korolikoroleva

Filosofie bij rampspoed - Deel 2

back to home pdf share

Terug naar deel 1

Kinderen zijn godgeleerd.

Die gevleugelde uitspraak van de beroemde Tsjechische filosoof, pedagoog en theoloog Jan Amos Comenius (1608-1670) drong zich bij mij op toen ik onlangs een bijzonder berichtje las in een avondblad.

Kinderen in de Indiase miljoenensteden waren in shock toen ze op het ‘hoogtepunt’ van de viruscrisis plots ontdekten dat het altijd drukke en rumoerige verkeer stilviel en de stinkende vuilsluiers om hen heen tot niets ineenschrompelden. Tot hun peilloze verbazing zagen ze voor het eerst dat hun stad omringd was door kleurrijk gebergte; op sommige plekken konden ze zelfs de Himalaya zien.  Waarom hadden hun ouders nooit eerder verteld hoe de wereld rondom hen heen er echt uit zag, vroegen ze zich bijna verontwaardigd af?

Met vooruitziende blik heeft Comenius al vier eeuwen geleden aangegeven hoe de positie van het kind moet zijn in zo’n situatie. Kinderen zijn godgeleerd, stelt hij vol overtuiging! Dat betekent dat iedere vraag van hen uiterst serieus moet worden genomen. Dat betekent dat kinderen inzicht in de samenhang der dingen bezitten. Dat betekent dat kinderen al het juiste zicht op de werkelijkheid en op de waarheid met zich dragen. Dat betekent dat het leven zelf, de zichtbare en tastbare werkelijkheid, de school voor hen is. Ja, Comenius was ervan overtuigd dat kinderen wijzer en god-geleerder zijn dan volwassenen!

Het is zaak hun latente inzichten door goed beeldend onderwijs en door adequate vorming wakker te waaien. De bronnen daarvoor zijn te vinden in de Bijbel en – revolutionair voor zijn tijd – in de natuur. Door dicht bij de natuur en haar wetten te leven, komt het kind tot nieuwe inzichten, en gaan het kind – en de latere volwassene – ervaren dat het de natuur als het ware te leen heeft. Te leen om ervaringen en diepere inzichten op te doen en niet om haar te exploiteren, te misbruiken of te vervuilen. Die kinderen komen uit het Licht en zij gaan tot het Licht, aldus Comenius.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schilderij van Jurriaen Ovens: Jan Amos Comenius 

Het leven als leerschool van onthechting, het leven in geloof loslaten. Comenius heeft dat in zijn roerig en onstuimig leven waargemaakt. Drie keer moest hij het bestaan opnieuw opbouwen; drie keer raakt hij vrouw en kinderen kwijt, drie keer ook al zijn boeken en publicaties,  alsook zijn woonhuizen. Dat alles door brand, pest of vervolging. Drie keer bezitloos rondzwerven en toch aan het levenseinde een imposant oeuvre van 250 boeken nalaten…

Als er iemand is die heeft voorgeleefd hoe te handelen in tijden van ontreddering,  dan is het  Comenius wel. In zijn beroemde geschrift ‘Het ene nodige’  (1669) blikt hij een jaar voor zijn dood terug op zijn levensweg:

1. Belast uzelf niet met zaken die u niet echt nodig heeft, maar stel u tevreden met het weinige dat uw gemak dient en prijs God.

2. Ontbreekt het u aan alle gerieflijkheid, wees dan tevreden met het strikt nodige.

3. Wordt ook dit u ontnomen, probeer dan uzelf te behouden.

4. Kunt ge uzelf niet behouden, laat dan uzelf los maar zie toe dat ge God vasthoudt. Wie God heeft, kan alles missen. Hij bezit het kostbaarste wat een mens zich kan voorstellen. Hij bezit het eeuwige leven met God en in God, voor altijd (…). Van alles wat een mens begeren kan, is dit het doel en het einde.

Het is een tekst van groot vertrouwen, van loslaten door geloven. Hij hangt al maanden op mijn prikbord.

 

Wordt vervolgd in deel 3

Bronnen:

[1] Deze column is gepubliceerd in het tijdschrift LOGON Nederland jaar 1, 2020, nr. 4, 69

[2] Een radio interview met Dick van Niekerk over J.A. Comenius is online beschikbaar:  https://www.helloradio.eu/

[3] Jan Amos Comenius, Via Lucis uit het Latijn vetaald door J. Schad and R. Bouthoorn (Amsterdam 2002)

[4] J. Kok and A. Molnar, Kinderen zijn God-geleerd, (Gorinchem 1992)

[5] Veit-Jakobus Dieterich, Jan Amos Comenius  (Baarn 1992)

back to home pdf share