Journey

De reis van de onsterfelijke

back to home pdf share

De meeste mensen verlangen naar interessante ervaringen. Maar zij willen ook zekerheid. Groei en ontwikkeling, gráág – maar alsjeblieft binnen de comfortzone. Op die manier willen wij ons graag ontwikkelen, ontplooien, bewijzen. Daarom zijn avonturen die beheersbaar schijnen, zo geliefd. Er is een enorme keus, en je kiest zelf de gewenste intensiteitsgraad. Liever een (niet al te gewaagde) bergbeklimming of bungeejumpen? Een trip door de woestijn of een strandvakantie met folkloreavond? Een thriller of een liefdesroman? Of een liefdesaffaire? Je doet ervaring op, maar daarbij groeit in het algemeen alleen maar de verzameling interessante ogenblikken. Al snel wordt het beleefde weer vergeten, want er was niets werkelijk verrijkends, alleen een beetje kleur, iets wat optrad en weer verbleekte.

 

Veroorzaakt onze ‘normaliteit’ de crises?

Spannender wordt het als je de blik richt op het wereldgebeuren. Daar kun je overal crises waarnemen: de klimaatcrisis, de milieucrisis, de vluchtelingencrisis, groeiende agressie tussen staten, omvallende staten, omvallende verdragen. Het ligt voor de hand om ons af te vragen wat deze crises ons te zeggen hebben. Worden ze veroorzaakt door onze ‘normaliteit’? Is het mogelijk dat we vaak onverschillig staan tegenover de gevolgen van onze manier van leven, onverschillig voor wat wij vanwege onze angsten, wensen en ambities veroorzaken? Worden in het groot de problemen weerspiegeld die wij in het kleine, in ons privéleven, niet helder genoeg waarnemen en niet oplossen? Valt ons privéleven niet vaak uiteen in met elkaar strijdige interesses; brengen onze eigen conflicten ons niet steeds weer tot inertie? Een crisis is een beslissende situatie en kan, als de goede beslissing op het juiste moment genomen wordt, een keerpunt zijn.

De mensheid kan globaal alleen anders handelen als vele mensen de problematiek in zichzelf erkennen en bereid zijn tot zelfkennis. Kunnen wij ons expansieve ik tot zwijgen brengen? Het gaat erom waar te nemen dat wij, ondanks onze intelligentie, vele dingen niet willen zien, dat onze harten vaak koud en onverschillig zijn, dat onbewuste angsten veel van onze keuzes veroorzaken en ons ervan afhouden de noodzakelijke veranderingen positief tegemoet te treden. Wij kennen onszelf niet en deze onbekendheid reikt dieper dan alleen in het uiterlijk waarneembare leven. De kennis die ons ontbreekt, ontstaat alleen als het tijdelijke in ons overgaat tot een ontmoeting met het eeuwige.

Ons leven ‘in het kleine’ kan ons veel van de nodige dingen leren. Vaak zijn het juist de overwonnen moeilijkheden, zelfs verliezen, waaruit wij verlicht en gesterkt tevoorschijn komen. Verlicht, omdat wij weer een illusie overboord gegooid hebben, hoewel in het begin meestal niet vrijwillig. Gesterkt, omdat wij ervaren hebben dat het verlies ons op een merkwaardige manier niets wezenlijks kon ontnemen. Een onverwachte vrijheid komt aan het licht, een beginnende onafhankelijkheid van dingen en omstandigheden, van wensen, angsten en gewoontes.

 

Over de stroom van het leven

Ieder werkelijk zich bezighouden met mensen en situaties kan in deze zin verlichtend en bevrijdend werken. Wie het waagt spontaan een situatie te volgen en de eigen levensplannen opzij te zetten, ja een schijnbaar voor de hand liggend pad te verlaten, ontdekt nieuwe kanten in zichzelf. Zo’n mens vindt juist in de overgave aan het onverwachte diepten in zich waarvan hij niets wist. Hij ontdekt dat het knutselen aan het eigen zelf minder tot een doel leidde dan dat wat de stroom van het leven zichtbaar gemaakt heeft. Ook hier ontstaat nieuwe vrijheid – bevrijding van zichzelf etaleren, van vooringenomen rollen. Je nadert dan de vraag of het zelf uiteindelijk definieerbaar en begrensbaar is. Is dat zelf niet in de zelfvergetenheid, in het samenwerken met anderen, het eerlijkst?

Door al deze ervaringen scherpt zich onze blik. Wij zoeken nu naar vervulling, naar liefde, naar volmaaktheid. Vanaf hier wordt het moeilijk, want de ervaring van de vervulling laat zich niet vasthouden. Proberen wij dat, dan ontstaat stagnatie. Wij zoeken werkelijke liefde en dan merken we dat we voorwaarden stellen, dat we ongewild geven en nemen tegenover elkaar stellen. Het aanvankelijke grote gevoels‘voorschot’ dat we wegschenken, willen we later toch weer terug hebben. Het wordt als normaal beschouwd om te denken dat het leven (en de anderen) ons iets schuldig zijn. Maar is dat zo?

Zoeken we volmaaktheid, dan moeten we wérkelijk worden; daar hoort bij dat we in denken, voelen en doen één zijn. Maar er zijn veel innerlijke conflicten. We zouden de zekerheid willen van welstand en ook de vrijheid van lichte bagage. We zouden één willen zijn met alle zielen daar buiten, maar het liefst alleen vanuit de bescherming van de eigen vier muren. We zouden willen helpen en vormgeven, maar op welke basis en met welke inzet? Kunnen we waarachtig zijn; kunnen we goed zijn? Kan een mens wel goed zijn?

Er is niemand goed, ook niet een, 1

zegt Jezus. Deze zin is als een schot voor de boeg, maar kan het zoeken van de ziel niet tegenhouden.

Het leven schenkt ons steeds weer avonturen, in onverwachte ontmoetingen, in betrekkingen die wij aangaan, in conflicten die wij accepteren en doorleven, eenvoudig omdat ze zich voordoen. In falen, dat onverhoopt een innerlijke schat vrijmaakt – dat een plaats in het innerlijk laat zien waarin mijn en dijn, vals en echt, versmelten in iets nieuws. Er doet zich een pad voor waarop vertrouwen ontstaat en het mogelijk wordt ‘ons zelf’ te verliezen, zonder verwachtingen, en daarbij gedragen door dat onbekende dat aan het eind van het pad op ons wacht.

 

Het eeuwige in ons reist door ruimte en tijd

Hoe zou onze levensreis eruitzien, als wij die vanuit het eeuwige gezichtspunt in ons zouden kunnen beschouwen? Wij zoeken ‘ons zelf’; het eeuwige in ons zou zich als het ware zelf willen tonen. Wij spiegelen ons in mensen en dingen; het eeuwige spiegelt zich in ons – verstaan wij het? Wij zoeken de volmaaktheid in vergankelijke dingen, maar ze zijn ‘alleen maar een gelijkenis’ van het eeuwige. Wij zoeken verbondenheid en laten ons daarbij boeien, maar daar is het onsterfelijke in ons dat met alles verbonden is en zijn tijdelijke boeien wil afwerpen. Wij hebben een tijdsbestek van circa tachtig jaar tot onze beschikking; het eeuwige reist al ondenkbaar lange tijden door ruimte en tijd. Wij staan in de afscheiding maar het eeuwige is een integraal deel van het goddelijke al: een microkosmos, een klein universum dat met onze hulp zijn reis naar het doel zou willen maken. Dat wil zeggen, alle ervaringen die wij opdoen, doet de microkosmos met ons op. Wij beleven een avontuurlijk leven – maar het avontuur van de microkosmos, van het eeuwige in ons: dat zijn wij.

Vaak, als we verliezen of moeilijkheden overwinnen of iets bijzonder moois of enerverends beleven, kan er een moment van vrijheid opflitsen. Dan handelen we zonder angst, dan laten we los, zonder bang te zijn voor de consequenties. In het begin is het een proces van zielerijping. Hieruit ontwikkelt zich bewustzijn voor dat wat van de ziel is, groeit er openheid voor het ondoorgrondelijke, het eeuwige in ons (en in alle anderen!). Wij leren naar ons innerlijk te luisteren. Wie verder gaat, in hem kunnen liefde en overgave aan het goddelijke zelf groeien. Voor het eerst ontstaat de waarneming dat het eeuwige het tijdelijke nodig heeft, dat het met onze hulp een ontwikkeling doormaakt. Een bewuste ontmoeting is nog niet mogelijk. Maar er geschiedt iets uitzonderlijks: alle gebeurtenissen worden tot een open deur – als wij die doorgaan, naderen wij het eeuwige in ons, door alles heen wat ons leven bepaalt. Het schijnt dan dat alles wat gebeurt ons deze weg wijzen wil.

Tegelijk is er al een grote verandering begonnen: in het bewustzijn, in het denken, in het voelen. Grenzen worden opgeheven. Angsten, vijandschap en polariteit worden zwakker, de eenheid in alles wordt zichtbaar. Meer nog, zij wordt tot de basis van ons denken en voelen. Dat is het begin van een transformatie. Wie deze weg consequent verder gaat, in hem groeit een nieuwe wil die de gewoonten en de oude stoffelijke bindingen overwint – en die uiteindelijk tot een bron van levenskracht wordt die nooit versaagt, die wordt tot een deur naar onvergankelijk leven. Nieuwe krachten vloeien binnen in het gehele wezen, veranderen het. Voor het tijdelijke ik is het een weg van loslaten, van dienen, van ‘ondergang’ en ‘opgang’ in het nieuwe, dat naderbij komt. Ten slotte is het een wedergeboorte uit het eeuwige in ons. Wie deze weg gaat, wordt bewust tot bewoner van twee werelden, de eeuwige en de tijdelijke. Bestaat er een groter avontuur dan deze reis?

  • 1. Romeinen 3:10-12
back to home pdf share