Mirror illusion

Van droom naar werkelijkheid

back to home pdf share

Huh, denk je, wat was dat nou? Maar ja, daar kom je niet achter. Het was geen stem met geluid en toch was het alsof je werd toegesproken door een goede bekende. Je hebt niets om vast te stellen dat het gebeurd is, maar het laat je niet meer los. Hoezo, vraag je je af, moet ik wakker worden; ik sliep toch niet? Toch is de wereld niet meer zoals voorheen, want je kijkt anders naar dingen. De routine is er helemaal uit; je gaat vragend door het leven. 

 

Een dergelijke ervaring is wel degelijk mogelijk. Het lijkt op wat Jim Carey als Truman in de film ‘The Truman Show’ overkomt: hij leidt gewoon zijn leven en opeens valt er een lamp uit de lucht. Er is daar boven niets te zien, en toch valt er een lamp uit de lucht. Vanaf dat moment ziet Truman opeens dat steeds dezelfde mensen hetzelfde soort dingen tegen hem zeggen, dat de wereld om hem heen een toneelstuk blijkt te zijn en dat hij uit zijn rol is gevallen. Alles wat hem tot nu toe beviel, bevalt hem nu helemaal niet meer en hij wil eruit.

Nog een voorbeeld: er is een Duitse documentaire over een jongen van een jaar of zeventien, die op een dag op het strand wordt gevonden met totaal geheugenverlies. Zijn vrienden maakten de documentaire. De jongen was vlak bij zijn huis en iedereen herkende hem, maar hijzelf niet. Hij keek met nieuwe ogen naar de zee en zei: ‘Wat een energie!’ Omdat zijn vrienden en familie, zijn klasgenoten en buren hem goed kenden, spraken ze hem aan zoals hij was, althans, zoals hij was geweest. Maar hij was totaal anders. Hij hield niet van de dingen die hij eerst altijd heerlijk vond: met zijn vrienden naar het café. Hij had een totaal andere smaak en vond zichzelf dus helemaal opnieuw uit. Hij kon prima denken, maar alles was nieuw. Hij had geen handicaps aan de gebeurtenis overgehouden. Een nieuwe mens, maar wie was hij daarvoor dan geweest? Wat was zijn ‘vorige’ leven: een droom?

Volgens Don Miguel Ruiz, een Tolteek wiens familie, naar zijn zeggen, de oude Tolteekse wijsheid heeft bewaard voor deze tijd, is dat inderdaad het geval. In zijn boek De vier inzichten [3] zegt hij het zo:

Mensen dromen aldoor. Maar voordat we werden geboren hadden de mensen vóór ons al één grote, als het ware voor iedereen geldende, droom gecreëerd, die we de droom van de samenleving of de droom van de planeet zullen noemen. De droom van de planeet is de collectieve droom van miljarden kleinere, persoonlijke dromen die tezamen de droom van een gezin, de droom van een gemeenschap, de droom van een stad, de droom van een land en, ten slotte, de droom van de hele mensheid creëren. De droom van de planeet omvat alle regels van de samenleving, haar overtuigingen, haar wetten, haar religies, haar verschillende culturen en zijnswijzen, haar regeringen, scholen, maatschappelijke evenementen en feestdagen.

We worden geboren met het vermogen te leren dromen en de mensen die eerder dan wij zijn geboren, leren ons te dromen overeenkomstig de droom van de samenleving.

Zodra we beginnen te ontwaken, kunnen we echter zélf kiezen hoe wij verder gaan. Wij kunnen zo totaal veranderen, dat we werkelijk nieuw zijn. Is het dan nog steeds een droom? Misschien wel. Een groep inheemse volkeren in Maleisië, de Senoi (‘het droomvolk’), werd in de jaren zeventig opeens wereldberoemd, vooral in Amerika. Dromen hebben een belangrijke plaats in hun leven. Ze worden altijd positief uitgelegd. Als een kind daar bijvoorbeeld droomt dat hij achterna wordt gezeten door een tijger (wat aldaar een reëel gevaar is), vertellen de ouderen hem dat hij niet bang hoeft te zijn voor de tijger en dat hij hem de volgende nacht in zijn droom moet overwinnen met een stok of een speer. Als hij niet sterk genoeg is, moet hij een vriend te hulp roepen. Droomt hij van een brand, dan hoort hij dat je een brand met water kunt blussen. De Senoi vallen verder op doordat ze erg evenwichtig en haast nooit agressief zijn.

Psychologen sprongen erbovenop en begonnen mensen te leren om ‘lucide’ te dromen en om hun dromen te veranderen. Zoals het meestal gaat met ontdekte natuurlijke eigenschappen van andere volkeren, werd er een methode van gemaakt en groeide die uit tot allerlei pogingen tot droombeheersing die ver af stonden van het origineel van de Senoi. Mensen gingen vliegen in hun droom, en al hun eigen wensen projecteren. Lucide leren dromen werd een sport waarbij je ook ’s nachts je eigen begeerten op allerlei manieren kunt bevredigen. De vraag is daarbij ernstig of met al die manipulatie niet totaal voorbij wordt gegaan aan de functie van de nacht en aan de functie van de droom. Je angsten overwinnen is nog wel iets anders dan pleziertochtjes maken met medeneming van je dagbewustzijn, terwijl de nacht bij uitstek het domein hoort te zijn van de ziel.

De slaap van het lichaam is de nuchterheid van de ziel,

zegt Hermes Trismegistus tegen zijn leerling. Ook met droomuitleg kun je alle kanten uit: je kunt gaan zoeken naar de betekenis van symbolen, terwijl misschien die symbolen op de achtergrond van het bewustzijn een heel andere werking zouden hebben als je ze met rust liet.

Er zijn indrukwekkende dromen, waarvan je bij het ontwaken beseft dat ze iets heel bijzonders voor je in petto hebben, al weet je werkelijk niet wat ze betekenen. Vele jaren later kan zo’n betekenis opeens duidelijk worden, juist als je niet zelf een uitleg gaat bedenken omdat je het wílt weten.

Natuurlijk is het de vraag: als je ‘wakker’ bent geworden, ben je dan echt wakker, of bestaat er daarboven weer een ander niveau van wakker zijn, en misschien daarboven weer en daarboven weer? Dat zou best kunnen, maar het zou zinloos zijn om een dergelijke opgang te trachten te forceren, want zoals een baby een peuter wordt en een peuter een kleuter, bestaat er een natuurlijke groei, ook van het bewustzijn. Wie daarmee knoeit, zakt alleen maar in een nog diepere droom weg.

De schrijfster Elisabeth Haich droomde als kind dat ze de dochter was van een farao en dat haar oom hogepriester was. Ze wilde priesteres worden en in haar boek Inwijding [1]  beschrijft ze een toets die ze moest ondergaan, liggend in een sarcofaag, waarbij er beelden voor haar bewustzijn verschenen. Ze gaf toe aan de verleiding van een man en wat er als gevolg daarvan gebeurde, was dat ze dat echt moest léven. Zo kun je je voorstellen dat we werkelijk op aarde zijn om te leren al die verleidingen te weerstaan en te gaan leven zoals we in het diepst van ons hart willen zijn: priesters en priesteressen van het Licht, koning-priesters en koningin-priesteressen. Nu zijn er ontzettend veel verleidingen en ‘het vlees’ is vaak zwak. Dat maakt het voorstelbaar dat het ware wezen van een mens vele dromen ‘moet leven’ voordat alle aanzichten sterk en standvastig staan. Maar we hoeven het niet alleen te doen. Alle ontwaakten, van welk niveau dan ook, helpen de slapers en de dromers met inzicht, als zij ervoor openstaan. En met kracht. Met kracht die sterker is dan de verleiding maar die je alleen krijgt als je erom vraagt en die op de achtergrond raakt als je er geen gebruik van maakt.

Dat is iets heel anders dan je persoonlijkheid trachten te verbeteren, of je positie, of gelukkiger te worden, hoewel dat laatste een natuurlijk gevolg is van elke gezette stap op die werkelijk heilzame levensweg. Heilzaam, niet alleen voor degene die gaat, maar voor alles en iedereen waar hij langs komt. Zij worden geraakt door de uitstraling van het licht dat in zulk een mens kan wonen. Hoe verder hij komt, door naar zijn inzichten te leven, hoe krachtiger de uitstraling. En zoals de zon eigenlijk niet die bol is die we in de verte kunnen zien met een speciaal brilletje op, maar een kern van licht die ook ons raakt, waar wij dus ín zijn, zo gaat de uitstraling van een verlicht mens verder en verder, oneindig ver, om iedereen te verlichten van wie het hart zelfs maar op een kiertje openstaat.

Voor de dromer is de droom op dat moment werkelijk. En dat waarvan hij zich bewust is, daarnaar kan hij handelen. Dan nadert hij het ontwaken en… kan hij alleen maar weer hetzelfde doen: steeds trachten juist te handelen, naar de inzichten die hij heeft. Dát is groeien, en dat is werkelijkheid.

 

Een tekst uit: Het Evangelie der Waarheid [2]

Zolang onwetendheid hen vervulde met angst en verwarring en hen twijfelend, verward en verdeeld achterliet, werden zij achtervolgd door vele illusies en lege waandenkbeelden, alsof zij in een diepe slaap verzonken waren ten prooi aan nare dromen.

Of zij vluchten ergens heen, of ze missen de kracht om vooruit te komen als ze anderen willen achtervolgen, of zij zijn betrokken bij gewelddadigheden, geven klappen of krijgen klappen, of zij storten van grote hoogte omlaag, of zij vliegen omhoog, de lucht in, terwijl zij niet eens vleugels hebben.

Dan weer lijkt het alsof iemand hen probeert te doden, terwijl er niemand is die hen nazit, of dat zij zelf hun dierbaren vermoorden, want zij zijn bevlekt met bloed.

Tot het moment dat zij, die dit alles meemaken, ontwaken. Dan zien zij, die al deze verwarringen hebben meegemaakt, plotseling: niets. Want het was niets, het waren slechts wanen.

Zo wierpen zij de onwetendheid van zich af, zoals zij de slaap van zich afschudden waaraan zij niet meer hechten, evenmin als zij deze visioenen beschouwen als werkelijkheid. Maar zij laten hen achter zich als een droom in de nacht. De kennis van de Vader beschouwen zij als het morgenlicht. Zo heeft ieder gehandeld alsof hij sliep gedurende de tijd dat hij onwetend was, en zo staat hij weer op alsof hij ontwaakt.

Vreugde voor de mens die zichzelf hervindt en ontwaakt!

 

Fragmenten uit: De vier inzichten [3]

We worden geboren met het vermogen te leren dromen en de mensen die eerder dan wij zijn geboren, leren ons te dromen overeenkomstig de droom van de samenleving. Die ‘collectieve droom’ heeft zoveel regels, dat we al direct vanaf de geboorte van een nieuw mensenkind de aandacht van dat kind ‘strikken’ om het deze regels in te prenten. De collectieve droom gebruikt pappa en mamma, de school en de religie om ons te leren hoe we dienen te dromen.

Aandacht is het vermogen dat we hebben om dingen te onderscheiden en om ons te richten op uitsluitend datgene wat we willen zien. We kunnen miljoenen dingen tegelijkertijd waarnemen, maar met behulp van onze aandacht kunnen we alles wat we echt willen zien op de voorgrond van onze geest houden. De volwassenen vingen onze aandacht en prentten door middel van herhaling informatie in onze geest. Op die wijze hebben we alles wat we weten geleerd.

Door onze aandacht te benutten, hebben we ons een hele realiteit, een hele droom eigen gemaakt. We hebben geleerd hoe we ons in de samenleving moeten gedragen: wat we dienen te geloven en wat niet; wat aanvaardbaar is en wat niet aanvaardbaar is; wat goed is en wat slecht; wat mooi is en wat lelijk; wat juist is en wat verkeerd. Al die kennis, al die regels en opvattingen over hoe we ons hebben te gedragen in de wereld – dat alles was er al toen we werden geboren. (…)

De droom die van buitenaf komt, de collectieve droom, eist onze aandacht op en leert ons wat we moeten geloven. (…) Jij hebt niet zelf de keuze gemaakt Nederlands te spreken. Je hebt niet zelf je geloof en je morele waardepatroon gekozen – die lagen al bij je geboorte voor je vast. We hebben nooit de gelegenheid gehad te kiezen wat we wel en wat we niet wilden geloven. Zelfs waar het de kleinste van al die afspraken betreft, hebben we nooit zelf gekozen, niet eens onze eigen naam.

Als kind hadden we niet de kans onze eigen overtuigingen te kiezen, maar stemden we in met de informatie die ons via andere mensen werd overgedragen en die afkomstig was van de droom van de planeet. (…) Zodra we ermee instemmen geloven we erin, en dat noemen we vertrouwen. Vertrouwen hebben, betekent onvoorwaardelijk geloven.

Dat is de manier waarop we als kind leren. Kinderen geloven alles wat volwassenen zeggen. We zijn het met hen eens en ons vertrouwen is zó sterk, dat het systeem van overtuigingen onze hele levensdroom beheerst.  (…)

Dit proces van indoctrinatie noem ik het temmen van de mens. (…) De collectieve droom leert ons hoe we als mens in het leven moeten staan. (…)

Al onze normale werkelijke neigingen gaan teloor in dat aanpassingsproces. (…) Het indoctrinatieproces is zo krachtig, dat we op een bepaald punt in ons leven niemand meer nodig hebben om ons te temmen. We hebben vader en moeder, de school en de kerk daarvoor niet meer nodig – zó goed zijn we afgericht, dat we onszelf temmen. We zijn zelfgetemde dieren. (…)

Ieder van ons wordt geboren met een zekere mate aan persoonlijke kracht die we elke dag opnieuw opbouwen. Helaas verspillen we veel van die persoonlijke kracht met het creëren en instandhouden van al die afspraken en zogenaamde inzichten. We hebben nog net genoeg kracht om iedere dag te overleven, maar de meeste kracht wordt gebruikt om ons te gedragen overeenkomstig de afspraken en inzichten die ons gevangen houden in de droom van de planeet. Maar hoe kunnen we de hele droom van ons leven veranderen, als we niet eens de kracht hebben zelfs maar de geringste afspraak, het geringste inzicht te wijzigen?

Telkens als je een afspraak verbreekt, een inzicht verandert, komt alle energie die in het creëren en instandhouden daarvan was gaan zitten bij je terug. Als je deze vier nieuwe inzichten aanneemt, zullen die voldoende persoonlijke kracht creëren om het hele oude systeem van afspraken en inzichten te doorbreken.

Om te gaan leven volgens de vier inzichten heb je een sterke wil nodig, maar je zult verbaasd staan over de transformatie die ze in je leven teweeg zullen brengen. Je zult het drama van de hel voor je ogen zien verdwijnen. In plaats van te leven in een helledroom zul je een nieuwe droom creëren – jouw persoonlijke hemelse droom.

 


Bronnen:

[1] Elisabeth Haich, Inwijding, Priesters in Egypte, Ankh-Hermes Deventer 1978

[2] G. Quispel, Valentinus de gnosticus en zijn evangelie der waarheid, In De Pelikaan Bibliotheca Philosophica Hermetica, Amsterdam 2003

[3] Don Miguel Ruiz, De vier inzichten, hoofdstuk 1, Aanpassing en de droom van de planeet , AnkhHermes 2019

back to home pdf share