world, music

Er is een wereld ... Neil Percival Young – Deel 2

back to home pdf share

(Naar deel 1)

 

There’s a World

There's a world you're living in

No one else has your part

All God's children in the wind

Take it in and blow hard

Look around it, have you found it

Walking down the avenue?

See what it brings

Could be good things

In the air for you

We are leaving, we are gone

Come with us to all alone

Never worry, never moan

We will leave you all alone

In the mountains, in the cities

You can see the dream

Look around you, has it found you?

Is it what it seems?

There's a world you're living in

No one else has your part

All God's children in the wind

Take it in and blow hard

 

Deze songtekst heeft Young in het begin van de jaren zestig geschreven, in de begintijd van alle toenemende verzet onder jongeren tegen de gevestigde orde die geen ruimte wilde laten voor veranderende structuren, en zo kan hij ook gelezen worden. Als een oproep aan de oudere generaties en de leiders van de maatschappij:

Er is iets nieuws in de lucht, kijk eens om je heen, is alles wat je ziet werkelijk wat het is? Wij gaan hieruit weg, jullie kunnen meekomen als je wilt.

Op een ander niveau: als je leest over het leven dat Young leidt en zijn houding betreffende (gebrek aan) binding aan materiële zaken en aan mensen, heeft hij iets van een oude indiaan [1]. Mij bekruipt het gevoel dat in deze tekst, al of niet bewust, ook verwezen kan worden naar de vele indianenstammen met hun aloude wijsheid, die geleidelijk van hun gemeenschappelijke gronden verdreven werden en die zagen dat de kolonisten vaak op een zeer respectloze manier omgingen met alles wat daar leefde. ‘We shall leave you all alone’, we laten jullie alleen met je egoïsme en je strijd om bezit.

Maar op een diepere bewustzijnslaag lijkt hier ook een groot verlangen naar bevrijding te spreken. Ik beluister ook een verlangen naar een achterliggende, oorspronkelijke wereld, de heilige dialectiek, waarin de aarde ingebed ligt, en de taak die daarin wacht voor de mensheid. Eén maken, alles terugvoeren tot de oorspronkelijke staat van heelheid, van vol-ledigheid. De nieuwe ‘wind’, de Aquariusstraling, doorstraalt de mensheid en wil haar tot een nieuw ontwaken stuwen. Uiteindelijk worden we ieder voor zich verantwoordelijk gesteld voor het al of niet kiezen voor en volgen van deze roep.

We shall leave you all alone,.

(We zullen je/jullie geheel alleen laten.)

Hier wordt de toegesprokene op zichzelf teruggeworpen, met een achterliggend doel: diep in zichzelf zijn ware zelf te vinden – en deze gedachte wordt naar mijn gevoel versterkt door de versie ‘God will leave you all alone,’ zoals Young in het optreden van 1971 zingt. In beide interpretaties kan ‘alleen’ in dat geval ook worden gelezen als al-een. ‘We’ is dan de ervaringsvolle mens, die de materialistische wereld wil gaan verlaten om tot het oorspronkelijke, voor de huidige mensheid ‘nieuwe’, levensveld terug te keren, en die de ‘achterblijvers’ oproept tot ontwaken. Never worry, never moan, geen zorg, klacht of angst, adem de nieuwe wind in, laat haar zonder enige neiging tot vasthouden door je heengaan en laat haar weer vrij verdergaan, durf haar door te geven – take it in and blow hard – en volg zo het pad naar het nieuwe levensveld, waar het al tot Eenheid wordt. In dat geval geldt ‘we’ voor ons allemaal, neergeschreven met een zekerheid, die tegelijkertijd angst kan aanjagen maar ook vertrouwen kan schenken. Voor de materialistisch ingestelde mens een dwaasheid, voor de zoeker een droom die misschien wel realistischer is dan de ons bekende materiële wereld van de zintuigen.

Er welt ineens een zin in mij op:

Alles ontvangen, alles prijsgeven en daardoor alles vernieuwen.

De gnosticus Jan van Rijckenborgh schrijft hierover in De Egyptische Oergnosis deel IV [2]:

Daarom dient de kandidaat (dat is de zoeker naar bevrijding uit de materiële wereld van de zintuigen, uit de tijdruimtelijkheid), na alles voor zijn grootse wording te hebben ontvangen, na alles te hebben ingeademd, het direct tegenwoordige ook onmiddellijk weer prijs te geven. De kandidaat mag bij niets stil blijven staan. Hij mag ten opzichte van geen enkel ding zeggen: ‘Dat is van mij.’ (…) Indien iemand op deze wijze alles ontvangt en deze ontvangst door niets wederstaat, zal ook het grote vernieuwingsproces ongehinderd voortgang hebben, tot aan het volstrekte einde. ‘U hebt alles ontvangen om niet, geef het ook om niet,’ zo klinkt het ons toe uit de Bergrede (Mattheüs 5-7). Dit geldt niet alleen met betrekking tot de grove materie, maar met betrekking tot alles wat u verlangt; het geldt met betrekking tot alles wat tot uw ware vrede dient.

Deze zoektocht van ontvangen en prijsgeven gaat gelijk op met de ontwikkeling van het hart van goud in ons eigen wezen.

It’s such a fine line, that keeps me searching for a heart of gold, and I’m getting old.

Als wij ontdekken dat we alles al eens gezien en meegemaakt hebben, en de leegte van alles ervaren, kan de roepstem vanuit ons diepe innerlijk tot ons komen. Dan worden we gevoelig voor die fijne lijn. De lijn vanuit het goddelijke hart der wereld, die ons vrijelijk door het leven laat zoeken en ervaringen laat opdoen op onze levensweg, tot wij van binnenuit ontdekken dat de ware, bestendige liefde niet in dit levensveld gevonden kan worden. Dan worden we opgeroepen tot de zoektocht naar het hart van goud, dat zich in het diepste van ons hart wil ontvouwen.

De mogelijkheden tot vernieuwing zijn ons allemaal gegeven. Het nieuwe levensveld wacht, geduldig, liefdevol en vol hunkering, op ons allemaal, niemand uitgezonderd.

Er is iets nieuws in de lucht, kijk eens om je heen, is alles wat je ziet werkelijk wat het is? Wij gaan hieruit weg, jullie kunnen meekomen als je wilt.

 

Uit het interview in Times magazine 2012:

‘I like people, I just don’t have to see them all the time,’ he said, laughing.

 ‘Too many decisions to make with no sign of what to do,’ he said.

‘I didn’t care and still don’t,’ he said, then went on: ‘I experimented, I tried things, I learned things, I know more about all of that than I did before.’

I asked if he was a good person to work with or for. ‘The fact is that I can be really irritable when I’m unhappy about stuff,’ he said. ‘I can be a nit-picker about details that seem to be over the top. But then again I’m into what I’m into, so a lot of people forgive me because of that.’

 


Bronnen:

[1] Neil Young Comes Clean - The New York Times (nytimes.com)

[2] Jan van Rijckenborgh, De Egyptische Oergnosis deel IV, Rozekruis Pers, Haarlem 1991

back to home pdf share