art

De Rede en Macht - Deel 1

back to home pdf share

Redelijke macht is als een droom. De droom van de koninklijke heerser, de verlichte despoot: het zou toch mogelijk moeten zijn om in de wereld een beheersing en toedeling van macht te bewerkstelligen, die rechtvaardig en menselijk is, zonder dat iemand daaronder hoeft te lijden. Sinds de renaissance en verlichting in Europa zijn meerdere pogingen gedaan om een dergelijk rechtvaardig regime mogelijk te maken. De vraag is wat daarbij allemaal te weerbarstig is gebleken en hoe we in deze eeuw en vooral in de bizarre situatie van dit moment de macht van de wereldse krachten en instituten kunnen doorkruisen in een gnostieke gerichtheid, teneinde het koninkrijk van binnen in glorie te herstellen met behoud van de verheven inzichten en werking van de rede.

 

Een oorspronkelijk vermogen

Macht is vermogen, energie. In oorsprong scheppingskracht, vermogen tot creëren. Kennen we dat oorspronkelijk vermogen nog? Herkennen we in onszelf deze potentie?

We herkennen macht aan de buitenkant als uitoefening bij handhaving, of als controlemechanisme. Als we iemand als machthebbend beschouwen, dichten we hem of haar die effectieve uitoefening of die controle volledig toe. En als we het over de oerschepper hebben, dichten we hem/haar almacht toe, het formeren van alle kracht in alle universa.

Goddelijke macht

Toch is het verwonderlijk dat die godheid van den beginne zich behalve via onomstotelijke natuurwetten, niet lijkt te bemoeien met de wereld zoals wij mensen die ervaren, immers dat moeten die – vaak als wreed ervaren – natuurwetten maar ‘regelen’, ‘reguleren’.

De godheid wenst geen macht uit te oefenen over de principiële menselijke vrijheid in de toch beperkte speelruimte. En volgens sommigen kan hij/zij dat niet eens, wat voor een Almachtige behoorlijk paradoxaal is. Zij/hij laat de machtsuitoefening aan de mensen zelf en aan de natuur over.

Waarom stuurt deze verheven bronkracht niet bij in een wereld die kommert van nood? Dat is een vraag die eeuwen en eeuwen gesteld is en wordt naar aanleiding van de vreselijke gruwelijkheden tijdens oorlogen, of naar aanleiding van het misbruik van de menselijke vrijheid die het voortbestaan van de planeet in de waagschaal stelt door eigenbelang, welvaart en comfort boven alles na te streven.

Zo zijn de planeet en de mensen geheel op zichzelf en de natuurwetten aangewezen. En daarmee op de machtsvorming en machtsuitoefening in de wereld.

Zelfhandhaving en cultuur

Tot dusverre vullen we die machtsvorming als mensheid in volgens de behartiging van eigen belang, eigen land, eigen groep, eigen ras, eigen stand, eigen sekse, eigendom, alles in een zelfhandhaving die logisch en natuurlijk is en bestaanszekerheid en – continuïteit op het oog heeft. En als dat in redelijkheid en in evenwicht gebeurt, vormt dat cultuur met eventueel uitingen van schone kunsten, alles binnen een raam en gestructureerd met verhoudingen, hiërarchisch, dus in machtsverhoudingen.

Redelijkheid is zeldzaam

Het zijn de machtsverhoudingen van deze wereld, met z’n eigen machtswetten die bepalend zijn voor het bestaan – en het leven proberen inhoud, betekenis en zin te geven. Maar het gebeurt bijna nooit in redelijkheid en in evenwicht, want de vorming van macht kent natuurwetmatige grenzen zoals het eigene eerst, het recht van de sterkste. De vorming van macht heeft de overwinning in een strijd nodig, bijna altijd. Alleen wanneer er een machtsvacuüm is, kan natuurlijk leiderschap de doorslag tot machtsvorming geven en is een eventuele machtsstrijd maar ten dele geforceerd of nodig. Voor de vorming van macht in deze wereld is strijd, competitie, concurrentie en het behalen van de overwinning dan ook min of meer noodzakelijk.

Het kostbaarste bij de vorming van macht wordt wel wijsheid genoemd, want dat verlicht uiteindelijk de nieuwe machthebber het meest bij zijn strijd om de overwinning. Maar bij de strijd om de macht in deze wereld is het vanzelfsprekend de wijsheid van deze wereld die kan verlichten – en is het voorts de vraag of de wijsheid-niet-van-deze-wereld wel nuttig en dienstig kan zijn. Bijvoorbeeld voor het behalen van de overwinning.

Wijsheidsverlies

In de momenteel glijdende schaal naar steeds minder echte wijsheid door enerzijds de niet meer te behappen hoeveelheid informatie en anderzijds de vervlakking van het leven tot waar banaal en basaal elkaar versterken, is elke overwinning een zeer tijdelijke, omdat de wijsheid er bijkans is uitgefilterd. In het begin van het nieuwe informatietijdperk, werd het zo verwoord:

In knowledge we lose wisdom; in information we lose knowledge. [1]

In de kale, droge en zakelijke data van informatie verliezen we de kennis die samenhangend is en hanteerbaar voor zielebeleving; in de kennis die min of meer samenhangend is, zijn we de wijsheid van de rede verloren.

Welke macht dient de overwinning door de rede, die de overwinning van de geest is? In de Chinese wijsheid wordt verwoord dat degene die mensen overwint sterk is, maar dat degene die zichzelf overwint, almachtig is. Met andere woorden dat deze de macht niet van deze wereld bezit.

Machtsvorming en -uitbreiding

Bekend is dat wanneer wereldse macht gevestigd is, zij zelf haar wetten stelt en niet geleid wordt door de rede of door Tao. Wanneer macht is gevestigd, wil zij zich minimaal handhaven en vaak uitbreiden. En wel met middelen die dat doel volgens de machthebber heiligen. Vaak zijn redelijkheid en evenwicht daarbij opgeofferd aan machtsuitbreiding.

Wereldse macht wil zichzelf sinds de opkomst van de rede als rationeel instrument in Europa vooral als economische macht doen gelden, waarbij uitbreiding gericht is op verdere monopolievorming. Het middel bij uitstek daartoe is de markt of de handel – waarop en waarin spreekwoordelijk alles is geoorloofd. Die markt en de wereldhandel lijken vrij maar staan in afhankelijkheid direct in verband met monopolies, protecties, machtposities. Daarom is er een onvriendelijke manier om bij handhaving en uitbreiding van machtsposities die vrijheid te nuanceren: men zegt dan dat macht corrumpeert.

Religie en angst

Wat er sinds de zogenoemde verlichting met de machtsposities van religieuze instituties is gebeurd, is niet verrassend: deze organisaties van gevestigde machtsinstituten hebben gepoogd met alle geoorloofde en ongeoorloofde middelen, repressief, intimiderend en excommunicerend hun macht veilig te stellen in een hiërarchie, gebruikmakend van zichtbare en onzichtbare energieën. Tenminste, voor zolang de volgzame kudde dat nog liet gebeuren, omdat de ‘angst-methode’ (dreiging met hel en verdoemenis) juist door de bewustwording van het bestaan van de rede, z’n houdbaarheidsdatum ging overschrijden.

Een van de vruchten van de verlichting was in dit verband de beperking van het machtsterritorium van de religieuze instituties, de scheiding van kerk en staat. Het nadeel daarvan was wel dat de machtspositie van de staat óók een impuls kreeg. Verwonderlijk is dat die scheiding van kerk en staat lang niet overal is doorgevoerd: in Engeland is bijvoorbeeld het staatshoofd (de koningin) tevens hoofd van de staatskerk en wel levenslang. Mede door een dergelijk concentratie van macht heeft zich een wereldwijd machtsimperium kunnen ontwikkelen.

Het instrument bij uitstek om macht te kunnen handhaven is angst, zowel de eigen angst voor positie- en invloedverlies alsook het voeden van angst bij onderdanen en volgelingen (gelovigen) voor sancties en verliezen, wanneer het ‘gezag’ genegeerd wordt.

Wanneer besmetting met angst voldoende heeft plaatsgevonden, volgt er heel vaak impulsieve, niet met de rede sporende handeling. En dat kan zeer agressief zijn. Psychologisch is al heel lang bekend dat angst en agressie sterk samenhangen. Men spreekt wel van onberedeneerde angst of diffuse angst om aan te geven dat de rede als instrument van de geest volledig is uitgeschakeld.

 

Wordt vervolgd in deel 2


Bronnen:

[1] T.S. Eliot, The Rock, Faber & Faber, London 1934

back to home pdf share