Plum Cake

Een bijzondere belevenis - Deel 1 Een buitengewone ontmoeting

back to home pdf share

Hoewel het een paar jaar geleden gebeurde, staat deze herinnering me nog helder voor de geest: toen ik op een middag net mijn pruimentaart uit de oven haalde, werd er aan de huisdeur gebeld. Ik ging snel naar beneden en opende de deur. Voor me stond een jonge man met een grote keuze aan tijdschriften. Omdat ik me in de voorgaande jaren tot twee keer toe had laten overhalen tot een abonnement en deze tijdschriften ongelezen bij ons rondslingerden, ging ik gelijk over tot afwijzing.

De jonge man legde me zijn hachelijke situatie uit: Hij had beslist nieuwe abonnementen nodig, anders zou men hem er uit gooien en hij wist niet, waar hij dan van zou moeten leven. Ik bleef afwijzen en vroeg hem, hoe hij in deze noodsituatie terecht gekomen was. “Ik zat lang in de gevangenis en ben nu in voorwaardelijke vrijheid gesteld”, bekende hij me. “Ik onderteken niets, maar misschien wil je wel een stuk vers gebakken pruimentaart ?” bood ik hem aan, met een vreemd gevoel van binnen. Hij straalde: “Dat heb ik al heel lang niet meer gegeten. O ja, heel graag!”

Ik nam mijn gast mee naar boven, liet hem aan de keukentafel zitten, klopte de slagroom en zette koffie. We vertelden elkaar over vroeger, hij sprak vooral over zijn moeder, een alcoholiste, die er nooit voor hem was geweest. Hij genoot zichtbaar van de taart en van ons gesprek, maar hij moest snel weer weg en ik bracht hem naar de voordeur. Hij vertelde me hoe goed dit samenzijn hem gedaan had en “ Zo’n moeder heb ik me nu altijd gewenst. Ik weet niet hoe ik u bedanken moet. Mag ik u ten afscheid een knuffel geven?” Ik stemde toe, vroeg hem echter impulsief, waarom hij eigenlijk in de gevangenis had gezeten. “Ik heb een vrouw omgebracht. Ik ben een moordenaar”, antwoordde hij zacht, “Nu mag ik u natuurlijk niet meer knuffelen”. Ik aarzelde kort. Toen ik echter in zijn ogen keek, wist ik zonder twijfel, dat ik op dit moment zijn moeder was. Ik liet me omarmen, hij draaide zich om en ging. Ik zag nog hoe hij de tranen uit zijn ogen wiste.

Ongeveer een jaar later belde een politieagent bij ons aan. ”Is er iets gebeurd?” vroeg ik geschokt. “Nee, nee”, stelde hij me gerust, “er is hier iemand , die wij naar de gevangenis in München moeten brengen. Hij had nog één wens, of hij van u afscheid mocht nemen. Een eindje verderop stond voor een gevangenwagen de tijdschriften jongen, geboeid en bewaakt door een politieagent. Ik stemde toe en dus lieten ze hem dichterbij komen. “Wat is er gebeurd?” vroeg ik hem. “Ik ben er weer ingetuind”, zei hij terneergeslagen. “Kunt u me nog één keer in uw armen sluiten?” Zonder te aarzelen nam ik hem in mijn armen en drukte hem aan mijn hart. De politieagenten gaven ons de tijd.

Toen hij tenslotte afgevoerd werd, zei hij nog tegen me: ”Ik zal tot het einde van mijn leven voor u bidden”.

Wat is er van hem terecht gekomen?

back to home pdf share