Nature

De ervaring van de wereld als een “binnen” – Deel 2

back to home pdf share

Naar deel 1

Vrij worden voor de wereld.

W.S.: Friedrich Nietzsche realiseerde zich dat vrijheid “van” niet genoeg is, en hij schreef ooit: Wat interesseert me vrij zijn “van” – ik vraag naar vrij zijn “voor”. Dat wil zeggen, dat ik toch ook de vrijheid kan nemen om er weer voor de wereld te zijn. Ik kan de vrijheid nemen om de scheiding van de wereld weer te overwinnen. En deze overwinning is de eigenlijke culturele capaciteit van de mens. Het gebeurt in het religieuze leven, het gebeurt in elke vruchtbare kunst; deze overwinning bestaat in elk begrip, in elk denken, dat weer een stuk van de werkelijkheid te pakken weet te krijgen, zodat ik niet in mijn subjectiviteit, dat het eerst naar voren komt, blijf hangen, wat bepaalt of het een goede wetenschap is. Daardoor krijgen we een volwassen cultuur, die gebruik maakt van de vaardigheid, het ingetreden dualisme, de scheiding van de wereld, zelfstandig te overwinnen.

Vanuit praktisch oogpunt gezien, heeft deze scheiding geleid tot een ecologische ramp. De mensheid gedraagt zich als of de natuur van de aarde in zijn wonderbaarlijkheid niet bestaat. Ze gebruikt de natuur voor haar eigen subjectiviteit. In vroegere hoge culturen was dit slechts beperkt tot bepaalde plaatsen op de aarde, tegenwoordig is het globaal genomen over de gehele aarde het geval. Dat heeft de 20e eeuw gebracht, en het gaat elke dag verder deze richting in. De hele oproep aan ons om anders met de aarde om te gaan, komt voort uit het feit dat we moeten uitbreken uit onze zelfgemaakte en zelf opgetrokken gevangenis en de verbinding met de wereld weer moeten veroveren. Nu schiet me een formulering uit een gedicht van Rilke te binnen. Rilke spreekt over het “innerlijk van de wereld”. Daarmee wordt de onderscheiding tussen het menselijke innerlijk en dat van de wereld als een buitenkant overwonnen, door de wereld zelf te ervaren als een binnen wereld.

G.F.: In dit gedicht wordt ook gezegd:

De vogels vliegen geruisloos

Door ons heen. O ik, die wil groeien

Kijk naar buiten en in mij groeit de boom.

De dualistische structuur zit immer bovendien ook in ieder individueel mens.

Het dualisme bestaat niet allen tussen mij en de natuur, maar ik ben ook niet meer een geheel met mezelf. Ik ben niet meer een geheel met mijn onsterfelijke zelf.

Wolfgang, je hebt in je leven een koers uitgezet door antroposoof te worden. De antroposofie doet een poging het dualisme op een bijzondere manier te overwinnen.

Zelfkennis als basis voor alle wereldkennis

W.S.: Antroposofie is de zoektocht om zelfkennis tot basis te maken van alle wereldkennis. Ik kan de wereld niet begrijpen als ik niet diegene begrijp, die de wereld graag wil begrijpen. De voorwaarde voor alle begrip in de wereld ben ikzelf, zijn wij mensen. De mensen weten echter niet wat ze zijn als ze geen antropologie of verdieping daarvan, de antroposofie bedrijven, dus als ze niet streven naar een dieper begrip van de mens. Ze kunnen de wereld dan maar in beperkte mate onderscheiden.

Hoe krijg ik het voor elkaar dat ik een verlichte relatie krijg met mezelf. Mijn zelfbewustzijn, dat meestal in het derde, tegenwoordig ook vaak al in het tweede levensjaar begint door ikke te gaan zeggen, geeft de eerste impuls voor de scheiding met de wereld. En dan begint het: Nu kom eerst ik en dan alle anderen. Daarin ligt reeds besloten dat het ik tot een ego wordt, in die zin dat we dat verbinden met egoïsme.

Lucifer

De antroposofie merkt op dat dit proces niet willens en wetens in vrijheid door de mens wordt uitgevoerd. Hij heeft immers in de kindertijd nog geen bewust ontwaakte eigen wil. Maar wat drijft hem om dit wereldvreemde zelf te krijgen? Hier neemt de antroposofie ook de spirituele kant van het proces op en zegt: het is een spiritueel wezen, dat de mensheid op deze manier de vrijheid brengt. Maar alleen de vrijheid “van”. De Bijbelse mythe noemt dit spirituele wezen Lucifer, dat interessant genoeg “licht-brenger” betekent. Wat brengt lucifer namelijk? Hij brengt het licht van het bewustzijn over zichzelf. Hij wordt in de Bijbel beschreven als een hoge engel, een engel, die gevallen is. En dat wat lucifer over zichzelf heeft afgeroepen – zich scheiden van de wereld ten gunste van zichzelf – dat ervaart de mens nu ook in zijn zelfbewustzijn. Het wakker worden van het zelfbewustzijn is de val uit de monistische wereld eenheid. De oplossing ligt nu niet daarin door te zeggen, “nu wordt ik weer een peuter”, door gewoon daarnaar terug te keren. In tegendeel, we moeten dit dualisme doormaken zodat het mogelijk wordt, dat er een monisme ontstaat, die in vrijheid zelf gewenst wordt en niet door andere geesten aangebracht wordt. Dit is de zelf-performance van de mens, waardoor hij creatief deelneemt aan het wereldgebeuren.

Ik ben meer dan mijn alledaagse zelfbewustzijn

Met mijn bewuste zelf kan ik de vraag stellen: ben ik meer dan mijn alledaagse bewustzijn? En bij deze vraag zijn grenservaringen, die dan aan de oppervlakte komen, die ook in acht genomen willen worden, ja zelfs moeten. Zo’n belevenis is de slaap. Als ik inslaap, verlies ik het alledaagse bewustzijn en ben dan, laten we maar zeggen, zeven of acht uren , zonder dit bewustzijn. Ben ik dan gestopt met een ego, een ik te zijn? Als ik ’s morgens wakker word, weet ik zeker dat ik dezelfde mens ben als die van gisteren en eergisteren. Dat wil zeggen de realiteit van de continuïteit van het ik is niet gebonden aan het permanente ik-bewustzijn. Wat is dan dat onbewuste ik in ons, dat in de slaap werkzaam is?

Rudolf Steiner hield een voordracht voor een congres voor filosofen in Bologna in 1911 [1]. In deze voordracht wees hij er op dat het ik, het ware werkelijk ik helemaal niet in mijn lijf leeft, maar de inhoud van de wereld is. Als ik interesse voor iets heb, wat ik niet zelf ben, dus voor een mooie bloem of voor een regenboog of iets ander moois of zelfs lelijks, dan zegt het woord “interesse”, dat ik “er tussen in zit”, tussen de dingen. Inter-esse betekent ertussen zijn. Het woord geeft al aan, dat ik in het geval van mijn interesse helemaal niet bij mezelf ben, maar bij de ander, dat ik dus in de wereld ben. In echte interesse vergeet ik mezelf, kan ik open staan voor het andere. Dat is het sociale basisproces, dat we in de omgang met andere mensen en ook tegenover de natuur in de toekomst moeten, mogen, willen beoefenen.

Wordt vervolg in delen 3 en 4

 

Bronnen:

[1]  AnthroWiki GA 35: 111 ff.

back to home pdf share