Thinking

Denken en denken is twee

back to home pdf share

Je denkt te veel, zeiden ze toen ik nog klein was, maar waarom zeiden ze dan altijd van die dingen waar je wel over moest nadenken? En trouwens, waarom kón je het anders? Een van die dingen:

In die tijd noemden ze een kind met het syndroom van Down ‘een ongelukkig kindje’. Dus toen ik met mijn moeder over straat liep en een mevrouw tegenkwam met een ongelukkig kindje, zei ik medelijdend: ‘Ach…’

Ik was zes jaar. Mijn moeder antwoordde: ‘Nee hoor, je hoeft geen medelijden met haar te hebben; die kindjes weten dat zelf niet. Ze zijn vaak heel gelukkig.’

Nou zeg! Dat is toch iets om over na te denken! Ze zei eigenlijk dit: je kon ongelukkig genoemd worden maar dan vaak heel gelukkig zijn en vooral, het belangrijkste: je kon blijkbaar iets zijn wat je zelf niet wist. Dan was het wel weer eigenaardig dat iemand anders dat kennelijk wel wist. Dan zou het dus heel goed kunnen dat ik een ongelukkig kindje was, want ik wist dat zelf niet en ik was ook vaak heel gelukkig. Niemand begreep dit, toen ik het veel later vertelde. Niemand scheen te begrijpen dat dit werkelijk een vraagstuk was en dat trouwens het hele leven een vraagstuk was, een mysterie. Tientallen jaren heeft het gekost om erachter te komen dat je inderdaad heel goed iets kon zijn wat sommige anderen wel weten, maar jij niet (en trouwens ook dat sommige mensen dénken dat jij iets bent wat zij wel weten en jij niet, maar dat dat dan niet klopt).

Er waren ook van die dingen, die mensen achteloos lieten zien, terwijl ze toch zeer wonderbaarlijk waren. Toen de tekenleraar een kleurenschijf liet draaien bijvoorbeeld, en het werd wit! Hoe kon dat! Als je al die kleuren door elkaar zou smeren, zou het toch echt niet wit worden. Dit ongelooflijke staaltje werd weliswaar gebracht met een gezicht van: dat hadden jullie niet gedacht, maar er werd verder totaal niet op ingegaan. Je vraagt je toch af: wat dan als je alle mensen door elkaar zou smeren of zo, zou dat dan een heilige worden? Zoiets betekent toch iets! Dan kwam de natuurkundeleraar er nog bij, die liet zien hoe een klein stukje prismatisch glas het licht kon laten breken in zeven kleuren… Al hadden ze me verder mijn hele jeugd lang niets verteld, dan zou dit al een leven lang stof tot nadenken geven.

Dan waren er al die dingen die veel kinderen zich afvragen, omdat wat in de Bijbel staat vaak slecht klopt met de meningen van de gelovigen, en zelfs niet met teksten op andere plaatsen in die zelfde Bijbel. Ook waren er andere mensen, die in andere dingen geloofden en daar net zo zeker van waren als de mensen om je heen van wat ze jou vertelden. Hoe kon je nou weten wat er klopte? Raadsels en mysteriën, waarop je van volwassen, weldenkende mensen antwoord wilt. Maar ‘weldenkende’ mensen wilden helemaal niet dat je over alles nadacht. Waren zij dan eigenlijk niet-denkende mensen? Kwaad worden om eerlijke vragen… weer een mysterie erbij.

Wie vragen stelt, wordt maar al te vaak als een onruststoker beschouwd, als iemand van wie het geloof tekortschiet. Uiteraard zijn er ook mensen die hun uiterste best doen om de raadselen op te lossen, wat natuurlijk ook gebeurt op basis van denkwerk. Er zijn heel wat verklaringen bedacht voor uiterst raadselachtige verhalen in de Bijbel of gebeurtenissen uit het verleden, die je aan zou kunnen grijpen om het gat van raadselen te dichten. Maar om de een of andere reden helpen die toch niet. Alsof er een laag over de opening wordt gelegd, waaronder het gat blijft gapen.

De vraag is dan: helpt het, als je vragen stelt? Niet als mensen dan boos worden, natuurlijk, en misschien is vragen stellen aan anderen niet eens nodig. De impuls om je ermee bezig te houden komt vanuit je eigen midden, het hart, dat steeds maar aan je deur blijft kloppen. Daar ligt ook het antwoord, al krijg je dat soms schijnbaar van buiten. Dan is er opeens een boek, waarin die éne zin staat, waar je lang op hebt gewacht, of iemand zegt opeens iets waardoor het ‘klik’ zegt in je binnenste.

'Waar het hart vol van is, vloeit de mond van over', luidt het gezegde. Vragen stellen brengt je uiteindelijk toch wel in contact met mensen die er dezelfde manier van denken op na houden. Want dat moet de conclusie zijn: er zijn twee manieren van denken. Er is een concreet, praktisch denken, dat bedoeld is om te regelen en te organiseren. Dat denken dient ons aardse bestaan en is niet geschikt om zich bezig te houden met vragen over de essentie. En er is denken dat niets met de aardse logica te maken heeft. Dat is de fontein in ons, die zijn stralen omhoog blijft stuwen, krachtig en storend, net zo lang tot wij de bron gaan zoeken.

back to home pdf share