Chakra

Het zieke hart – deel 4

back to home pdf share

Naar deel 3

De mens – een multidimensionaal energetisch wezen

Laten we nog dieper duiken in het mysterie van de menselijke wezenheid en haar hart-tempel. Wij bezitten een zevenvoudig geconcentreerd energiesysteem.

In de geesteswetenschap van het Oosten en van het Westen spreekt men van de zeven chakra’s. Het zijn energiecentra die langs de ruggengraat liggen en zich bevinden tussen het fysieke en de fijnstoffelijke lichamen. Zij concentreren de levensenergieën en voeden het fysieke lichaam ermee op een gedifferentieerde manier.

Beginnend van onderaf sturen ze de volgende organen en hun omgeving:

Het eerste energiecentrum stuurt het seksuele gebied en de uitscheidingsorganen,

Het tweede de spijsvertering en het opnemen van de voeding,

Het derde de plexus solaris en de organen boven in de buik,

Het vierde energiecentrum is gericht op het hart, de ademfunctie en de thymusklier. Hier ligt de drempel, waar de zelfzucht van de strijd om te overleven kan worden veranderd in een zelfverlorenheid die gepaard gaat met medegevoel, zorgzaamheid en vertrouwen.

Het vijfde energiecentrum stuurt de schildklieractiviteit en de speekselklieren. Hier komt datgene wat door het vierde chakra werd ontwikkeld, door middel van de spraak tot uitdrukking.

Het zesde energiecentrum regelt de activiteit van de “meesterklier”, de hypofyse. Deze coördineert alle regelkringen van het endocriene systeem, zorgt voor harmonie en maakt in de fysieke mens een spirituele aanraking mogelijk.

Het zevende energiecentrum stuurt de epifyse, die men ook symbolisch als ‘het derde oog’ aanduidt. Zij stuurt via lichtimpulsen het menselijke bioritme. De epifyse is een klier met interne secretie die signalen kan opnemen die boven het niveau van onze normale zintuiglijke ervaring uitgaan en lucide waarnemingen mogelijk maken.

Er is nog een achtste energiecentrum, dat ongeveer 40 centimeter boven ons hoofd werkzaam is en geen verbinding heeft met ons fysieke lichaam. Daarin ligt de verbindingspoort naar de kosmos, en tegelijkertijd is het de deur naar openbaringen en nieuwe scheppende inzichten. Het is het centrum dat overeenkomt met de transpersoonlijke bewustzijnsruimte.

Zolang de levensenergie ongehinderd opstijgend door de energiecentra stroomt, vindt ontwikkeling plaats. Maar meestal concentreert de energie zich in de lagere centra, daar waar ons ego zich wil handhaven, zodat onze ontwikkeling geblokkeerd wordt.

Vooral de drie lagere centra hebben te maken met overleven. Zij staan voor op zichzelf betrokken zijn, waarbij het onder andere gaat om macht, agressie, en concurrentie-denken.

Uit deze samenhangen herkennen we de sleutelpositie van het met het hart verbonden energieveld, waarin het ontwaken van de hogere mens in de kiem aanwezig is. Van hieruit kunnen impulsen van goddelijk-geestelijke aard in het totaalsysteem binnenstromen en de totale energiestroom vernieuwen.

Hij stijgt voorlopig van het onderste centrum uitgaand, omhoog, en wanneer de mens in zichzelf harmonisch in evenwicht is, verhoogt zich het trillingsgetal trede voor trede bij een gelijk blijvende coherentie.

Ons bewustzijn is in staat om in resonantie te treden met steeds hogere trillingsvelden. De eerste drie centra zijn helemaal op de natuurlijke levensfuncties en de daarbij behorende fijnstoffelijke aanzichten afgestemd. Maar vanaf het hartcentrum kan een zoekende mens hogere trillingen in zich waarnemen, die een nieuw begrip voor de zingeving van zijn bestaan mogelijk maken. Hij kan zijn eigenlijke identiteit gaan vermoeden, die geestelijk is.

 

Barmhartigheid – de hoogste menselijke deugd

Een wonderschone vergelijking vinden we in de zeven christelijke deugden. De eerste drie – matigheid, dapperheid en gerechtigheid – hebben te maken met de veredeling van zijn natuurlijke persoonlijkheid, die hem in het kader van zijn cultivering is opgedragen. De vierde deugd is de barmhartigheid. Zij is de grootste van alle menselijke deugden. Zij is een genade-geschenk, waardoor een alomvattende goddelijke liefde de menselijke ziel vervult en de betrokkene in staat stelt

zelfs de zondaar te rechtvaardigen,

zoals Thomas van Aquino het uitdrukt.

Dat betekent dat door het barmhartige hart een onbevooroordeelde, bovenmenselijke Liefde werkzaam wordt. Hier is het hart door zelfovergave in een eenheid met zijn hemelse ziel opgegaan, waarin de alomvattende liefde werkzaam is.

De drie verdere – boven de natuur uitgaande – christelijke deugden zijn het geloof, de hoop en de liefde. Zij staan in verbinding met de drie hogere energiecentra en kunnen zich met behulp hiervan in de stoffelijke wereld uitdrukken, voor zover de mens de betreffende geestelijke krachten toegang verleent.

 

Belang van het hart-gebed

Daarvoor is het nodig, zichzelf in het hart-gebed te openen, waarbij een diep en gedachtenvrij zwijgen de houding is die onze, in de wereld gemanifesteerde ziel, ontvankelijk kan maken voor het Absolute.

Op deze plaats mogen wij ons bewust worden dat wij als aardse persoonlijkheden die wezenlijke dingen niet zelf tot stand kunnen brengen. Wij kunnen ze alleen maar ontvangen, nadat wij ons ervoor ontvankelijk gemaakt hebben.

Dat is een genadevol erkennen. Het laat ons zien dat wij in vrijheid iets van de eigenzinnigheid van ons ego kunnen loslaten, iets mogen laten sterven, om deel te krijgen aan de wezenlijke en onvergankelijke essentie van het leven.

Boeddha, die dit erkende, sprak tot zijn leerlingen:

De vergankelijkheid van al het bestaan overdenkend, beschouw ik hoe ik bij het gaan mijzelf achter mij laat.

Ook Einstein spreekt uit eigen diepe ervaring als hij zegt:

Als wij een uitweg zoeken uit de wereldwijde crisis van de mensheid, dan kunnen wij deze alleen vinden in de overgang naar een hogere staat van bewustzijn en begrijpen.

 

Naar deel 5

 

back to home pdf share