Finland

Het heldendicht “Kalevala” ontsluierd als inwijdingsweg Monument van de Finse identiteit, deel 1

back to home pdf share

In twee opeenvolgende artikelen richten we vanuit twee verschillende invalshoeken het zoeklicht op dit heldendicht. We geven eerst een beeld van leven en werk van de samensteller van de Kalevala, de arts en botanicus Elias Lönnrot; vervolgens komt de baanbrekende, spirituele interpretatie van de Finse filosoof en schrijver Pekka Ervast aan de orde.

 

Elias Lönnrot (1802-1884)

Een piepkleine hut zonder directe buren in het zuidwesten van Finland; daarachter een groot meer. De horizon is ver weg. Niemand zou het op het eerste gezicht zeggen maar hier ligt het geestelijk fundament van de Finse staat, die honderd jaar geleden in het op zeventig kilometer gelegen Helsinki werd uitgeroepen. In die hut namelijk groeide de latere samensteller van de Kalevala [1] op: Elias Lönnrot, zoon van een straatarme kleermaker, jaren lang woonde hij daar samen met zes zusjes in één ruimte.

Toen vader Lönnrot op een aprildag van het jaar 1802 zijn vierde kind met de buurvrouw mee stuurde om het te laten dopen, raakte die op de lange route in een hevige sneeuwjacht en had ze – toen ze haar bestemming bereikte – de meegekregen naam vergeten. Daarom keek de dominee maar eens op de heiligenkalender en doopte hij het jongetje met de naam Elias, de heilige van de dag.

In dit teken van opperste eenvoud en armoede stond de jeugd van Elias Lönnrot. In die armzalige hut werd het meel met korstmossen en dennenappelresten vermengd en als dit brood op was, dan had men er honger, intense honger. Toen er volop oorlog uitbrak, moesten de kinderen gaan bedelen. De zesjarige Elias deed dat zo dat hij zwijgend aan de deuren stond en wachtte…Toch verbitterde hem dit alles geenszins; als hij liep of zwom vergat hij de honger; en als het even niet ging dan las hij in de drie boeken die in huis waren: de Bijbel, het gezangenboek en de kathechismus, en daarna ging het weer…..

Een tijdje mocht de tienjarige naar school om daar het mysterieuze Zweeds te leren maar al snel moest hij terug naar huis om zijn vader bij zijn werk te helpen. Toch wist hij het weer voor elkaar te krijgen dat hij op een school kwam, dit keer in de hoofdstad Helsinki. Omdat hij geen boeken had, zat hij, terwijl een kameraad aan het middageten zat, met diens boeken op de trap en had hij daarbij geen enkele last van de vrieskou. Drie jaar lang wist hij op die manier door te komen, terwijl hij het personeel van de universiteit voor een paar centen met allerlei klusjes van dienst was. Toen werd hij voor de tweede keer naar huis geroepen om daar bij te springen.

Tenslotte trok een hulppredikant van de lutheraanse gemeente zich het lot van de jonge Elias aan. Op diens advies ging de zeventienjarige naar oud gebruik – zoals ooit Luther – van huis tot huis. Zijn intense verlegenheid schudde hij van zich af en hij zong psalmen aan de deur en zamelde koren in, waaruit thuis brood kon worden gebakken. Op die manier verzekerd van voedsel voor de familie, meldde hij zich aan bij een gymnasium. Toen de broodvoorraad begon te slinken, kreeg Elias een baantje in een apotheek. Overdag had hij geen moment vrij maar ’s nachts leerde hij zó voortvarend en intensief dat hij op twintigjarige leeftijd naar de universiteit kon. Het studentendispuut waarvan hij lid wilde worden, weigerde hem aanvankelijk omdat hij tijdens zijn schooltijd werk had gedaan waarop anderen neerkeken [2].

 

Een tweede Orpheus

Zes jaar later, in de zomer van 1828, staat dokter Lönrott die de studie medicijnen zojuist heeft afgerond, klaar voor zijn eerste verzameltocht: op ingeteerde blote voeten, zijn spaarcentjes in de tas, gekleed als boer, een solide stok in de hand, een pijp met tabak in de mondhoek, met een stevige rugzak, een jachtgeweer over de schouder, in het knoopsgat een sjerp waaraan een fluit hangt. Hij geeft zich uit voor een boerenzoon die familie in Karelië [3] wil bezoeken. Maar het overkomt hem regelmatig dat hij voor een struikrover wordt aangezien. Meestal echter wordt hij gastvrij ontvangen. Als hij in een dorp aankomt en een stel mensen om zich heen verzamelt, speelt hij op zijn fluit en weet hij gaandeweg nog meer mensen naar zich toe te lokken.

Dan voelt hij zich – zoals hij in zijn dagboek schrijft – “als een tweede Orpheus of, om het patriottisch uit te drukken als een nieuwe Väinämöinen”. Als hij klaar is met spelen vraagt hij zijn toehoorders naar de lieddeskundigen en zangers onder de boeren (de Laulajat) en gaat hij ze opzoeken. Daar haalt hij een schrift van de pas verschenen volksliederenverzameling uit de tas en leest eruit voor. De boeren kennen al lang wat hij voorleest, ze raken enthousiast en zingen al gauw zelf mee. Dat lukt niet altijd want niet iedereen is in staat om weerstand te bieden aan de brandewijn!

Maar geleidelijk ontstaat er een rijke verzameling……..

Er volgen nog tien reizen…..in zestien jaar zou hij te voet of skiënd 20.000 kilometer afleggen om de liederen uit de volksoverlevering in het Karelische gebied vast te leggen.

De bronnen voor de Kalevala, ook wel de Finse Ilias genoemd, kregen langzamerhand vaste vorm.

Later kreeg hij ondersteuning van de journalist David Europaeus (1820-1884) die 2.800 liederen verzamelde gedurende zijn vele reizen. Daarom kunnen we het nu een verzameld werk noemen. De zogenaamde Oude Kalevala (12.000 regels) verscheen in 1835; de Nieuwe Kalevala of het standaard boek (22.800 regels) werd in 1840 gepubliceerd.

 


[1] Het woord “Kálevala” – de klemtoon valt op de eerste lettergreep – betekent eigenlijk “het Land van Kaleva”, een heldhaftige volksstam, die alleen in de mythen voorkomt en geen historisch bestaan heeft geleid. De naam mag dus vertaald worden door “het Land der Helden”. De Finse Kalevala inspireerde de Amerikaanse dichter Longfellow tot zijn befaamde Indianenepos Hiawatha, waarvan de inhoud vrijwel parallel loopt met het Kalevala-verhaal. Hiawatha werd in het Nederlands “op onnavolgbare wijze” (aldus Jan H. Eekhout) vertolkt door Guido Gezelle. Het epos stond ook voor een deel model voor Tolkiens “In de ban van de ring”.

[2] Nu vieren de dispuutgenoten hun jaarfeest op Lönrott’s verjaardag!

[3] Historisch grensgebied tussen Finland en Rusland, dat na Wereldoorlog II voor een groot deel door Rusland is ingenomen. De verdreven Kareliërs hebben zich verspreid over heel Finland – nu nog één miljoen. In Finland zijn nog ongeveer 5000 inwoners de Karelische taal machtig.

back to home pdf share