Garden

Kijken naar Jeroen Bosch is kijken naar jezelf – Deel 2

back to home pdf share

Naar Deel 1

De Schotse onderzoeker Lynda Harris[2] weet aannemelijk te maken dat hij sterk beïnvloed is door het gnostiek geïnspireerde, dualistische gedachtegoed van bogomielen en katharen. Daar zijn verrassend genoeg ook aanwijzingen voor te vinden.

- Kijken we bij voorbeeld naar de De dood van een vrek, een schilderij dat indringend de keus uitbeeldt waarvoor de ziel staat.

Death Miser

 

In een voorstudie daarvan treffen we een antropomorf katharenkruis. Het is een kruis dat uitbeeldt dat het kwade in de wereld door het goede met liefde omarmd zal worden. In de eindversie van het schilderij is het weggelaten.

- Ook De Keisnijder biedt aanknopingspunten. Bij Lubbert Das (Lubbert=naam voor domheid; Das=vetzak) wordt een kei uitgesneden. Een kei uitsnijden was een middeleeuws gebruik om weer helemaal gezond te worden. Wat wordt uitgesneden is wat conventionele christenen beschouwen als dwaasheid, een soort duiveluitdrijving, iets waarvoor in de gevestigde kerk geen plek is – het geestelijk potentieel van de man. In het schilderij gaat het helemaal niet om een steen maar om een soort van lotusknop, een oud symbool van geestelijk bewustzijn, van de goddelijke oerkern van de mens.

Cutting the stone

 

De knop is nog redelijk toegesloten en domme Lubbert laat hem er door vertegenwoordigers van de kerk uithalen. Opmerkelijk is de typisch kathaarse kleding van de vrouw, die overigens volstrekt genegeerd wordt, met het evangelie van Johannes op haar hoofd. We zien een ronde tafel leunend op een soort paddestoel en die lijkt heel veel op de ronde schaal op poten die werd gebruikt bij de kathaarse ceremonie van het consolamentum.

- In een voorstudie van de Hooiwagen zien we binnen de wereld van de hooiwagen ver weg een (traditioneel) kruis. Maar even daar buiten staat een universeel lichtkruis dat een verlossingsweg uitbeeldt. Een vrijwel identiek lichtkruis siert bogomielse grafstenen in Serajewo en in Radimlja, Bosnië. Deze bogomielse grafmonumenten worden veelal uitgelegd als de opstanding van het onvergankelijke. Het is niet uit te sluiten dat Bosch hierop met dit lichtkruis doelt

- In het prachtige schilderij De heilige Christoforus brengt de reus Repropbus een kind (Jezus) in benarde omstandigheden naar de overkant van het woelige water.

Christoforus

 

Halverwege wordt zijn taak een stuk lichter als hij ontdekt dat het Jezus is die hij torst: reus Reprobus wordt tot Christusdrager = Christoforus. Alweer een verbinding tussen twee werelden bij Bosch. Het kind komt weliswaar uit een landschappelijk fraai gebied maar ver weg en bijna onzichtbaar staat een dorpje in brand. Reprobus / Christoforus brengt het in veilige “haven”, steunend op zijn staf (symbool voor zijn ontluikend geloof, dat levend geloof is getuige de groene begroeiing op zijn staf) en geleid door de bloederige vis aan zijn staf: vis /= (grieks) ichtus is vaak het symbool van Christus. ICHTUS: voor de vroege christenen was dat de kern van de Bijbelse boodschap. Iesous Christos Theou Huios Sooter – Jezus, Christus, God, Zoon, Redder. Het motief van Christoforus vinden we terug op bogomielse grafstenen. In de bogomielse, topografische Bijbelsymboliek moest de neofiet het altijd stormachtige Meer van Gallilea veilig zien over te steken: het meer stond voor de ultieme woelingen van het leven die men te overwinnen had. Pas dan kon men aan de overkant Kapharnaum bereiken, de stad van de Trooster. Zowel Bosch als de bogomielen moesten hun inzichten verhullend naar buiten brengen, in symbolen die enkel begrepen zouden worden door gelijk denkenden.

- Dat Bosch de gekwelde mensheid ook onverhuld uitzicht bood, komt het best tot zijn recht in het fraaie fragment waarin de opgang wordt verbeeld van de gereinigde, gepersonifieerde ziel tot het verlossende grondeloze licht. Door een schachtachtige buis wordt de ziel – in gebedshouding - door de engel geleid naar het paradijs.

pilar of glory

 

Dezelfde gebedshouding zien we ook op Hiëronymus de Heremiet, afgebeeld op de “zuil der heerlijkheid” waarin de ziel verschillende niveaus van het universum “doorstijgt” om tot het voorportaal van het land van het Licht te komen. Dit proces van zielenopgang staat beschreven in het Visioen van Jesaja, waarvan wordt gezegd dat het in een bogomiels klooster in Macedonië is geschreven.

Het is niet zo belangrijk om zeker te weten of Jeroen Bosch een “verlate” kathaar of bogomiel is geweest. Dat hij een ingewijde was staat buiten kijf. Er is geen kunstenaar uit het verleden die meer aanspraak maakt op de titel magiër of ingewijde dan hij. Maar zijn grootste verdienste is dat hij ook na 500 jaar nog steeds aanzet tot zelfreflectie en zelfkennis. En daarmee verbindt hij ons met een klassieke, universele waarheid:

Wie zichzelf kent, kent het Al

 

Bronnen

[1] Dit artikel komt gedeeltelijk uit Jeroen Bosch, wijsheid-schrijver met beelden, Rozekruis Pers, Haarlem 2016

[2] Lynda Harris, Ketterij en esoterie in het werk van Jeroen Bosch, Christofoor, Zeist 1996

back to home pdf share