Stone on stone

Steen voor steen

back to home pdf share

Ze konden zich niet herinneren wanneer ze hier terecht waren gekomen, en ook niet precies hoe. Wel dat ze eens samen waren geweest, ongescheiden één, ergens ver van de plaats waar ze nu waren. En dat iemand ze deze vorm had gegeven, een tijd geleden, tenminste, dat hadden ze zo ervaren. Niet dat ‘tijd’ op zich veel voor hen betekende, ze waren immers al eeuwen oud. Al hadden ze sinds ze deze vorm en plaats hadden gekregen, wel een beetje meer begrip gekregen voor wat mensen bedoelden met ‘tijd’. Er was in ieder geval één ding dat ze zeker wisten, en dat was dat ze bij elkaar hoorden. Maar de laatste tijd was de een niet meer zo tevreden. Knorrig, kortaangebonden ook. De ander begon zich daar een beetje aan te storen, aan het geërgerde gekreun, het gekwelde zwijgen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Peter Randall-Page RA – Artworks and Sculptures in Cornwall – Sculpture Park and Gardens

 

‘Wat heb je toch? Ik snap niet wat er met jou aan de hand is. Dit is nou al de zoveelste keer dat ik je dit vraag, en we kennen elkaar goed genoeg dat je me een antwoord kunt geven.’

Na een korte stilte kwam er een brommerig antwoord: ‘Hm, nou, ik begin er een beetje genoeg van te krijgen hier te moeten liggen, in deze positie met jou.’

‘Wat? Jij leunt op mij, ik ondersteun jou! En we liggen hier mooi, beschut en lekker warm als er zon is, en de regen spoelt ons schoon. Bovendien hebben we mooi zicht op de baai tussen de bomen door.’ Ze kon erg genieten van het geluid van de zee en de koesterende warmte van de zon, die een groot deel van de nacht werd vastgehouden.

Hij zuchtte weer. ‘Ja, ik weet dat jij anders tegen de dingen aankijkt. Maar wat voor nut heeft het hier te liggen? En ik heb ook heimwee naar hoe het eerst was, voordat we deze vorm kregen.’

De ander was even stil. Het heimwee voelde zij ook wel, en ze had bezoekers er ook wel eens over horen praten. Maar er was ook een besef van iets anders, iets wezenlijks in deze vorm. Hij ging nog even verder: ‘En al die domme opmerkingen van de mensen over ons, die beginnen me ook tegen te staan.’

‘Domme opmerkingen?’

‘Waarom we speciaal deze vorm hebben, en wat dat betekent, soms op het banale af.’ Hij zuchtte geërgerd.

‘Ach, ja een enkele keer is dat zo, maar verder valt het toch wel mee. En luister je wel goed? De meeste mensen kijken heel intensief, en ze raken bijna altijd aan de praat als ze bij ons staan, vragen zich dingen af die veel verder gaan dan onze vorm en plaats hier. Vaak maken ze een vergelijking met hun eigen leven.’

Na een lange stilte klonk heel zacht: ‘Maar er gebeurt niks, tenminste, ik merk niets van een ontwikkeling. En ze moeten toch verder?’

‘Nou, als je het mij vraagt… Goed, wij liggen nu hier, en dat is niet zomaar. Ik denk dat er juist heel veel gebeurt in de hoofden van de mensen, ook als ze hier al lang weer weg zijn. In gedachten en dromen gaan ze, denk ik, verder met zichzelf vragen stellen over het waarom van hun eigen vorm, functie, eh doel misschien?’

‘Ja, en dan, wat hebben ze eraan? Brengt het ze verder?’

‘Dat weten we niet, maar wij zijn hier nou eenmaal, en we dragen ons steentje bij. Iets in me zegt me dat we hier in deze vorm zijn, omdat degene die ons zo gemaakt heeft, iets belangrijks wilde uitdrukken. En dat komt misschien wel op een heel andere manier over dan wij denken.’

-------------------------

De twee mensen hadden een lange, zware periode achter de rug. Verlies van dierbaren had zijn sporen achtergelaten. Het was te zien aan hun houding, aan de groeven in hun gezicht. Een van de twee wilde alweer verder lopen, maar de andere draalde nog, liep aarzelend om de beeldengroep heen. ‘Vind je het zo bijzonder, dit tweetal?’ ‘Ja, er gaat iets vanuit dat ik niet kan benoemen maar het spreekt me aan.’ ‘Nou, doet mij niets.’ ‘Mij intrigreert het. Die schaalvorm, en al die stralen die samen komen, alsof ze verder willen stralen, alsof daar een fontein wil ontstaan. En dan dat ontvankelijke deel, dat erop steunt.’ Er werd nog een foto gemaakt, de zoveelste. ‘Nou, het doet je wel goed, het is voor het eerst sinds tijden dat ik je zie glimlachen.’ ‘Ja, ik word er blij van, dat klopt, maar hoe dat komt…? Nou, kom, zullen we weer verder gaan?’

 

Bron:

Peter Randall Slip of the lipTremenheere sculpture gardens, Penzance, Cornwall UK

back to home pdf share