Labyrint

Een grotere werkelijkheid – deel 2 - Het domein van archontische krachten

back to home pdf share

(Terug naar deel 1)

 

Besef van alomtegenwoordigheid

Een van de bijzonderste mogelijkheden die zich voordoen in de overgang naar Aquarius is de deelname aan een ‘alomtegenwoordigheid(sbesef)’ van de strevende zoeker op het pad van endura. Juist deze bewustwording van de grotere werkelijkheid opent zieleaspecten van de geest, die het volwassen worden in kosmische zin zelfverwerkelijkend kunnen maken.

Het betekent de ruimte betreden van een inclusieve realiteit, die zich ook binnen de dialectiek tot buiten ons zonnestelsel uitstrekt, die zelfs intergalactisch genoemd kan worden. Vanuit kosmisch perspectief zou je kunnen aangeven dat we die ruimte in gestuwd worden, wanneer we de woorden van mevrouw C. de Petri uit Het zegel der vernieuwing [1] citeren:

De wereld en de mensheid worden als losgerukt van de eigen begrenzingen en haar blik zal worden gericht op de interkosmische dingen, op het verband met de alopenbaring, opdat allen zouden weten dat de mensheid een willig onderdeel moet vormen van een groots reddingsplan.

Dat houdt tevens in – vanwege de vibratiegrenzen in de tijd-ruimte – dat ook kwade, ‘archontische’ krachten in die uitgestrektere werkelijkheid zouden kunnen huizen.

Een zeer grote noodorde

Daarom geeft J. van Rijckenborgh in De Gnostieke mysteriën van de Pistis Sophia de archonten der eonen weer als

heersende en leidende machten in het universum.

En voorts:

U hebt hier niet slechts te denken aan al hetgeen er huist in de spiegelsfeer, doch vooral aan de grote machten die de zonnestelsels, de zodiakale stelsels en nog grotere formaties in het heelal des doods beheersen. [2]

Het is daarom ook logisch dat de strevende zoeker in zijn zelfopheffende tocht naar zelfverwerkelijking ontdekken gaat dat in die grotere werkelijkheid de krachtwerking van de archonten niet zo maar geneutraliseerd kan worden. Moderne esoterische onderzoeken tonen ook aan dat die werkzaamheid ons zonnestelsel bepaald overstijgt, zoals J. van Rijckenborgh reeds aangaf. Maar ook dat er een grens is in frequentie en golflengte waarbuiten de archontische krachten geen vat op die strevende ziel hebben, de grens met het zogenoemde zesde kosmische gebied. Het is dan ook logisch dat wanneer er een werkveld is van de demiurg, dat dat in het tijdruimtelijk universum van de lagere frequentie van het zevende kosmische gebied geplaatst moet worden. Ruimtelijk situeren sommige onderzoekers in de eenentwintigste eeuw de kern van de krachten ‘des doods’ in onze Melkweg, waar de demiurg als oerschepper van de matrix domicilie heeft en van waaruit deze kracht zijn controlerende machtsuitoefening coördineert. De kosmisch uiterlijke wereld is en blijft óók het domein van de krachten van een valse gnosis, mede omdat waarneming in het zevende kosmische gebied vooralsnog gebaseerd is op het lagere frequentiebereik van onze vijf zintuigen.  

Dit komt overeen met wat Jacob Boehme [3] over de uiterlijk zichtbare kosmos zegt. Alles wat zichtbaar is en waarneembaar met onze 5 zintuigen behoort tot de ‘noodorde’, de orde waarin de demiurg illusies schept om ons in de gelegenheid te stellen ervaring op te doen en te beseffen wat de echte Bron is, die verbindt met de eerste LOGOS.

Saturnus als poort

Centrale ‘ingang’ in ons zonnestelsel voor die archontische krachten is de planeet Saturnus, waardoor ‘Jaldabaoths werking’ verzekerd is en het sterrenkrachtbeginsel van de gewone natuur iedere cel kan bereiken. Jaldabaoth wordt in het evangelie van de Pistis Sophia een nabootsing genoemd van de eerste mens, Antropos. De Jaldabaoth is uit de tweede logos, de Antropos was uit de Eerste Logos. De Jaldabaoth is de demiurg, de scheppergod.

Jaldabaoth is tevens

de zoon der duisternis, de lagere astrale kracht, het kind van de chaos. [4]

Het dialectisch universum is aldus geboren uit chaos.

Dat er een ‘poort’ van Saturnus bestaat als geestelijk perspectief voor de aardse mensheid is van oudsher bekend. Ook is het een gegeven dat de strevende zoeker op het pad van transfiguratie die poort dóór moet om de chaos weer in kosmos te doen verkeren. Maar  datzelfde portaal kan ook weer als ingang worden gebruikt voor archontische krachtsbeïnvloeding op diezelfde aardse mensheid. Dat is te beschouwen als een inbreuk op de regeneratieve ruimte voor de ware menselijke ontwikkeling, als een ongewenste kosmische beïnvloeding. Toch is dat in het verleden gebeurd met een beroep op de saturnale eigenschappen van de demiurg, de tweede logos, die overeenkomt met de oudtestamentische ‘God der wrake’.

Noodordenoodzaak?

Die demiurg is verantwoordelijk voor het ontstaan van de noodorde die ons in illusies gevangen houdt. De demiurg (betekent letterlijk half werk) is de schepper van de gebroken werkelijkheid die ons is opgedrongen en die ons vast wil houden. Zij die hun stappen willen zetten op het pad van transfiguratie, dienen in hun (zelf)bevrijding de christelijke zuiverheid te volgen en het specifiek oudtestamentische dat verbonden is met de lagere astrale kracht uit hun bezinning ‘uit te roeien’, zo stelt Jan van Rijckenborgh. Niet alleen omdat die oudtestamentische bezinning in deze tijd zich tegen elke spirituele vernieuwing keert, maar tevens omdat het een nieuwe gevangenschap kan betekenen door de versterkte archontische werking die de zoeker bindt aan de lagere frequentie. Deze lagere astrale frequentie blokkeert de doorgang door Saturnus’ poort, omdat een nabootsing van de oorspronkelijke Saturnus de frequentieverhoging die de naar zuiverheid strevende zoeker gerealiseerd heeft, weer kan afbuigen naar een niveau dat onvoldoende is om de zone van grensbewoners te betreden en te beleven.

Als we als ‘losgerukt van onze eigen begrenzingen’ worden, is het frequentieniveau van het Efeziër-bewustzijn als ondergrens noodzakelijk om niet aan chaos en vervreemding ten onder te gaan.

Dat niveau is hoog genoeg om de illusies van het duale leven van het zevende kosmische gebied te doorzien, maar de Efezier (grensbewoner) kan nog niet de volstrekte eenheid van het 6e kosmische gebied, ervaren.

Saturnus als ingang voor het vestigen van de matrix in ons zonnestelsel

Moderne gnostiek georiënteerde esoterici, zoals Helma Broekman [5] gaan ervan uit dat het niet de oorspronkelijke Saturnus is die deze laatste beïnvloeding toelaat, maar een door middel van de ringen van Saturnus geprepareerde planeet die via de holografisch geprojecteerde maan van de aarde, de matrix dominant in het menselijk bewustzijn kan voeden en handhaven. Dat is een gevolg van de religieuze machtsorde ten tijde van het Oude Testament, die geregeerd werd (en nog steeds wordt) vanaf Saturnus. Ten dienste van die machtsordening is een matrix opgebouwd met behulp van tijd- en ruimtecoördinatoren, waarbinnen de mens volledig afhankelijk zou worden van zijn stoffelijke zintuigen, teneinde de laagfrequente werkelijkheid  nog langer te (moeten) kunnen waarnemen. Dit terwijl de doorgang door de poort van Saturnus met behulp van de elektrische Christuskracht slaat op de oorspronkelijke Saturnus. Die oorspronkelijke planeet kan dan ook beschouwd worden als de eerste mysterieplaneet. De huidige ‘geprepareerde’ Saturnus met de ringen als magische geleiders van archontische machthebbers representeert met recht het doodsaspect van een ‘doodsnatuur’.

Gnosis als basiskennis

Het bijzondere van de moderne esoterie is dat zij zich vrijwel unaniem baseert op gnostieke kennis en wetenschap en tevens dat de matrix als sturend en controlerend superinstrumentarium wordt benoemd, een instrument – veelal zelfs in ons DNA gebonden – dat een wakker en werkzaam worden van de goddelijk vonk probeert te beletten. Klassiek is ook dat de centrale en dominante strategie om macht en voeding voor de duistere entiteiten te garanderen, wordt gevormd door te appelleren aan angst. Angst verlaagt de vibratie van mensen dusdanig dat de daardoor door mensen afgegeven energie door de ‘onlichten’ kan worden ‘geconsumeerd’.

Onze saturnale cultuur en economie

In de huidige gepolariseerde wereldsituatie vol met van bovenaf opgelegde leefbeperkingen is de voedingsbodem voor een ware ‘angstcultuur’ groot, terwijl tegelijkertijd – door de lichtinstroming van Aquariuskrachten – de zelfverwerkelijkingskansen voor de ziel die uit de geest gaat leven, ook duidelijk aan kracht winnen.

Het is van belang te onderkennen dat de ontwaakkracht-belemmerende invloeden – de  ‘onlichten’ zoals Christina von Dreien [6] ze noemt – dankbaar gebruik kunnen maken van het financieel-economische systeem dat wij als mensheid sinds de zeventiende eeuw hebben opgezet, omdat dat (handels)systeem het moet hebben van angst, bevelstructuur, berekenende controle en materiële zekerheid, omdat dat systeem saturnaal is wat betreft de (lage) astrale krachten ‘hebben en houden’. Dat systeem heeft de laagwaardige jehovistische oriëntering en bezinning namelijk kunnen versterken door gebruik te maken van negatieve Mercuriuskrachten, die – klassiek – dieven en moordenaars dienen. We zijn aldus in een verkeerd ‘berekenend’ systeem terechtgekomen. In Dei Gloria Intacta wordt het als volgt verwoord:

De Mercurius van de gevallen Adam is gebonden aan autoriteiten en speculaties, hij is verworden tot de god van handel, kooplieden en dieven. Het ‘licht der rede’ wordt door de mens misbruikt; de mens wordt door de Mercuriusstraal der natuur afgericht voor de strijd in het lagere leven.[7]

En dat terwijl de positieve mercuriale krachten zo’n bijzonder hermetisch perspectief voor de mensheid inhoudt. Daarvoor is het nodig zich bewust te worden van de gevangenschap die de omlaag gebogen rede van de negatieve Mercurius heeft teweeggebracht en zich vervolgens van die cultuur volstrekt te distantiëren. Deze cultuur te ‘haten’, schrijft J. van Rijckenborgh, omdat de mensengroepen uit deze cultuur

door de omlaag gebogen rede zijn afgedwaald en met hun werken de gehele mensheid gevangen en in het ongeluk gestort hebben met hun materialistische polieparmen.[8]

Na deze scherpe analyse is het in de eerste plaats nodig zich de ineigen goddelijke oorsprong bewust te worden en zo een nieuw denkvermogen, de ‘positieve’ Mercurius, mogelijk te maken. Vandaar uit wordt in zijn actiesfeer alles anders en hij voelt de drang te gaan getuigen van een nieuwe werkelijkheid waarin hij leeft, waaraan hij deel heeft, een grotere werkelijkheid; de werkelijkheid van de Godsorde.

 

(Wordt vervolgd in deel 3)


Bronnen:

[1] Het zegel der vernieuwing, Catharose de Petri, hoofdstuk X, De zeven treden van de nieuwe zielewording, Rozekruis Pers, Haarlem 1985

[2] De gnostieke mysteriën van de Pistis Sophia, Beschouwingen bij boek 1 van de Pistis Sophia, Jan van Rijckenborgh, hoofdstuk 11, De archonten der eonen, Rozekruis Pers, Haarlem 2006

[3] Het gehele zichtbare universum behoort tot de natuur des doods volgens Jacob Boehme, de ‘wereld van de toorn’ (Werke VII, Schutzschriften und Sendbriefe nr. 145)

[4] De gnostieke mysteriën van de Pistis Sophia, Beschouwingen bij boek 1 van de Pistis Sophia, Jan van Rijckenborgh, hoofdstuk 36, Jaldabaoth: vuur en duisternis, Rozekruis Pers, Haarlem 2006

[5] De Nieuwe Dageraad II, de Akasha voorbij, Helma Broekman, Uitgeverij Heijink, 2017

[6] Uiteindelijk komt  alles goed, Christina von Dreien, Akasha, Eeserveen, 2020

Bewustzijn schept vrede, Bernadette von Dreien, hoofdstuk 12, Het grote spel van vergetelheid

[7] Het christelijke inwijdingsmysterie “Dei Gloria Intacta”, Jan van Rijckenborgh, hoofdstuk IV, De Mercuriusinwijding van de eerste zevenkring, Rozekruispers, Haarlem 2005

[8] Ibid

back to home pdf share