above

Een heilzaam ‘zijn’ – heilzaam zijn

back to home pdf share

Als we over genezing spreken, waar gaat het dan over? Nou ja, er wordt iets gedaan – een medicijn toegediend, een methode toegepast: iets is heilzaam. Of we denken aan het proces van genezing: iets wordt weer heel.

Maar er is een derde aspect: er is een zijn, een zijnstoestand die heilzaam is, omdat hij heel is – misschien zelfs geheiligd, heilig.

De individuele mens

Stel er is een ziek mens, een ziek levend wezen, van wie de lichamelijke – en eventueel  psychische – toestand uit balans is, en die daardoor lijdt. Genezing betekent dan herstel van deze balans met verschillende middelen en methoden. Op het zuiver lichamelijk-stoffelijke vlak misschien door allopathie, op fijnere niveaus misschien met homeopathie of andere methoden die berusten op de energetische werking van bijvoorbeeld planten (zoals de Bach-remedie). In deze gevallen volgt genezing wanneer een mens medicijnen krijgt.

Laten we een stap verder gaan: er is een geestelijk helen of genezen door de overdracht van energie. Hoe de genezing hier ontstaat is moeilijk te zeggen. Is het iets dat de genezer uit zijn eigen wezen schept of stelt hij of zij zich alleen maar als bemiddelaar en transformator voor genezende energiestromen ter beschikking? Om dit te onderscheiden is een verfijnd waarnemingsvermogen nodig – maar ook hier krijgt een mens van een ander mens een ‘medicijn’ in de ruimste zin van het woord.

Hoewel bij alle genoemde methoden de bewustzijnstoestand van de arts of genezer natuurlijk ook van belang is, is het tot nu toe beschrevene terug te brengen tot een korte formule: er bestaat de bedoeling om te genezen en deze wordt omgezet door doen.

Heling door ‘zijn’

Hoe zou dat moeten? Wat wordt daarmee bedoeld? Bij het verschil tussen heling met een bedoeling en door doen gaat het om heling door de zijnstoestand van een ander mens, zonder bedoeling.

Genezen zonder doel

Iedereen heeft vermoedelijk wel eens de ervaring gehad dat er plaatsen zijn waar men zich goed voelt, of dat het verblijf in de natuur ons kracht kan geven. Er zijn gewijde plaatsen, waar een bijzondere, verfijnde en hoge trilling heerst, die een heilzame werking heeft. Daar is er niemand die of niets dat de bedoeling heeft mij te helen. Het gebeurt gewoon, op het moment dat mijn systeem resoneert met de harmonische trilling die op deze plaatsen ervaarbaar is.

Hetzelfde geldt als we tijd met onze vrienden doorbrengen. We tunen op elkaar in – zonder bedoeling – en als we weer uit elkaar gaan, ondervind ik vreugde, voel mij energetisch opgeladen.

In de natuur is harmonische trilling bijna vanzelfsprekend omdat zij deel is van haar eigen innerlijke wezen. Of een mens zich in een harmonische trillingstoestand bevindt, hangt af van zijn zijnstoestand, die op zijn beurt bepaald wordt door het bewustzijn.

Onze bewustzijnstoestand beïnvloedt ons denken en voelen. Onze gedachten en gevoelens beslissen over ons handelen. En uit ons handelen ontstaan ons leven en ons zijn. Zo creëert ons bewustzijn ons leven, en uit het leven wordt onze zijnstoestand duidelijk.

Hoe bewuster een mens is, des te hoger is zijn trillingstoestand, des te hoger trillen zijn fijnstoffelijke lichamen. Met ‘hoger’ wordt hier bedoeld: harmonischer. Als een mens van wie de fijnstoffelijke lichamen in disharmonie zijn, die dus ziek is, resoneert met de zijnstrillingen van een mens bij wie het systeem harmonisch trilt, kunnen deze genezend werken voor hem. Men zou kunnen zeggen: hij ontsteekt zichzelf daarmee. Dat geschiedt zonder bedoeling. Men  kan het met de zon vergelijken. Die maakt het leven op aarde mogelijk, eenvoudigweg doordat hij is wat hij is – zon – en schijnt.

Niemand is een eiland

En net zo als de zon niet alleen maar schijnt voor bepaalde levende wezens, en haar werkingsbereik geen focus kent maar universeel is, zo werken ook mensen op elkaar in die elkaar niet concreet en lichamelijk ontmoeten. Wij zijn niet slechts individuen maar ook door een onzichtbaar net van trillingen met elkaar verbonden – met alles wat ons omgeeft.

Jörg Starckman heeft dat in zijn boekje Vragen en antwoorden over de realiteit [1] mooi beschreven:

Het wereldbeeld van het scheppende bewustzijn weerspreekt onze intuïtieve logica. Dat berust daarop, dat ons verstand tot op het diepste in de – door hemzelf geschapen – voorstelling is geworteld, dat wij mensen afgescheiden, verregaand onafhankelijke individuen zijn  (…)

Maar wij zijn geen eenzame scheppings-freelancers. Overal waar mensen met elkaar in contact komen, zijn ze een gezworen scheppingsteam. Beter gezegd, het begrip team is nog veel te sterk geworteld in de voorstelling van gescheiden individuen. Het antwoord op de vraag, van wie het bewustzijn in een groep de boventoon voert, is altijd: het gemeenschappelijke (…)

Vanuit zijn door het scheidingsbewustzijn begrensde ego kan een individu geen noemenswaardige nieuwe stromingen in het collectieve bewustzijn tot stand brengen. Maar hoe meer zijn bewustzijnsvenster wijd open staat en zich opent voor de verbondenheid met alles, des te groter wordt zijn radius van het veranderbare. (…)

Men kan zich de mensheid voorstellen als een net van punten, en ieder punt in het net is verbonden met andere, die vergelijkbare werkelijkheden beleven.

Dit beeld van een net vinden we ook in de hindoeïstische en boeddhistische vertelling van het net van de god Indra, waarin iedere knoop, iedere individualiteit, een geslepen juweel is. Uit dit met-elkaar-verbonden-zijn resulteert dat wij onze medeverantwoordelijkheid voor het geheel waarnemen, op het moment dat we de verantwoordelijkheid nemen voor onze zijnstoestand, voor onze trillingstoestand, want die roept in andere mensen een resonantie op, en zo creëren we realiteit, of we ons daarvan nu bewust zijn of niet.

Opdracht en verantwoordelijkheid

Jörg Starckmuth gaat nog een stap verder:

Een individu bereikt daarbij op enig moment een gebied waar alle punten in dezelfde grondrichting bewegen. Het individu is deel van een collectieve stroming geworden. Hij wordt in principe door de stroom van het leven gedragen, en de hele realiteit die hem omgeeft, inclusief alle medemensen, draagt het proces mede en brengt het voort. (…) Deze toestand wordt bereikt als het scheidende ego zijn (schijnbare) belang verliest en het bewustzijn zich richt op de eenheid van het zijn.

Ligt het in onze macht: dat ons ‘bewustzijn’ zich richt op de eenheid van al het zijnde? Je kunt daaraan twijfelen. Want ‘deze toestand wordt bereikt, als het scheidende ego zijn belang verliest’. Hoe zou het ego dat voor elkaar krijgen?

We hebben dus een verantwoordelijkheid en een opgave die wij niet kunnen vervullen zolang wij ons als gescheiden ego beleven. Wat nu?

We hebben erover gesproken dat de zijnstoestand, het zijn van de mens, in hoge mate door zijn bewustzijnstoestand wordt bepaald. Nu is de volgende vraag: wat bepaalt de bewustzijnstoestand? Hier spelen de meest verschillende factoren een rol. Centraal in de leer van het Rozenkruis staat daarbij ‘de roos’ in het hart van de mens; een geestelijk trillingsprincipe, dat steeds weer in mijn wezen aanklopt. Hoe meer ik mij laat aanraken en ernaar luister, des te meer verandert ‘door de geur van de roos’ mijn bewustzijn en – zoals boven beschreven – mijn zijn. Het ego verliest in dit proces aan belangrijkheid en een nieuw soort harmonie doortrilt mij en, door mij heen, alles waarmee ik verbonden ben.

Heel zijn en helend zijn

En misschien is er nog meer. De mensen, de aarde, de wereld – wij staan voor de eis en de mogelijkheid van een diepgaande verandering, de ‘sprong’ in een nieuwe trillingstoestand. Deze sprong is een zich herinneren, een bewust weer meetrillen in een bewustzijnstoestand waardoor de mens zich weer met het universele bewustzijn kan verbinden, dat uit het begin der tijden is voortgekomen.

De ‘roos’ is een zinnebeeld voor onze onsterfelijke individualiteit en tegelijk deel van dit universele bewustzijn, en trilt ook in deze frequentie. Zij trilt in mijn sterfelijke wezen en geeft zo impulsen voor transformatie, voor de ‘bewustzijnssprong’. Hoe meer mensen zich bewust met dit trillingsprincipe in het hart verbinden, hoe meer krijgt het net van Indra een volkomen nieuwe kwaliteit.

Wat deze verandering tot het universele bewustzijn voor ieder van ons betekent, is met ons huidige denken niet te vatten. Maar ons handelen kan steeds meer gaan overeenstemmen met de eenheid van het zijn, zodat we herkennen waaruit onze opdracht als mens bestaat.

Het gaat erom, zich stap voor stap aan dit proces te wijden, want: ‘de hele schepping wacht met verlangen op het openbaar worden van de kinderen Gods.’

De nacht komt en de mensen slapen als vissen

In het donkere water. Dan de dag.

Velen nemen hun werktuig op.

Anderen worden zelf tot Doen.

(Rumi)

 

[1] Jörg Starckmuth, Die Entstehung der Realität: Wie das Bewusstsein die Welt erschafft, Goldmann Verlag, 2010, Hoofdstuk 5: Gemeenschappelijke schepping van de realiteit (p. 48-54 als uittreksel), Bonn 2011

 

 

back to home pdf share