moon

De spirituele ontwikkeling van de Keltische volksziel - Deel 13

back to home pdf share

(Terug naar 12)

 

De Vates, hun naam betekent bij benadering ziener en profeet, waren offerpriesters en natuuronderzoekers die veel van planten, kruiden en hemellichamen wisten. Ze onderscheidden zich niet zo sterk van de druïden en barden.

Had een Vates een  beroep als ziener of als waarzegger, dan moest hij zijn bewustzijn in een hogere vorm verheffen. Wanneer hij in extase kwam, moet er geen vergelijking gemaakt worden met de Sjamanen van de Arctische  bevolking van Noord-Europa en Azië. Deze priesters, de Vates, waren meer in de wil van God geïnteresseerd en trachtten die op deze wijze te onderzoeken.

De Vates waren ook natuuronderzoekers, maar niet uit wetenschappelijke interesse.

Ze onderzochten de fenomenen aan de hemel voor de juiste voorbereidingen om de offergaven uit te voeren. Het ging om de meest geschikte tijden en zo waren bijvoorbeeld de nieuwe of de volle maan belangrijke tijdstippen om te kunnen offeren. Het offeren op de juiste tijden nam veel voorbereidend werk in beslag en hier waren verschillende priesters mee belast. Het offeren was klaarblijkelijk  een gecompliceerde aangelegenheid.

Van de Gallische Vates wordt aangenomen dat zij in trance de stem van God vernomen hadden en dat hun verkondiging in dichterlijke taal bekleed werd.

Voor de Kelten was de functie van deze geïnspireerde Vates ongelooflijk belangrijk.

Klaarblijkelijk hadden de Kelten een uitgebreide priesterklasse die hun verschillende werkzaamheden over meerdere functies verdeelde. De Vates hadden een gesloten gemeenschap en hielden zich ook bezig met genealogie en recht, alhoewel de uiteindelijke rechtspraak bij de koning lag.  In de voorchristelijke tijd ontstond zo de stand van de rechters.  De Vates hielden zich bezig met de  interpretatie en zij becommentarieerden het recht. In een ver verleden profeteerden zij naar aanleiding van offers en uit de vluchten van vogels. In latere tijden traden zij meer op als dichters en als vervaardigers van spot- en lofliederen waarbij ze een bijzondere magische uitwerking hadden op degene die zij bezongen. Deze werkzaamheden doen denken aan de activiteiten van de Barden.

Hun magie strekte zich ook uit tot natuur fenomenen: zo konden zij het waterpeil in meren en rivieren  doen zinken of stijgen en dat dwong natuurlijk een zeker respect af.

(Wordt vervolgd in deel 14)

Sources:

[1] Jakob Streit, Sonne und Kreuz , Freies Geistesleben, Stuttgart 1977

[2] Hans Gsänger, Irland. Insel des Abel. Die irischen HochkreuzeVerlag Die Kommenden, 1969

back to home pdf share