Ireland

De spirituele ontwikkeling van de Keltische volksziel - Deel 14

back to home pdf share

(Terug naar deel 13)

 

In veel verhalen, mythen en sagen spreken de Kelten over het bestaan van ‘De Andere Wereld’. Telkens duiken er beschrijvingen op van een wereld waarin bijvoorbeeld ons tijdsbesef in het geheel niet voorkomt.

Men treft daarbij ook zelfs  andere benamingen voor deze ‘Andere Wereld’ aan, zoals: het Land van de Jeugd of het Land van de Immer Levenden.

Deze andere wereld was geen land dat niet toegankelijk was voor de gewone aardse mens, want anders zouden wij daar in het geheel niets van weten natuurlijk.

De Kelten koesterden altijd De Andere Wereld als een plaats van wijsheid, de plaats van hun goden en de dimensie waar dichters zich het meest thuis voelen.

Er was ook een bron van wijsheid in deze wereld en in de Ierse mythologie was dat de Wel van Conla of de Wel van Segais. Manannan, de god van de zee en de koning van De Andere Wereld, verklaart dat deze bron vijf zalmen bevat en vijf stromen heeft die de vijf zintuigen vormen. Iedereen die kennis wil krijgen, moest een slok uit de fontein nemen en zij die ook uit de vijf stromen dronken, waren de lieden der kunsten. Deze lieden zijn dan natuurlijk de barden of de dichters.

Het drinken uit de bron van wijsheid zien we ook in de Edda terug waarin Odin uit de bron van Mimir de godendrank moest drinken om zo de heerser te worden over het vermogen tot spreken.

Het was echter niet gemakkelijk om in De Andere Wereld te geraken; je moest daar wel iets speciaals voor doen, of je moest daar toe uitgenodigd worden. Maar deze ‘uitnodiging’ vond vaak plaats zonder dat men er iets van wist. Met andere woorden: je werd, wanneer men geïnteresseerd in je was, er gewoon mee naar toe genomen.

De geografisch ligging van dit bijzondere gebied wisselde, want soms lag deze wereld onder de zeespiegel, in het midden van een berg of midden in de oceaan. Één ding is met zekerheid te zeggen: in principe lag dit land in de directe omgeving van Ierland.

Wanneer we denken aan een geheimzinnige  plaats midden in de oceaan komt onwillekeurig het verzonken Atlantis in ons naar boven. Dat is zeker niet zo gek, want volgens W.Y. Evans Wentz is het verdronken land van Atlantis voor de Kelt een zekerheid en staat de ‘Andere Wereld’ hier duidelijk mee in verband. Evans Wentz meent dat het verzinken van dit continent een diepe indruk op de zielen van de latere bevolking van die streken heeft gemaakt en  dat zij het verdronken land van Atlantis daarom in mythen en sagen een plaats hebben gegeven.

Rudolf Steiner heeft in zijn geschriften ook al aangegeven dat de verhalen die de Keltische druïden vertelden, berustten op een onbewuste herinnering.

De Kelten waren er van overtuigd dat Atlantis in een ver verleden had bestaan en geleidelijk aan is verzonken in de oceaan. Deze oerherinnering hebben zij gehecht aan een nog oudere herinnering, namelijk aan die van het verloren paradijs. Deze beide herinneringen  vormden zich hardnekkig in de zielen van de bevolking die ze later opschreven en de bron vormden van de aan ons bekende sagen en mythen.

De Andere Wereld was het toevluchtsoord voor hun dode helden en de zich van de wereld terugtrekkende goden. Het rijk van de Andere Wereld was van de altijd levenden, waar alles mogelijk was en waar grote daden verricht werden. Het leven daar was tot in de perfectie verbeterd en het ging door met alle geneugten van eten, drinken, liefde en gelukzaligheid.

De Andere Wereld was zo mooi en prachtig dat het de Keltische dichters, met hun welsprekendheid, inspireerde tot het maken van welluidende lyrische verzen.

Vele wonderlijke reisbeschrijvingen naar de Andere Wereld zijn ons nagelaten en vormden zelfs een nieuw verhaalgenre: de Immrama.

Men dient rekening te houden met het feit dat de bevolking in een ver verleden nog over een helderziendheid beschikte, waarin zij met hun etherlichaam de godenwereld waar konden nemen. Hun wereld zag er nu eenmaal anders uit dan die van ons.

Zeker de ingewijde druïde zag de goden, kon in samenspraak met hen komen en leidden op die wijze het volk. Na verloop van tijd werd deze helderziendheid steeds minder en verdween uiteindelijk om plaats te maken voor het huidige bewustzijn dat meer gericht is op de fysieke wereld.

Konden de helderziende druïden de goden nog schouwen, later moesten zij het slechts stellen met het waarnemen van elementenwezens die men in Ierland met de naam ‘feeën’ aangaf. Vandaar dat bepaalde planten, bomen en bronnen een hoog aanzien hadden, omdat die de woonplaats van bepaalde elementenwezens waren.

Hans Gsänger schrijft in zijn boek  ‘Irland’ dat we de ‘Andere Wereld’ niet alleen bij de Ierse Kelten aantreffen. Ook de Grieken kenden het land dat ver in de westelijke oceaan lag. Zij verhaalden over een  eiland waar bij hoge uitzondering de gewone mens kon komen om hier een gelukzalig leven te leiden.

Voor de Grieken leefden de titaan Atlas en zijn dochters de Hesperiden in het westelijk en nachtelijk gebied van de oceaan waar ook de oorsprong en de afgrond van hemel en aarde zouden liggen.

De Hesperiden woonden op een eiland waar geen schip tot door zou kunnen dringen en hoedden daar de gouden appelen die niet voor de gewone mensen bestemd waren, maar voor lieden die tot een bovenmenselijke daad in staat waren.

Aischylos, Pherecydes en Apollodor waren van mening dat Atlas en zijn Hesperiden ten noorden over de Rhipäen gelegen oceaan, dus in de omgeving van Hyperborea thuis waren. Hercules ging dus een langere weg dan we in eerste instantie aannemen om de gouden appelen te halen bij de Hesperiden!

De Hyperboreërs worden genoemd door de oude Grieken, zoals Herodotus en Pausanias.  Zij hadden een godsdienst die in het teken van Apollo stond en daarom ook te vergelijken is met de Bel- of Zonnegodsdienst van de Kelten en Germanen.

Deze Hyperboreërs leefden in principe nog in de paradijselijk toestand, waarin de mens door zijn val nog niet gedenatureerd was.

Zij werden ook wel de ‘lang levenden’ genoemd, omdat hun leven soms honderden of duizenden jaren besloeg. Rudolf Meyer schrijft in verband met dit gegeven dat in het Finse epos, de Kalewala, Wäinämöinen, de oerzanger en tovenaar, zevenhonderd jaar in de baarmoeder zat voordat hij geboren werd. Dat geeft dus al aan dat in de Hyperboreese periode de mens dus in zijn etherische lichtgestalte leefde waarin hij nog geen dood, maar een verandering en omstulping of verjonging van zijn levensvorm kende.

Ook komen we de in ‘Andere Wereld’  de reeds genoemde ‘Immrama’ tegen. Dat zijn verhalen over mensen die een toegang vinden tot die andere, bovenzinnelijke wereld en daar een speciale ervaring op doen.

Kenmerkend van de toestand in de Immrama zijn de volgende zaken:

  • Men beschikt niet (meer) over het fysieke lichaam
  • Slechts paradijselijke appels dienen als voedsel
  • Er bestaat geen erotiek en seksualiteit
  • Het tijdsbesef is anders
  • Men weet in de andere wereld het sterfmoment en de doodsoorzaak van de sterfelijken

De verhalen beschrijven vaak (maar niet altijd) een zekere inwijding die in kleurrijke en fantasierijke  beelden worden weergegeven.

Deze Immrama doen denken aan de Griekse avonturen van Odysseus en de Kelten beschrijven deze ervaringen zoals de Grieken zich het leven van de Hyperboreërs hebben voorgesteld.

Een van de bekendste Immrama is wel het verhaal van Ossian of Oisin, de zoon van Fionn mac Cumhaill.

De Ierse schrijver William Butler Yeats [1] heeft in zijn werk zijn levensverhaal kunstzinnig weergegeven in het volgende verhaal:

De omzwervingen van Ossian

Ossian wordt door de fee Niamh op een wit paard naar de Andere Wereld geleid. Hij leefde daar 300 jaar met zijn fee ongestoord en in vrede, maar dan krijgt Ossian heimwee en verlangt naar Ierland terug te keren om zijn geliefde geslacht van de Fianna weer te ontmoeten. Zijn vrouw, de fee Niamh, waarschuwt hem driemaal om nooit zijn voeten op de aardbodem te plaatsen en bovendien vertelt zij hem dat hij niemand meer zal ontmoeten die hij kent. Maar dat heeft allemaal geen zin. Hij gaat terug en komt tot zijn grote spijt er achter dat zijn vrouw gelijk had. En wat was Ierland veranderd! Hij komt nu tot de ontdekking hoe lang hij weg is geweest en zwerft op zijn paard rond alle plaatsen waar hij zijn familie de Fianna ooit heeft ontmoet zonder een bekende te zien. Dan komt hij een groepje mannen tegen die een zware grafsteen naar een begraafplaats sjouwen. Ze vragen de jonge man te helpen, Ossian bukt zich maar valt van zijn paard. Op het moment dat zijn voet de grond raakt, is zijn paard weer terug in feeënland en wordt Ossian plotseling een oeroude, blinde en gebroken man!

 

(Wordt vervolgd in deel 15)


Bronnen:

[1] William Butler Yeats, The wanderings of Oisin, London: Kegan Paul & Co, 1889

[2] Caitlín Matthews, De Keltische traditie, Ankh-Hermes, Deventer 1993

[3] Hans Gsänger, Irland. Insel des Abel. Die irischen HochkreuzeVerlag Die Kommenden, 1969

back to home pdf share