spiral

De imker

back to home pdf share

Er was eens in Perzië een blinde imker, die zijn gezichtsvermogen investeerde in zijn overige zintuigen. Op deze manier kon hij met zijn bijenkoninginnen communiceren.

Hij leefde in een uiterst schitterende oase in dit deel van de wereld, hij was tevreden en zijn zijn volken werkten ijverig voor hem in vrijwillige dienstbaarheid – wat hem tot welstand bracht. In de loop van de vele jaren van zijn imkerbestaan moest hij meemaken hoe ziekten hele bijenvolken van zijn buren ellendig aan hun einde lieten komen. Hij voelde zich met betrekking tot deze bedreigingen steeds volkomen zeker, voerde dagelijks interessante filosofische gesprekken met de bijenkoninginnen en koesterde zich in de tevredenheid van zijn beschouwelijke wereld.

Maar plotseling, in de avondschemering van een dag, maar ook van zijn leven, toen hij naar de bijenkoninginnen ging voor zijn gebruikelijke en gewaardeerde conversatie, deed hij een verschrikkelijke ontdekking: al het leven, het bloeiende leven was verstomd en hij voelde alleen nog maar levenloze kleine lichaampjes in zijn oude handen. Hij raakte vertwijfeld, viel op de bodem van moeder aarde en schreeuwde in het reusachtige niets een gigantisch …WAAROM?

De blinde imker weende zeven dagen en zeven nachten en kreeg toen een verrassend antwoord uit het schijnbare niets:

Imker, jij mocht je steeds in zekerheid en welstand wanen, die voor jou gewoon werden. Hoe had ik jou anders kunnen laten zien dat er een tegenstelling is in alles? Ik heb al veel te lang gewacht, en nu mag je ervaren wat ontbering betekent, omdat je gebrek hebt. De bijenvolken hebben zich met open ogen voor jou opgeofferd, opdat jij deze ervaring op kunt doen, die wel tot de meest existentiële ervaringen behoort. Alle wezens moeten deze tegenstelling ervaren, want zonder ontbering, zonder verschijnselen van gebrek vinden zij de weg naar mij niet terug. Jij zou nooit naar mij geroepen hebben, mij deze vraag gesteld hebben, zoals je het deed onmiddellijk nadat je blind geworden was. Van toen af aan woonde ik vele jaren in jouw grote hart, maar verdween zacht – als een wegstervende echo – steeds meer uit jouw systeem. En de macht der gewoonte werd jou tot een god.

Ik houd van je, imker, jij bent mijn kind en als zodanig zul je weldra tot mij, je vader-moeder, terugkeren, want de avondschemering gaat snel voorbij. Niet de gewoonte zal je dan ontvangen, nee, ik zal je ontvangen, en al het andere blijft levenloos op aarde achter.

En nu, mijn kind, laat je omarmen en de nieuwe dag, de nieuwe zon vreugdevol begroeten…

back to home pdf share