoor verdwijnt hij van het toneel en komt Antipas naar voren. Phillipus wordt als het ware omgevormd tot Antipas.

Antipas speelt een totaal andere rol. Hij herkent Salomé als de nieuwe ziel en vraagt haar zich te openbaren. Zich los te maken uit de sluiers die het hoofd omsluiten.

Salomé kan daarbij niet anders dan om het hoofd van Johannes vragen. Zij kan zich niet openbaren zolang de sluiers niet verwijderd zijn rond het hoofd. Zolang het denken niet doorzien is als een beperkende factor, hoe noodzakelijk ook, om tot inzicht te komen.

Wanneer door de dans van Salomé dit inzicht is gegroeid komt Johannes tot het besef dat zijn rol is vervuld. Hij ziet in dat hij dient te verdwijnen, om Salomé, de nieuwe ziel, alle kansen te geven. Hij herkent en erkent de nieuwe ziel. Hij offert zich op, uit vrije wil.

En zo krijgt een schijnbaar wreed, bloederig verhaal ineens een heel verheven betekenis. Het aardse bewustzijn, tot zijn uiterste vermogen gekomen, gaat wijken voor het nieuwe bewustzijn, het zielenbewustzijn.

In samenvatting zouden we het als volgt kunnen formuleren.

“De deur tot dat zielenbewustzijn blijft gesloten, zolang we leven vanuit het bekende, vanuit het oude weten. Want de ‘bekende kennis’ is als een sluier, als een deur, die het onbekende voor ons verborgen houdt. Ontstaat er een openheid in ons, dan wijken de sluiers en gaat de deur open en biedt dan een glorierijk perspectief.”

back to home pdf share