way of light

Getallen vertellen het verhaal van het leven, deel 4

back to home pdf share
Naar deel 3

De bekende stelling van Pythagoras is in wezen de uitdrukking van een algemene levenswet.

Hij laat in geometrische vorm zien hoe uit het mannelijk principe, de drie, en het vrouwelijk principe, de vier – als these en antithese door een rechte hoek (bewuste onderscheiding) in een verhouding gebracht – de synthese ontstaat. Je kunt dat zien als ‘het kindprincipe’. Dit ‘kind’ verbindt de ouders met elkaar; het is de hypotenusa.

De rechthoekige driehoek met de beide lange zijden als drie en vier, en als hypotenusa vijf, wordt wel de gouden driehoek genoemd. De drie, waarmee zoals gezegd het begrip man, mannelijk principe wordt uitgedrukt (geest, verstand, daadkracht …) vindt zijn vervolmaking in het kwadraat van de drie, het hoogste wat in de wereld van de drie mogelijk is:

32

Het is de vervulling van het mannelijk principe.

De vier, waarmee de geometrie het begrip vrouw of het vrouwelijk principe uitdrukt (intuïtie, overgave…) vindt haar vervolmaking in het kwadraat van de vier, het hoogste dat in de wereld van de vier mogelijk is:

42

Het is de vervulling van het vrouwelijke principe.

Man en vrouw samen, zullen, als ze in een eenheid het hoogste, het uiterste bereiken dat ze kunnen bereiken, zich samenvoegen als

32 + 42 = 52   of   9 + 16 = 25

Vijfentwintig is dan het kwadraat van de vijf, de vervulling van de vijf. Dat is de verlangde vrucht, de openbaring, het kind. Het is de vrucht van man en vrouw, als beiden tot een eenheid zijn geworden, beiden in de vervulling van hun zelf. Zo wordt het nieuwe geboren.

De doorsnede-driehoek van de Chefren-piramide in Egypte bestaat uit twee gouden driehoeken, waarvan de lengtezijden drie en vier in een rechte hoek tot elkaar staan. De hypotenusa, die de vijf voorstelt, leidt opwaarts naar de top van de piramide.

Zowel in het beeld van de piramide als in de stelling van Pythagoras ontvouwt zich de weg die aan het bestaan van de mens als opdracht is toegemeten. Het is een weg die uit de gevangenschap van de wereld van de vier leidt.

In het algemeen vormt bij iedere piramide met een vierkant als basis de top de vijf. Uit de vierheid verheft zich boven het centrum ervan het vijfde punt, de top van de piramide.

De geopenbaarde materiële wereld van de vier heeft een tegenpool nodig, die uit haar is voortgekomen. Een bewustzijn dat in staat is in te zien dat ook aan de aardse wereld een wetmatigheid en ordening ten grondslag liggen, en dat zij zich langs ziele- en geestelijke wetmatigheden ontwikkelt. Deze tegenpool is de mens, de vijf, die zich in een rechte hoek ten opzichte van de aarde voortbeweegt. Hij is de rechtvaardiging; hij is gedacht als een herkenningsorgaan van God. We kunnen zijn opdracht terugzien in de symboliek van de piramide.

De mens groeit vanuit de vier. Dat kun je je symbolisch voorstellen, als hij rechtop op de aarde staat en zijn armen recht opzij uitstrekt. Hij vormt dan een kruis. Zijn opgave is het tussen de concrete aardse wereld (de horizontale as), en de goddelijke oergrond (de verticale as) te bemiddelen en de tegenstellingen te overwinnen. Zoals wanneer de mens rechtop staat hij zijn plaats inneemt tussen hemel en aarde, zo neemt de vijf de middelste plaats in in de cijferreeks 1-9.

Het bevindt zich in het midden van de spanningsboog tussen hemel en aarde:

 

Getallen vertellen het verhaal van het leven
.

 

Verder is vijf de som van twee – de opsplitsing in de materie – en de drie – de overwinning van de splitsing in de goddelijke kracht.

2 + 3 = 5

In de Hebreeuwse en Indische cultuur geldt de vijf als uitdrukking voor de scheppende wil van de mens en zijn inwonende individuele krachten. De vijf is ondeelbaar. We kunnen er een verwijzing in zien naar de in-dividualiteit, het ondeelbare in de mens. Door de verbinding van twee en drie komt dit tot bewustzijn. Is de mens door ervaringen gerijpt, dan kan hij van het primitieve individuele opklimmen tot het scheppende individuele, de voleinding van de vijf.

Dit geheim wordt duidelijk wanneer je de geometrische figuren die tot de vijf behoren, de regelmatige vijfhoek (pentagon) en de vijfpuntige ster (pentagram) nader beschouwt.

Het pentagram werd als heilig teken zozeer vereerd, dat men de constructie ervan tot aan de zestiende eeuw geheim hield. Van oudsher is het een symbool voor de goddelijke ordening. Zonder de cirkel (symbool voor de eenheid) en het kruis (dat zijn doorsnede is), is het niet te construeren. De samenhang van pentagram, cirkel en kruis symboliseren de weg waartoe de zoekende mens geroepen is. De uitweg uit de wereld van de vier wordt hem mogelijk door overgave van zijn hele wezen aan de wereld van de een. De ziel vormt zich daarbij om tot pentagram.

 

pentagram 2
.

Kijken we naar de vijfhoek of het pentagon, dan is een verbinding met de oneindigheid te suggereren door de volgende constructie: vanuit één hoek, bijvoorbeeld de bovenste, kunnen we een reeks van vijfhoeken en pentagrammen construeren die, alle in elkaar geschakeld, steeds kleiner worden en toegroeien naar de bovenste hoek, die ze met elkaar verbindt.

Maar omgekeerd gezien, lijkt het ook alsof uit deze hoek een steeds meer vijfhoeken en pentagrammen tot in het oneindige naar buiten toegroeien. Zo kun je je voorstellen dat kleinste vijfhoek een symbool was van de microkosmos, waarin zich de geheimen van de macrokosmos spiegelen.

Het pentagram bergt nog een geheim in zich: dat van de gulden snede, of de goddelijke deling. Ook de ledematen van de mens kennen bij een normale gestalte deze verhouding: met uitgestrekte armen verhoudt zich de armlengte tot de schouderbreedte plus armlengte als de gulden snede. Dit geldt ook voor alle andere ledematen van het menselijk lichaam: handen, vingers, tenen, benen, hoofd en romp.

pentagram
.

Deze samenhang symboliseert dat er wel een afscheiding van het geheel is, maar dat het afgescheiden deel altijd nog met het geheel verbonden blijft.

De mens met zijn vijf zintuigen is een van de goddelijke wereld afgeweken entiteit, maar kan in zichzelf op allerlei manieren het beeld van die wereld terugvinden. In de Kabbala van Heinrich Cornelius Agrippa vindt men al in de middeleeuwen de vorm van het menselijk lichaam met gespreide armen en benen als pentagram afgebeeld.

 

De mens is tot vrijheid geroepen en bezit een lichaam als werktuig, dat de wetmatigheden van de goddelijke deling laat zien. We kunnen dat in het bijzonder terugzien aan zijn ledematen. Zij dienen zijn handelingen.

Gaat de mens de weg van bewustwording, dan verkrijgt hij door zijn groeiende kennis ook meer macht en zijn vrijheid en zelfstandigheid nemen toe. Zo’n individu heeft de keuze zijn vrijheid op twee manieren te gebruiken.

We kennen ook twee manieren om het pentagram af te beelden: of met één punt naar boven of met twéé punten naar boven. De laatste wijst op de dualiteit en vind je vaak geassocieerd met het boze, met de tweehoornige duivel, de gevallen engel.

De tot nu toe beschreven weg van de een tot de vijf omvat het begin van de bewustwording, de stappen van waarneming, crisis, beslissing, en het daardoor verworven inzicht in de dingen, het kennen van de zin. Verder omvat deze weg een voortschrijdende verdieping en loutering in de materiële wereld door het onderkennen van de tegengestelden en de vergankelijkheid van al het aardse. Daardoor voert de weg naar binnen, naar het geestelijke principe in het hart.

Zo verheft zich uit de vier de vijf. Herkent de mens door de som van zijn ervaringen en de daarmee verbonden louteringen de principes waarnaar het leven gevormd is, dan begint hij in zijn vijfde fase zijn leven daadwerkelijk en bewust te leiden naar de geestelijke wetten. Daarmee begint zijn inwijdingsweg, de innerlijke wedergeboorte uit de geest, uit de vonk van de geest in het hart.

Beschouw je het geometrische ontstaan van het pentagon, dan kun je deze weg ook in de nuchtere symbolen van de meetkunde herkennen.

 

Naar deel 5

back to home pdf share