girl

Laagjes

back to home pdf share

In de spiegel zie ik een wit gezicht met rimpels hier en daar. Vrij fletse ogen, nagenoeg geen wenkbrauwen en een onzuivere huid. Moet ik zó naar buiten? Dat heb ik al zo’n vijfentwintig jaar nooit gedaan. Altijd eerst een volledige make-up, en dán pas de vuilnisbak buiten zetten. Ik ben goed in opmaken en het ziet er niet ordinair uit, vind ik zelf. Alles is gewoon veel sprekender en ik beweeg me vrijer met make-up.

 

Sinds kort beweeg ik me in andere kringen. Ik heb een stel mensen ontmoet waar ik me heel goed bij op mijn plaats voel. Geen van deze mensen draagt make-up. Niemand heeft het erover, maar langzamerhand gaat het ongemakkelijk voelen. Tijdens het smeren, ’s morgens, moet ik opeens denken aan een clown. En als ik nu érgens niet op wil lijken… Maar zonder make-up naar buiten, dat is toch wel een dingetje. De eerste opmaakloze gang voert naar de supermarkt. Prompt kom ik een buurman tegen die meteen zegt:

Voel je je niet lekker soms? Je ziet zo wit!

Ik schud de man af en ga zo snel mogelijk weer naar huis.

Kom, stel je niet zo aan,

spreek ik mezelf toe,

gewoon doorzetten.

Wat volstrekt duidelijk wordt, is dat het een masker was, dat ik iedere morgen zorgvuldig opnieuw componeerde, want ik voel me volstrekt bloot zonder make-up. Mijn nieuwe kennissenkring schijnt het niet op te merken en ook de buurt houdt zich stil, maar ik voel het bij iedere stap. Alsof ik me moet schamen, want iedereen kan me nu zien.

*

Na de eerste bangige fase is mijn gezicht gewoon voor mij geworden. Zo zie ik er dus echt uit, heb ik gedacht, en dat moet ik aanvaarden. Nu dat behoorlijk goed gelukt is, begint er wel iets anders op te duiken, namelijk de gedachte dat ook dit gezicht niet ‘mij’ is; dat daaronder weer een ander gezicht zit. Ik begin van alles op te merken: dat ik vriendelijk lach naar iemand maar dat die lach meteen verdwijnt als diegene uit zicht is. Dat een echte glimlach nog een tijdje naduurt. Dat ik verschillende toontjes en accentjes gebruik als ik praat met verschillende mensen. Dat ik met iemand meepraat om aardig gevonden te worden. Dat is even schrikken. Zo heb ik mezelf nooit gezien…

*

Langzamerhand begint ook dát gezicht gewoon te worden. Ik weet het nu: ik ben ook daar niet echt. Ik doe er wat aan, want dat kan gelukkig. Ik praat niet meer mee, gebruik voor iedereen dezelfde toon en glimlach niet meer onecht naar mensen. Ik knik ze nu toe.

Weer een masker af. Nu moet ik toch wel echt zijn… maar het is niet waar, dat weet ik nu al. Het begint me op te vallen dat ik iedere keer als ik iets wil, gauw een ‘goede’ reden verzin waarom ik het ga doen. En nu heb ik het over dingen die ik altijd als goede daden beschouwde. Iets maken voor iemand, maar eigenlijk gewoon omdat ik iets wilde maken. Iemand aandacht geven, maar eigenlijk omdat ik aandacht wilde. Een duur cadeau geven, om aardig gevonden te worden. Iets vol overtuiging zeggen, terwijl ik weet dat het niet waar is. Toch doorgaan met iets waarvan ik weet dat het ongezond is. Merken dat ik de hele dag grappige dingen zit te verzinnen om leuk gevonden te worden.

En dan… een ontstellende conclusie: dat ik lijk op allerlei mensen waar ik commentaar op had. En plotseling wordt de hele wereld een spiegel, waar ik zonder masker in kijk. Ik zie ieder vlekje, iedere rimpel en ieder bobbeltje en toch… daaronder zit nog meer. Iets waar ik mijn hoop op vestig. Het schijnt zacht door alles heen en ook daarin lijk ik op anderen, in wie ik dat herken. Achter onze maskers leeft een Echt Mens en opeens is het niet moeilijk om dat laatste masker ook te laten vallen – stukje bij beetje, rimpel voor rimpel. Misschien valt het niet echt. Misschien zien anderen al die rimpels en misschien ook al mijn andere maskers nog. Misschien duurt het nog een poos voordat ik een blik kan werpen op die volheid die ik aanwezig weet. Misschien moet ik nog door heel veel lagen heen. Maar intussen leef ik anders, laat het leven zijn gang gaan met mij. Transparant.

back to home pdf share