Beuys

Joseph Beuys: “Wie niet denken wil, vliegt eruit”

back to home pdf share

De leraar

De Kunstacademie in Düsseldorf in de jaren zestig: Meerdere studenten staan in een kring en kijken naar de werkstukken die op de grond liggen. Tegenover mij staat onze leraar Joseph Beuys, uiterst aanwezig, gefocust, al uren pratend over de voor hem liggende creaties. Intussen pakt hij een sigaret uit één van zijn vele vestzakken en steekt hem aan een nog in zijn mond stekend peukje aan. Voor mij is het een buitengewone, charismatische leraar. Hij is meedogenloos tegenover zichzelf – niet alleen als kettingroker, maar ook in zijn onderwijsactiviteiten. Het kritisch bespreken van een werkstuk van een student wordt een uitgebreide les. Het zijn intensieve gesprekken zonder druk, maar met een enorme indirecte invloed.

Elke dag is hij in de academie aanwezig, zelfs op zaterdag en tijdens de seizoensvakanties, behalve op zondag. Dit is belangrijk voor hem, om op die manier de continuïteit van het onderwijs en het leren te waarborgen. Met dit ongewone gedrag maakt hij indruk op de studenten, irriteert hij zijn collega's en overtreedt hij de bureaucratische regels. Hij verzet zich tegen de opnamestop van nieuwe studenten en neemt allen, die een studieplek bij hem aanvragen, in zijn klas op.  Voor hem is dit praktisch onderwijsbeleid.

Hij verwerpt de 'port folio procedure': twee minuten om een ingezonden werkstuk te beoordelen kan Beuys niet accepteren. Tegelijkertijd roept hij instellingen voor hoger onderwijs en universiteiten op om in toenemende onderwijsbehoeften van mensen te voorzien. Aan die opdracht kan alleen worden voldaan als het onderwijssysteem aanzienlijk zou worden gewijzigd. Sommige collega’s van Beuys hebben een paar studenten; Beuys zelf daarentegen heeft er soms meer dan 300. Maar in de praktijk blijkt, dat de selectieprocedure van zijn studenten vanzelfsprekend werkt zonder dat iemand hoeft in te grijpen.

Lesgeven is van groot belang voor Beuys. Het spiritueel-geestelijke idee in zijn artistieke werk, ingebed in een sociaal-maatschappelijk transformatieproces, is existentieel voor hem. Toen hij in 1972 de door opnamestop afgewezen studenten alsnog tot zijn klas wilde toelaten, kreeg hij op staande voet ontslag van de minister van Cultuur wegens "huisvredebreuk". Deze beëindiging van zijn lesgeven was zo'n traumatische ervaring voor hem, dat hij niet lang daarna een hartaanval kreeg.

Een ruimere opvatting van kunst

Als 17-jarige zag Beuys in een kunstcatalogus een sculptuur van Wilhelm Lehmbruck. De beschouwing ervan riep een initiatiële ervaring in hem op:

... en direct kwam het idee in me op [...]. Alles is sculptuur, riep deze afbeelding als het ware mij toe. En in de afbeelding zag ik een fakkel, zag ik een vlam, en ik hoorde: Bescherm de vlam.

Iedereen is een kunstenaar;

met deze uitspraak bedoelt Beuys niet dat ieder mens een dichter of een beeldhouwer is. Hij bedoelt eigenlijk meer, dat ieder mens beschikt over creatieve vaardigheden die hij kan ontdekken en trainen. Volgens Beuys moet het begrip kunst toegepast worden op het werk van mensen in het algemeen en uitgebreid worden tot alle gebieden van de arbeidswereld.

Voor hem is scheppingskracht binnen de menselijke activiteit het belangrijkste creatieve moment van alle mensen om zelf het verloop van de toekomst te bepalen. De toekomst zelf vormgeven, zelfverantwoordelijk zijn en zichzelf in dit proces opnieuw vormgeven – deze ruimere opvatting van kunst is de uitdaging waarvoor iedereen geplaatst wordt.

Beuys noemt het 

een basisformule van het Zijn die alles verandert.


Hij noemt dit verruimende begrip van kunst zijn beste kunstwerk. En hij beschrijft hoe hij tot die opvatting gekomen is:

Het oorspronkelijke initiatieproces was een algemene staat van uitputting, dat echter al snel omsloeg in een echt vernieuwingsproces. De dingen in mij moesten volledig gerealiseerd worden, er moest tot in het lichaam zelf een omkering plaats vinden.

De manier waarop we denken is cruciaal volgens Beuys.

De gedachte is het eerste plastiek dat uit de mens komt.

Het onzichtbare speelt een cruciale rol.

De onzichtbare wereld omvat de onwaarneembare samenbindende krachten, relaties [...] en energiestromen, evenals wat men meestal het innerlijk van de mens noemt.

Volgens Beuys is het de taak van kunst om het onzichtbare weer zichtbaar te maken. Hiervoor is het noodzakelijk dat er eerst een innerlijke vorm ontstaat, een vorm van denken. Deze vorm kan dan zichtbaar gemaakt worden.
De ‘plastieke theorie’ van Beuys houdt een samenspel tussen de drie creatieve basiskrachten denken, voelen en willen in, voorafgegaan door imaginatie, ‘verbeeldingskracht’. De kwaliteit hangt af van de vraag of de mens

inspiratie als een plotselinge ingeving en intuïtie als onmiddellijke, levendige erkenning ervaart

(aldus Matthias Bunge).

Beuys liet zich voornamelijk inspireren door Rudolf Steiner.


Sociale warmte

Hij vertelt, dat hij in 1943 met zijn vliegtuig boven de Krim neerstortte, door Tataren zwaargewond gevonden is en - ingewreven met vet en gewikkeld in vilt – in een nomadische hut ondergebracht is.
Deze behandeling heeft hem voor bevriezing behoed. Het leidt later tot zijn gebruik van vet en vilt als afdek- en isolatiemateriaal.

Voor Beuys zijn de stoffen van de natuur niet alleen grondstoffen, maar spirituele krachten. Hij ziet vet en vilt als ondersteunende elementen voor "sociale warmte", die in een leven, vrij van geweld, aan zichzelf, de medemens en de schepping geopenbaard wordt. Deze materialen zijn energiebronnen. Essentieel is, dat ze de overgang van een wanordelijke ruwe staat naar een gevormde eindtoestand beschrijven.

De kernthesis van zijn ‘plastieke theorie’ bestaat uit de polen: hitte - koude, chaos - vorm, willen - denken. Tussen deze polen ontstaat een beweging, een stroom, een formatieproces. Transformatieprocessen spelen een centrale rol in Beuys' denkwereld. Door het materiaal vet bijvoorbeeld, worden ze sensueel tastbaar. Vet is in warme vorm vloeiend chaotisch en gaat over naar de staat van koud en gestold. De energie stroomt tussen beide polen.
Vilt is eveneens een organisch materiaal dat bestaat uit samengeperst dierlijk haar. Beuys ontdekte de isolerende eigenschap van vilt in de hoofddeksels van de nomaden. Zijn vilten hoed, zijn handelsmerk als kunstenaar, beschermde o.a. zijn oorlogsverwondingen. Vilt bezit ook een absorberende eigenschap.
Vet kan ongehinderd in het viltmateriaal doordringen en absorberen. Vet, vilt en later ook honing en koper, zijn voor Beuys materialen, die nauw verbonden zijn met zijn plastieke theorie. Ze worden door hun vervormbaarheid door de mens tot een gelijkenis voor de veranderlijkheid van de samenleving.


Sociale plastiek

De formule "Ieder mens is een kunstenaar" verwijst vooral naar het hervormen van het "sociale lichaam" waaraan niet alleen iedereen kan deelnemen, maar ook moet deelnemen "zodat we zo snel mogelijk de transformatie voltekken kunnen". Het vormen van een sociale plastiek is een doel dat een hoge eis stelt aan alle mensen in een democratische samenleving. Het moet, stelt Beuys, tot een herstructurering leiden van het onderwijskundig, juridisch en economisch systeem. Als medeschepper heeft elk individu een even belangrijke taak, ongeacht diens cultuur, religie, geslacht of leeftijd.

Dit medescheppen is echter niet bedoeld als een vrijwillige keuze, maar wijst in de richting van een hogere ontwikkeling van het spirituele; waarnemingsorganen zouden moeten worden aangescherpt en ontwikkeld ten bate van de verdere ontwikkeling van de ziel. Daarin is de innerlijke transformatie voorwaarde voor het externe, sociaal-maatschappelijke succes.

Voor Beuys is sociale plastiek een zoektocht naar de ware vorm der dingen. Het is een groeiend en evoluerend bewustwordingsproces, geen momentopname.

Ik wil het bewustzijn van mensen verruimen. Ik wil het voor alles vergroten, gebaseerd op de werkelijke politieke situatie.

Dit mag echter niet van buitenaf gevormd worden, door externe deskundigen, maar door innerlijke scheppingskracht, de creativiteit van alle mensen.


Actie "7000 Eiken"

Beuys oaks

 

Een heel andere uitdrukking van zijn theorie van sociale plastiek is te vinden in de actie "7.000 Eiken".
Op Documenta 7, een vijfjaarlijkse tentoonstelling van hedendaagse kunst in Kassel, presenteert Beuys zijn ecologische voorstelling met als thema "stedelijke bebossing in plaats van stadsbestuur".

Hij plantte de eerste boom van 7.000 in 1982 voor het Documenta Museum. Vijf jaar later plaatst zijn zoon Wenzel de laatste boom ernaast, een jaar na de dood van zijn vader. De 7.000 bomen zijn eiken, lindebomen, platanen en esdoorns. Naast elke boom moet een stele van basalt worden neergezet.

De boom groeit steeds hoger, de steen blijft zoals hij is. Dit wilde ik tegenover elkaar zetten, zodat in de tijd de verhoudingen voortdurend verschuiven,

legt Beuys uit. Tegelijkertijd verwijst de steen naar een naderend tijdperk. Bomen zijn tegenwoordig, wat Beuys betreft, intelligenter dan mensen. In de wind, die door hun kronen strijkt, waait tegelijk de energie van lijdende mensen. De bomen zouden dit waarnemen, ze zijn zelf lijdende, rechteloos als dieren.

Het geschenk van Breuys aan de stad Kassel kost 4,3 miljoen Duitse Marken. Hij laat alle basalt in één keer breken en de gehele lading van 2300 ton in een wigvorm voor het museum leggen. De monsterlijke hoop stenen kan alleen door het aanplanten van bomen verkleind worden, voor elke boom mag immers een stele deze plek verlaten. Dit brengt een langzame vergroening met zich mee, vooral omdat de bomen niet op elk moment van het jaar geplant kunnen worden.

De actie stopt soms ook vanwege geldgebrek. Het begin wordt gefinancierd door de New York Art Foundation, de rest van het geld moet worden gegenereerd middels donaties van particulieren: 500 DM per boom. Toch stokt de stroom aan donaties. Beuys verkoopt posters van eiken met zijn handtekening, voor 5 DM per stuk.  Hij bemachtigt een kopie van de kroon van de tsaar, smelt de kroon tijdens een kunstactie om tot een wereldkonijn en krijgt van een verzamelaar 777.000 DM voor dat project.
In een tv-spotje maakt Beuys reclame voor een bepaald merk whisky – dat levert 440.000 DM op ten gunste van de boomactie.

Na vijf jaar, aan het einde van de actie, hebben ongeveer 2.500 burgers actief bijgedragen aan het boomproject. Lukas Beckmann schrijft:

Beuys doet een beroep op de warmte in ons, op het vermogen van liefdevolle waarneming van het levende wezen Aarde [...], ‘waarmee geen liefdesrelatie meer is' (Beuys). Het is belangrijk dat we de boodschap van Beuys over het verruimde, sociale concept van kunst begrijpen, dat we de boodschappen van stervende bossen en diersoorten begrijpen [...], het wordt steeds belangrijker en steeds dringender om het geschreeuw van de mensen te begrijpen en om de boodschap van de vlammen te verstaan [...]. Wat we verdringen zal herhaald worden.

 

Bronnen:

Lukas Beckmann, Josef Beuys – Begreifen, nicht Verdrängen, in: Hiltrud Oman (Hrsg.), Josef Beuys. Die Kunst auf dem Weg zum Leben, 1998

Bunge, Matthias, Joseph Beuys. Das Plastische Denken – Werbung für einen anthroposophischen Kunstbegriff, in: Helmut Gold, Margret Baumann, Doris Hensch (Hrsg.): „Wer nicht denken will, fliegt raus“, Joseph Beuys Postkarten, Heidelberg 1998

Sophia-Lucie Gernhardt, Joseph Beuys – Die Soziale Plastik, Studienarbeit Hochschule Karlsruhe, 2010

Alfred Nemeczek, Klimawandel im Beuysland, www.7000Eichen.de 

Heiner Stachelhaus, Josef Beuys, 4. Auflage, Berlin 2010

back to home pdf share