snowfall

Over de geest van de muziek

back to home pdf share

Markus Stockhausen is een bekende trompettist en componist, woonachtig in de buurt van Keulen in Duitsland. Zijn werk is opgenomen op meer dan 90 cd's op verschillende labels.

In de werkkamer van Stockhausen staat een goudkleurig, manshoog boeddhabeeld. De gesprekpartners hebben zich voor het gesprek op het beeld gericht - zij vormeden een driehoek met een gouden wezen.

 

G.F. Wij waren zojuist eerst een moment stil samen. Misschien is dit een signaal dat we bereid zijn niet alleen het intellect en de inhoud van de woorden, maar een grotere ruimte mee te betrekken in ons gesprek. De ervaring die wij daarbij opdoen laat zien dat deze grotere ruimte iets met ons te maken heeft.

M.S. Absoluut, voor mij is dat een constante. Als we ons innerlijk openen, is deze ruimte er direct. En dan is de overgang van het persoonlijke naar het bovenpersoonlijke aanwezig, naar de onbenoembare ruimte, waaruit alles gevoed wordt.

G.F. Als we op dit ogenblik in deze ruimte zijn, dan klinkt daar toch ook muziek.

M.S. Ja, dat zou je kunnen zeggen. Hazrat Inayat Khan zei:

Al het leven is muziek, van het ritme van de planeten tot de moleculen. Alles trilt en klinkt.

Wie hier oren voor heeft, kan het horen. Ik ben zelf niet degene die de kosmische harmonieën kan horen, maar ik kan heel goed in mijzelf muziek horen, voorspellen, vermoeden.

G.F. Als u improviseert of componeert, is dat dan niet tegelijk ook een horen?

M.S. Ja, het is altijd een luisteren, een stil worden en leeg zijn en zoveel mogelijk leeg blijven, zodat je steeds weer vermoedt waar het heen wil. In de improvisatie is dat heel ogenschijnlijk – orenschijnlijk. Ik speel, en terwijl ik speel, krijg ik een vermoeden van de volgende toon. Waar wil de muziek heen? Waar wil het heen?

G.F. Waar komt dit het vandaan?

M.S. Ik weet niet of we dat moeten benoemen. Het is moeilijk om over de bron te speculeren. Al het bestaande manifesteert zich. Voor mij is het universum zo ongelofelijk wijs en intelligent. Het schept alle vormen in een zo continue volheid, dat je je alleen maar kunt verbazen. Het is nooit uitgeput. En zo is het ook met de improvisatie. En ook bij het componeren is het steeds weer een verrassing hoe het verder gaat. Je komt nooit bij een punt waar de schepping ten einde is, waar de bron niet meer stroomt.

Als je geconcentreerd blijft, is er altijd een uitbreiding, een voortzetting van vormen, een ontwikkeling. Dat is een spannend proces. Het ligt vast in de schepping dat wij kunnen instappen in deze scheppingsstroom, waaruit het leven zichzelf steeds opnieuw schept, in elk moment.

G.F. Heeft zich in de veertig jaar van uw loopbaan als beroepsmusicus een ontwikkeling voorgedaan in uw inspiratie?

M.S. Er treden steeds weer situaties op waarin dingen oplichten, waar ik als persoon transparant word voor een compositie of voor een gelukte improvisatie, voor een gelukt samenzijn. Dit proces is mij vertrouwd. Dan gieten zich uit dat wat is, uit de bron en alle factoren die daarbij meespelen, nieuwe vormen. Dat was al zo toen ik nog heel jong was. En dat gebeurt nu steeds weer.

Mij is in ieder geval het proces zelf meer vertrouwd geworden. Het vertrouwen daarin is mij meer vertrouwd. Misschien heb ik in de manier van uitdrukken een evolutie doorgemaakt, in de gedifferentieerdheid van de uitdrukking, of in hoe ik met de elementen omga.

Met de groep Quadrivium is een stuk ontstaan met de titel ‘Schnee von heute’, het staat op de CD Far into the Stars. We zijn na een wandeling door versgevallen sneeuw op een prachtige, zonnige ochtend de studio in gegaan, hebben onze instrumenten gepakt en gespeeld, zonder vooraf met elkaar te spreken. En toen kwam dit stuk eruit. Daarom heet het ook ‘Schnee von heute’.

Dan voltrekt zich een geboorte uit een bepaalde energie, ongevraagd, onuitgesproken manifesteert zij zich. Wij komen gemeenschappelijk in een coherent veld en er ontstaan synergieën, synergieën van gelijk gevoel, en dan is er plotseling deze muziek en die was er daarvoor niet. Dit scheppingsproces is altijd weer verrassend.

G.F. U beleeft dat u deel heeft aan een grote scheppende werkzaamheid. Kunt u zich voorstellen dat van uw muziek ook scheppende werkingen uitgaan?

M.S. Ja, als musicus krijgt men dat vaak teruggespiegeld van het publiek en van individuele mensen. De muziek richt iets aan in de mens. Bij mijn vader heb ik dat met name zien gebeuren. Hij kreeg enthousiaste reacties uit de hele wereld. Dat was de geest van vernieuwing in zijn muziek. Voor degenen die het niet weten: mijn vader was Karlheinz Stockhausen, de grote componist. Met hem heb ik 25 jaar lang intensief muziek gemaakt.

G.F. Als we ervan uitgaan dat de ziel van de mens en het wezen van de muziek diep aan elkaar verwant zijn, zou het dan niet zo kunnen zijn dat de ziel door muziek verandert.

M.S. Ja, want er bestaat zoiets als resonantie. Iets komt in trilling, niet alleen door de akoestische trillingen, maar door het geestelijke dat door de muziek heen klinkt. Want het is een geestelijk bouwwerk dat zich in de muziek uitdrukt. En dat veroorzaakt resonanties. Als iemand zegt: ‘Het heeft me geraakt’, of: ‘Ik was in tranen’, of: ‘Mij liepen de rillingen over de rug’, dan is daar een meeklinken ontstaan, dan is er iets gewekt.

Wij dragen een verlangen in ons naar de oorsprong, naar het goddelijke, naar de zin… En in de muziek kan dat plotseling ervaarbaar worden, in een complexiteit en een taal die woorden maar moeilijk kunnen overbrengen, en ook in beelden die in de natuur niet zo voorhanden zijn. De muziek heeft een heel eigen opdracht. Voor mij is zij de ideale bemiddelaar tussen het menselijke en het spirituele. De muziek is niet verbaal of conceptioneel; zij heeft andere, meer universele wetmatigheden en is daarmee ongelofelijk veelzijdig in haar mogelijkheden. Iedere componist en musicus kan zijn bijzondere noot daarin aanbrengen.

En dan is er het fenomeen van de resonantie, dat de mensen zich geraakt voelen, dat ze wakker worden, dat zij een welbevinden, ja, een vervulling ervaren. Wij verlangen naar een soort extase, naar een diepe vervulling, zodat iets in ons werkelijk verzadigd wordt, dat we het gevoel hebben: ja, nu ben ik helemaal vervuld. In de muziek kan ik beleven dat ik heel diep geraakt word, dat iets in mij compleet wordt en dat ik daarmee rust en vrijheid ervaar.

G.F. Als de ziel door muziek zo sterk kan worden opgeheven, dan beleeft zij een verandering die de volgende dag meestal weer voorbij is. Maar de ervaring heeft sporen nagelaten en misschien een vermoeden gewekt wat de mens nog meer is, diep verborgen in zijn wezen.

En het verlangen kan naar voren komen: waarom ben ik niet dit veel intensievere, dit andere? Zelf maakt u al heel lang muziek. Is uw innerlijk daardoor niet veranderd?

M.S. Ik kan alleen maar over vermoedens spreken. In mijn seminars ‘Zingen en stilte’ heb ik vaak gezegd: er is in ons iets dat altijd zuiver is, altijd volmaakt, onbeschadigd, niet verduisterd, het goddelijke in ons, zou je kunnen zeggen, de goddelijke vonk, de goddelijke kern. Of, in de westerse spirituele context, de Christus in ons, de afbeelding van het goddelijke in ons, dat wat er altijd is.

Wij zijn tot steeds complexere wezens geworden; er kunnen ons complexere opdrachten worden gegeven, wij kunnen complexere werkingen tot uitdrukking brengen als wij dat willen. Het gebeurt altijd onder het overkoepelende begrip vrijheid.

Er ligt een diep genot in de ziel, te kunnen heersen over zichzelf, dat wil zeggen te kunnen opereren met de middelen die ons gegeven zijn, ze te kunnen inzetten. Als men veel geoefend heeft, kan men zijn instrument beter hanteren. Grote spelers laten ons dat zien en herinneren ons aan onze volmaaktheid.

G.F. Nog enkele gedachten over vrijheid. Wij zijn ingesnoerd in duizend dingen en toch heeft de mensheid het altijd al over vrijheid. Dat kan alleen maar berusten op het feit dat dat wat men vrijheid noemt, zich ergens in de diepte in ons bevindt. De drang naar vrijheid ontstaat uit vrijheid, uit een innerlijk vrije situatie. En ze is er dán, als men deze situatie op de een of andere manier kan belichamen.

M.S. Er zijn ruimtes die zich openen, die vrij zijn en waarin je de vrijheid beleven kan. Je ervaart het niet elke dag. Er zijn veel zaken die ons binden, die uiterlijk dwingend zijn, zoals de materie, ons lichaam, gewoonten en noodzakelijkheden. Die zijn vaak lastig, maar men moet ze accepteren. Maar dan zijn er deze vrije ruimten.

Ik zou het willen vergelijken met meditatie. Voor mij is een meditatie gelukt als alles in mij tot rust komt, als zich een ruimte opent waarin de leegte is, stilte. Dan gaat het er niet om daarbij naar een bepaalde inhoud te verlangen of op wat dan ook te hopen, maar integendeel, zich vrij te maken, zodat men niets wil en niets verwacht. Dan kunnen zich dingen voordoen. Zo’n lege ruimte is basisvoorwaarde voor iets nieuws, voor schepping.

Zo’n ervaring van absolute vrede, waar de dualiteit zich oplost, waar geen strijd meer is, geen onrust, maar waar een zuiver zijn ervaren kan worden, maakt iedere vraag overbodig. Het is een zichzelf vervullende stilte.

Als je deze ervaring op de muziek overdraagt, kun je zeggen: wij komen met verschillende musici bij elkaar, openen de ruimte van het aandachtig met elkaar zijn, en geven ons helemaal aan dit moment over. Wat is nu mogelijk? Wat kunnen wij nu tot uitdrukking brengen? Wat wil er nu komen? Wij luisteren naar dat wat zich aandient. Dat is de kerngedachte van de intuïtieve muziek. Je streeft geen bepaald resultaat na, maar laat het proces zich ontvouwen. Je bent als een vroedvrouw van de muziek. Ieder draagt zijn element bij.

Ik beleef dat ook in mijn groep Wildlife, waarin ik met jazzmusici speel die ook een klassieke achtergrond hebben. Ik zoek deze situatie steeds weer in verschillende projecten en seminars, zoals in het pas opgerichte Forum Intuitive Musik in Wuppertal. Het is inderdaad van een paradijsachtige toestand om in de muziek in communicatie en vereniging met andere mensen iets tot stand te brengen. Dan wordt een klankevenwicht mogelijk dat voor mij op een puur verbale manier in andere situaties, in discussies of gesprekken bij lange na niet mogelijk is.

G.F. Wat gebeurt er met de klankruimten als het concert afgelopen is?

M.S. Pythagoras heeft gezegd: Iedere steen, ook waar achteloos op getrapt wordt, veroorzaakt een trilling die in het hele universum weerklinkt.

Ik geloof dat alles wat tot uitdrukking werd gebracht, ergens is opgeslagen en met al het andere de som van de collectieve ervaring uitmaakt. Alles is ergens opgetekend. Wie het kan, kan daar ingaan en zoals uit een bibliotheek datgene eruit halen wat geweest is.

De ruimten die eenmaal werden geopend, existeren verder. De grote componisten hebben deuren geopend naar ruimten die later door anderen kunnen worden betreden. Dat zie je vooral als improviserend musicus. Je wordt in een situatie die je tot dan toe niet kende, uitgenodigd in ruimten die men weer tot klinken brengt. Je beleeft ze op een nieuwe manier.

G.F. Is het niet de opdracht van de werkelijk scheppende mens om de ware, de geestelijke tijdgeest-impuls tot uitdrukking te brengen? Dan komt er op bijzondere momenten een nieuwe klank in het actuele heden.

Zou er van de ruimten die u schept, niet een invloed op de aarde-atmosfeer uitgaan, zodat u mede aan een toekomst bouwt waarin de mens kan herademen en op nieuwe gedachten kan komen?

M.S. Natuurlijk bestaat de hoop om niet zomaar iets te maken, maar iets wezenlijks, dat mensen voedt en hun een goede richting wijst. De grootste geesten hebben dat gedaan. Waarom wordt Beethoven nu zo gevierd of andere groten? Ze zijn symboolfiguren geworden, omdat ze hebben bijgedragen aan wezenlijke vernieuwingen waar men nu nog steeds op teert.

Ik vertrouw erop dat dat wat je met goede wil inbrengt in het geheel, werkt als een steen die in het water valt en kringen veroorzaakt. Af en toe krijg ik ook gespiegeld dat mensen verder zijn gegaan met veel van wat ik maak en zij zich gevoed hebben met wat ik aan vrijheidsgevoel, aan schoonheidsideaal via de muziek met hen deel. Zij nemen het op hun eigen manier op. Dat vormt de ziel. En de mensen zeggen misschien: als dat zo is, dan mag ik dat ook in mijn leven voltrekken.

G.F. Ten slotte nog een gedachte. Er is de relatie, de overeenkomst van de mens met alles wat in de natuur is. Men kan ervaren dat de natuur een harmoniserende invloed heeft op de mens. Zou je niet ook kunnen zeggen dat de muziek zoals u die maakt, invloed heeft op de natuurrijken?

M.S. Ik ga er zeker van uit dat dat zo is, want de trillingen worden niet tegengehouden door muren. Zij gaan erdoorheen en klinken verder tot in de natuurrijken. Wij zijn, denk ik, in een sterke wisselwerking met het planten- en dierenrijk. Wij richten daar met onze techniek enorme schade aan. Ik denk alleen al aan de hoge frequenties van het internet waar de bijen en insecten onder lijden. Men zou de natuurlijke trillingen die de muziek schept, veel meer naar buiten moeten brengen en de natuurgeesten weer belevendigende krachten moeten schenken.

Het bewustzijn dat wij deel van de natuur zijn, zou weer sterker moeten worden. Alles aan onze lichamelijkheid is toch uit de natuur, het is materie – mater, het zijn de van moeder aarde geleende stoffen, die onze existentie mogelijk maken. Ik beleef het als een ongelofelijk wonder, hoe geniaal de mens is geschapen: dat hij kan existeren en daarenboven ook nog scheppend bezig kan zijn.

Ik geloof dat we zouden kunnen dansen, een hoog-muzikale dans met de natuur, met de schepping. Wij zouden het leven op aarde kunnen vieren.

 

 

back to home pdf share